Jaar C, Vasten II

Tweede zondag in de veertigdagentijd – Lucas 9, 28-36

Het minste dat je kunt zeggen over het verhaal van de gedaanteverandering, is dat het volop tot de verbeelding spreekt: dat heerlijke mensengelaat, die schitterende kleding; de twee mannen uit een ver verleden, Mozes en Elia; aan het einde de wolk en de stem. En dan ook nog Petrus’ tussenkomst: ‘Laat ons hier drie tenten bouwen.’ Binnen dit mysterieuze, mystieke geheel lijkt het laatste bijna misplaatst materialistisch.

Maar het spreekt ons wel aan, dat van die drie tenten; het heeft zich stevig in ons geheugen genesteld. In de volksmond is Petrus’ woord zowat een eigen leven gaan leiden, los van het verhaal, ook al is de betekenis ervan niet zo eenduidig. Wij zeggen het zonder goed te weten wát wij ermee willen zeggen. Maar dat staat in het evangelie ook al over Petrus: dat hij niet goed wist wat hij zei.

Bijbelcommentaren gaan zelden in op Petrus’ populaire gezegde. Het behoort niet tot de kern van de boodschap en daarom laten zij het terzijde, zeggen zij. Dat kan wel waar zijn, maar dan is het haast een waarborg voor de authenticiteit van deze zin dat de traditie er zo getrouw aan is gebleven, ook al betreft het iets vaags en schijnbaar onbelangrijks.

Het moet iets te maken hebben met de zin die eraan voorafgaat: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn.’ Het betekent dan zoveel als: laat ons dus ook hier blijven, laat ons op de een of andere manier dit heerlijke moment, deze droom, dit visioen bestendigen en de rest maar vergeten.

Petrus zal wel geweten hebben dat wat hij zei in de strikte zin van het woord onmogelijk en zinloos was. En toch zei hij het: laat ons hier drie tenten bouwen, laat ons hier blijven, laat dit ogenblik niet voorbijgaan, laat het een eeuwigheid duren. Maar dan nog zegt de evangelist dat hij niet goed wist wat hij zei. Waar slaat Petrus dit keer dan de bal zo erg mis?

Alvorens op deze vraag in te gaan, bekijken wij eerst enkele andere details. Het is altijd leerrijk om in een verhaal dat bij verschillende evangelisten voorkomt, ieders eigenheden na te gaan. In deze C-cyclus zijn dat vooral de eigenheden van Lucas’ versie tegenover die van zijn collega’s Matteüs en Marcus. Lucas is de enige die vertelt dat de drie favoriete leerlingen van de Heer in slaap waren gesukkeld. Op die andere berg, in de Olijfhof van de doodsangst, bij die andere gedaanteverandering – Hij zweette bloed en tranen toen – werden dezelfde drie ook door slaap overmand. Maar daarover zijn de synoptici het eens. Hier echter staat Lucas alleen.

De ene commentator beweert dat de evangelist op die wijze de parallel of de antithese wil benadrukken tussen Tabor en Olijfberg. De ander ziet er veeleer een poging in om Petrus te vergoelijken. Hij wist niet wat hij zei. Maar ja, hij was ook maar net wakker geschoten. Natuurlijk was hij totaal ondersteboven van wat hij zag. Vandaar …

Lucas is ook de enige die nauwkeurig schijnt te weten waarover Jezus het met Mozes en Elia heeft gehad. Zij spraken over zijn heengaan dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken. Maar intussen slapen de getuigen. Die hebben van het gesprek dus niets gehoord. Hoe weet Lucas het dan? Pure logica achteraf van Petrus of van de evangelist zelf: het kan niet anders dan daarover gegaan zijn. Als je op een cruciaal moment in je leven een ontmoeting hebt met oude vrienden, collega’s van de berg en van het gebed, collega’s van de roeping en de zending die ze beiden op de berg ontdekten en meekregen, dan ga je met hen toch daarover praten en over niets anders? Wat heb jij, Mozes, en jij, Elia, op de berg ervaren? En waartoe heeft het je geleid achteraf?

Mozes zegt: het was een heerlijk moment daarboven op de Sinaï. Maar de Heer heeft mij weer naar beneden gezonden, naar het volk toe: om het uit de slavernij naar de vrijheid te leiden, door de zee, door de woestijn heen naar het land van belofte, door de dood heen naar het leven. Het was nochtans heerlijk daarboven zonder dat altijd maar morrende volk om mij heen. Van blijven was bij God echter geen sprake. Geen sprake van tenten bouwen. Beneden was het te doen. Al is het andersom evenzo waar dat zonder die ervaring op de berg het voor mij daarbeneden niet doenlijk zou zijn geweest.

