Jaar C, Pinksteren

Pinksteren – Johannes 20,19-23

Met Pinksteren vieren wij het feest van de Heilige Geest. Het is zijn jaarlijkse feestdag, zijn verjaardag om zo te zeggen. Als mensen hun verjaardag vieren, worden ze een jaartje ouder. De Geest niet: Hij blijft even jong, want Hij wordt steeds opnieuw geboren uit de liefde van de Vader en de Zoon.

Er zijn nog heel wat andere verschilpunten tussen de verjaardag en het verjaardagsfeest van de Heilige Geest en die van mensen. Als zus verjaart, dan zegt ze: ik vier vandaag mijn verjaardag. Als wij zeggen dat wij zus’ verjaardag vieren, dan betekent dat gewoonlijk twee dingen: wij huldigen en feliciteren haar en wij nemen deel aan haar feest. Dat klopt nog allemaal min of meer. Pinksteren is het feest van de Heilige Geest. Wij vereren en huldigen Hem en wij nemen deel aan zijn feest. Maar dan begint het. Als zus jarig is, dan zegt ze bij zichzelf: ik neem vandaag een dagje vrij, ik doe vandaag lekker niets. Feesten en werken, dat gaat niet samen. De Geest pakt het anders aan. Voor Hem is zijn feest een gelegenheid om extra actief te zijn. Dan pas ‘werkt’ de Geest. En er staat niet weinig op zijn
programma: armen troosten, zieken genezen, wassen wat vuil is, vruchtbaar maken wat dor is, koesteren wat kil is, en nog veel meer. En dat alles doet Hij niet alleen ‘ter gelegenheid’ van zijn feest, het is voor Hem een feest dat te doen. Hij beleeft er zijn volle feestvreugde aan.

Als zus jarig is, organiseert zij een feestelijke bijeenkomst waarop zij haar goede vrienden en familieleden uitnodigt. Wij zijn er zeker bij. Zij ontvangt ons. Zij is blij dat we komen. De Geest organiseert zijn feest niet zelf, maar Hij vraagt ons het te doen. Hij nodigt ons niet uit, maar Hij wil dat wij Hem op het feest vragen. Hij ontvangt ons niet, maar Hij wil door ons ontvangen worden. Jezus zegt: ontvang de Heilige Geest, dan kun je zijn feest van verzoening en barmhartigheid vieren. De feesteling vraagt dus niet of wij naar Hem toe komen, maar Hij komt zelf naar ons toe. Het feest van de Geest heet evengoed de komst van de Heilige Geest. En komen doet Hij zeker, als wij Hem dat vragen: ‘Kom, Heilige Geest, en ontsteek in onze harten het vuur van uw liefde.’

Er is nog een verschil. Als wij naar zus’ verjaardagsfeest gaan, komen wij daar niet aan met enkel wat hartelijke en welgemeende gelukwensen. Er horen geschenken bij en die hebben wij meegebracht: een praktisch cadeau, zeker als wij weten dat ze iets nodig heeft, of een symbolisch cadeau. Bloemen zijn altijd welkom.

De Geest ontvangt geen geschenken. Wat zouden wij Hem wel te bieden hebben? Maar Hij deelt ze uit. Ieder krijgt er zeven (zeven is een volmaakt getal). Iedereen krijgt precies dezelfde zeven geschenken, maar verschillend gedoseerd al naargelang iedereen ze nodig heeft en kan gebruiken. Want de Geest schenkt geen symbolische, maar alleen praktische cadeaus. Geen speelgoed, maar dingen om wat mee te doen. Ook geen kostbaarheden om in een kluis op te bergen of in een pronkkast te etaleren. Zijn geschenken krijgen pas zin en betekenis, als ze gebruikt worden waarvoor ze dienen, als wie ze ontvangt ze zelf ook deelt, meedeelt en uitdeelt. Troost om te troosten, liefde om lief te hebben, vreugde om mensen blij en gelukkig te maken, vrede om vrede te stichten, en nog zoveel meer.

