Jaar C, Vasten IV

Vierde zondag in de veertigdagentijd – Lucas 15,1-3.11-32

‘De parabel van de verloren zoon.’

De titel boven dit overbekende verhaal is ons zo vertrouwd dat wij ons niet eens meer afvragen waarom die er gekomen is. Het heeft ongetwijfeld te maken met het laatste vers: ‘Er moet feest en vrolijkheid zijn, omdat die broer van je dood was en levend is geworden, verloren was en is teruggevonden.’ Maar er is nog een andere reden.

De korte inleiding van de tekst geeft aan wat Jezus ertoe gebracht heeft dit verhaal te vertellen. Schriftgeleerden en farizeeën golden als de weldenkende autoriteit van de gemeenschap. Zij namen het de Heer erg kwalijk dat Hij omgang had met tollenaars en zondaars. Jezus wil hen van repliek dienen en gebruikt de parabelvorm als een geschikte stijlfiguur: enerzijds geen rechtstreeks antwoord dat iemand zou kwetsen, anderzijds wel onweerlegbaar logisch, zo lijkt het toch op het eerste gezicht.

Tussen deze inleiding en het uitgebreide verhaal van de verloren zoon staan twee andere, veel kortere parabels: die van het verloren schaap en die van het verloren geldstuk. Vandaar dus ook de naam van de derde: de parabel van de verloren zoon.

Driemaal dezelfde les: Ben je niet blij als je iets terugvindt? Laat je dat teruggevonden schaap zomaar achter? Gooi je dat teruggevonden geldstuk zomaar achteloos weg? Vier je niet terecht feest als je zoon is teruggevonden?

De vraag is of de farizeeën het begrepen zullen hebben; of ze het hebben willen begrijpen. Ook al omdat bij het derde deel van onze parabel de indruk kan ontstaan dat zij rechtstreeks geviseerd zijn, op één lijn geplaatst met de oudste zoon, de ‘goeie’, de trouwe die helemaal niet blij is met wat vader voor die jonge nietsnut heeft gedaan. Misschien ligt het hoofdaccent van het geheel wel op dit slotdeel. Misschien is niet de jongste maar de oudste, niet de tollenaar maar de farizeeër het hoofdpersonage: niet de verloren zoon maar de bedrogen zoon die nukkig is; de nukkige die zich bedrogen voelt. Een nieuwe titel voor de parabel lijkt zich aan te dienen: ‘De parabel van de nukkige zoon’, of ‘De parabel van de bedrogen zoon.’

Maar heeft die man niet een beetje of zelfs overschot van gelijk? Vinden wijzelf ook niet dat het er in feite niet helemaal eerlijk toegaat? Wie niets doet, die krijgt alles zomaar cadeau. En wie zijn uiterste best doet, die krijgt niet enkel niets, maar die moet ook nog zomaar content zijn met de gang van zaken thuis. Dat is toch niet eerlijk, dat is toch niet rechtvaardig meer.

In een familie hier en nu bij ons waar een wat ouder wordende pater familias ‘hem dat lapt’, zal de bedrogen oudste erfgenaam zonder aarzelen naar de rechter stappen om papa ontoerekenbaar te laten verklaren. Daar scheelt toch wat aan. Dat is toch duidelijk een elementair gebrek aan logisch denken en handelen.

Prediking en catechese gaan aan deze problematiek meestal voorbij. Positief als ze zijn, ligt daarbij de volle klemtoon op het middendeel van het verhaal: op de vader en zijn grenzeloze goedheid. De parabel van de verloren zoon is die van de barmhartige vader geworden.

Wij gaan daar graag in mee, maar blijven toch zitten met de terechte reactie van de oudste broer. In zijn ogen, in onze ogen zou er veeleer sprake moeten zijn van een parabel van de onrechtvaardige vader, of tenminste — als dit te grof klinkt — van de onlogische vader.

Logisch zou het zijn geweest dat de vader zijn jongste de deur had gewezen. Maar neen, met open armen ontvangt hij hem.