Elia zegt: het was een heerlijk moment, daarboven op de Horeb. Van blijven was echter geen sprake. Geen sprake van tenten bouwen. Beneden was het te doen, profeet! Het volk en zijn corrupte leiders wijzen op hun misstappen en hun ontrouw, ook op gevaar af van eigen leven; en roepen hen op tot ommekeer, tot trouw, gerechtigheid. Van blijven was dus geen sprake. Maar evenzogoed is waar dat zonder die ervaring op de berg het beneden onmogelijk zou zijn geweest achteraf. De berg is nodig, evenzogoed als het nodig is dat je hem achter je laat, naar beneden toe.

Laat ons terugkeren naar Petrus en zijn tenten op de Tabor. ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laat ons hier drie tenten bouwen.’ Waarom wordt hiervan dan uiteindelijk gezegd dat hij niet wist wat hij zei?

Omdat hij niet begreep, nog niet begreep dat je zo’n moment van heerlijkheid, een droom, een visioen niet kunt blijven vasthouden voor jezelf: dan lost het op in het niets. Maar dat je het moet loslaten om, ermee gewapend als met een laaiend vuur, de eendere, de doodgewone, de barre, de aartsmoeilijke werkelijkheid van de toekomst tegemoet te gaan.

Als je het niet opzoekt, dat moment, als je de berg niet beklimt, dan ontdek je er de heerlijkheid niet van en doe je er de kracht niet van op. Als je het niet loslaat, dan verliest het zijn kracht voor de toekomst van elke dag die komen moet. En dan heeft het ook geen zin om het op te zoeken, om de berg te beklimmen.

Toepassingen voor ons eigen leven van dit unieke evangelie, visioen en parabel tegelijk, liggen voor het grijpen.

Mensen houden van elkaar. Man en vrouw zijn verliefd op elkaar. Ze zouden wel altijd bij elkaar willen zijn, daarboven op de Tabor van hun liefde. Maar ze moeten allebei naar het leven van alledag toe, naar hun dagtaak die hen scheidt en ver van elkaar weg kan voeren. Hun Taborervaring echter werkt door. Hun verbintenis, bezegeld door de morgenzoen, geeft kleur aan alle grijze momenten. En die doen hen weer terecht hunkeren en uitzien naar de omhelzing van de avond.

Als je het niet opzoekt, dat moment, dan vergeet je er de zoetheid van en doe je er de kracht niet van op. Als je het niet loslaat, dan verliest het zijn kracht om van te leven, ieder uur dat komen moet.

Schoonheid! Ieder van ons heeft er behoefte aan: een mooi beeld of een stukje muziek dat je echt ontroeren kan. Maar kunst om de kunst schiet aan zichzelf voorbij, mist zijn doel, maakt zichzelf zinloos en krachteloos. Een concert, een museumbezoek: je tankt je vol met wat je meemaakt, hoort en ziet. En je neemt die volle tank menselijkheid mee naar je dagelijkse doen, je ontmoeting met de anderen.

En nog over schoonheid gesproken … Van onze liturgie zeggen wij terecht dat ze niet mooi genoeg kan zijn, niet ‘Tabor’ genoeg, nooit echter zonder de band met het leven te verliezen. Ze moet zo mooi zijn dat ze ons stuwt naar het werk en de taak die ons wachten, en dat ze ons aantrekt en aanlokt vanuit al wat ons bekommert en bezighoudt.

De Tabor is de plaats bij uitstek van het gebed, van de contemplatie. Maar die Tabor van de aanbidding is enkel zichzelf, als hij een heen en weer inhoudt van en naar de dienstbaarheid en de broederlijkheid.

Ten slotte echter gaat het verhaal van de gedaanteverandering vóór alles over Jezus zelf: over zijn roeping, zijn zending waarvan Hij zich eens te meer bewust is geworden in dit moment van intieme vereniging met de Vader, en met op de achtergrond alles wat de Wet en de Profeten Hem erover te melden hadden. Ook voor Hem gaat het bergafwaarts van verheerlijking naar vernedering. Zijn toekomst heet: Olijven, doodsangst, Calvarië, kruis, zijn heengaan in Jeruzalem.

Tabor en kruis spreken elkaar echter niet tegen. De Tabor neemt het kruis niet weg, maar ook het kruis de Tabor niet. Uiteindelijk is het Taborverhaal het verhaal van een verrijzeniservaring die de Heer beleefd heeft om trouw te zijn aan de liefde, ook al tekenen lijden en kruis zich af als onvermijdelijke consequenties. Een verhaal dat ook ons hart kan vervullen om naar Pasen toe te leven.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x