Logisch zou het zijn geweest dat hij hem ten minste een aantal voorwaarden gesteld en een proefperiode opgelegd had. Maar neen, hij moet er zo nodig direct een feest van maken.

En zelfs in deel drie, tijdens het gesprek tussen de vader en de oudste zoon laat de logica het afweten. Logisch zou het zijn geweest — in dit stadium in elk geval — dat de vader hem, de pretbederver, de laan had uitgestuurd voor zoveel nukkigheid en gebrek aan familiezin. Maar neen, hij bidt en smeekt hem: kom toch feesten!

Hier ligt de kern van de zaak: dat de logica van de parabels niet de logica is van de economie en financiën, van wetten en rechtspraak, van sociale tradities en familiale geplogenheden. Bij Jezus gaat het steeds en uitsluitend over de fundamentele relaties van vriendschap en liefde tussen mensen onderling, tussen hemel en aarde.

In het evangelie is het te doen over de Schepper van hemel en aarde en zijn dierbaarste, maar o zo fragiele stukje schepping dat Hij zijn kind noemt: over hun Vader-zoonrelatie die nog minder dan ieder andere vader-zoonrelatie door rationele logica geregeld wordt, dan wel door vertrouwen en liefde; niet door wetten en tradities, maar door genade en barmhartigheid. Dus toch uiteindelijk en zeer terecht: de parabel van de barmhartige Vader…

Hier eindigt het verhaal. Wij weten niet hoe het verder afloopt: hoe de jonge vagebond zich verder gedroeg en of de oude koppigaard is blijven nukken of niet. Laten wij onze fantasie dan maar even de vrije loop.

Zeker weten, zegt de junior! Morgen trek ik er opnieuw opuit. Mislukt het weer, dan weet ik wel waar ik terechtkan.

Mij krijg je hier niet meer naar binnen, houdt senior vol. Jij kunt die vent duizend keer opnieuw je zoon noemen, mijn broer zal hij nooit meer zijn. En hij nestelde zich in het aangename hol van zijn eigen grote gelijk.

Moeten wij hierbij weer niet een nieuwe titel bedenken? Misschien de parabel van de mislukte vader. Want het kan nog erger dan zojuist voorgesteld…

De jongste is zo geschrokken van de boosheid van zijn broer dat hij zich thuis niet langer veilig voelt. Hij slaat op de vlucht, de woestijn in. Daar beraamt hij de ergste plannen om broerlief, de onkreukbare en ongenaakbare, te treffen in al wat hem lief is: zijn leven, zijn kinderen en de trots van zijn bezit.

Kom toch feesten, hoor je de vader huilen. Maar zijn overslaande stem wordt gesmoord door het geweld en de chaos.

En wat te verwachten was, gebeurt. De oudste zoekt al zijn vernuft bij elkaar om met de steun van zijn vele rijke vrienden terug te slaan en wraak te nemen om deze wandaden tegen de hemel en de aarde te vergelden.

Kom toch feesten, stamelt de vader: de laatste woorden van het verhaal van zijn mislukking.
Maar het kan ook anders. Wij geloven erin, wij vertrouwen erop dat het vervolg anders kán en zál verlopen.

Zij vierden feest.

De jonge avonturier kwam zo onder de indruk van zijn pa, zijn gulheid en zijn vriendschap, aangestoken als hij was door de microbe van de liefde en barmhartigheid, dat hij met de jaren net als zijn vader werd.

En toen de oudste was uitgeraasd en toch maar naar binnen was gegaan, kwam hij op zijn beurt zo onder de indruk van de vriendschap en de goedheid, van het feest en de vreugde dat ook hij met de jaren mee net als zijn vader werd.

Onze mooiste titel tot nu toe, de parabel van de barmhartige vader, gaat nog tekortschieten om uit te drukken waarover het uiteindelijk gaat. Het bekende gezegde doet dat wel, als wij het goed verstaan: zo Vader, zo zoon — op aarde als in de hemel.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x