In de tweede lezing heeft Paulus het over de veelheid van geestesgaven die samen één geheel vormen, waardoor alles in allen tot stand wordt gebracht. Aan ieder van ons, zegt hij, wordt de Geest meegedeeld tot welzijn van allen.

In het evangelie noemt Johannes één geschenk dat specifiek verbonden is met het ontvangen van de Geest: de vergeving van de zonden, de verzoening, de barmhartigheid als het toch zo karakteristieke aspect van het dienstwerk, van de caritas.

In de eerste lezing, het meest typische en het bekendste pinksterverhaal, wordt ook één enkel geschenk genoemd, niet bij wijze van exclusiviteit maar van representativiteit. En het moet wel een heel groot en belangrijk cadeau zijn geweest, want Lucas zegt dat ze allen vervuld werden van de Heilige Geest. Al hun wensen vervuld! Ze waren er vol van.

Het geschenk zelf wordt niet als dusdanig genoemd, wel wat er het effect van was. Zij waren dermate vervuld van de Heilige Geest dat zij – ze konden niet anders, het gebeurde buiten hen om, er was geen houden aan – begonnen te spreken. In vreemde talen, zegt de verteller. Wat ze zeiden, vermeldt hij niet, maar wel dat eigenaardige verschijnsel dat ongeletterde mannen vreemde talen gingen spreken.

Het talenwonder van Pinksteren, wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Heeft het iets te maken met een miraculeuze simultaanvertaling avant la date? En waarom gaan die apostelen nu ineens vreemde talen spreken? Wij verbinden dat met de lange rij van vreemde volken, ieder met een eigen taal, die aansluitend worden opgesomd.

Maar ten eerste: al die vreemde mensen waren niet eens zo vreemd. Zij woonden in Jeruzalem, zegt het verhaal, en iedere bewoner van deze oude joods-religieuze wereldstad sprak meer dan een mondje Grieks of Aramees. Waarom dan niet gewoon Galilees praten? Petrus hadden ze toch ook verstaan, ondanks zijn Galileese tongval, op het binnenplein van het huis van de hogepriester destijds?

En ten tweede: het ging niet over een preek of toespraak, simultaan voor de groep leerlingen uitgesproken (stel je dat eens voor!). Want er was geen publiek. Dat kwam op het geluid af. Toeschouwers kwamen opzetten, terwijl de apostelen reeds aan het spreken waren. En vanwaar ook afkomstig, ze wisten wat ze hoorden, ze begrepen hen. Stomverbaasd waren ze, maar het was onmiskenbaar: ze hoorden hen spreken van Gods grote daden.

Het talenwonder van Pinksteren. Of: de catastrofe van Babel omgekeerd. De chaos die daar was ontstaan, de toestand van verwarring en verdeeldheid werd gesymboliseerd door de vele vreemde talen van onverstaanbaarheid en onbegrip. Lucas nu noemt met opzet die lange rij volken op, op wie plots de bezieling, de begeestering, de geestdrift van de apostelen, vervuld van de Heilige Geest, overslaat en onder wie even plots een nieuwe eenheid en saamhorigheid ontstaan om zich aan te sluiten bij wat de apostelen te vertellen hebben over Gods grote daden.

Maar daarmee weten wij nog steeds niet wat de Heilige Geest aan Jezus’ leerlingen op pinksterdag te vertellen en te vertolken gaf. En we hadden het toch zo graag geweten!

Het gregoriaans proprium van Pinksteren is een van de mooiste en geliefdste stukken uit het gehele repertorium. Wij noemen: het introitus `Spiritus Domini’; het `Alleluia — Veni Sancte Spiritus’; de sequentia met dezelfde titel en beginwoorden; de communio Tactus est repente’.

De tekst van de communiezang is een citaat uit het verhaal van Handelingen, maar dan ingekort. Ze werden vervuld van de Heilige Geest en spraken van Gods grote daden: loquentes magnalia Dei. Hier stopt het citaat. Punt! Maar het lied gaat nog even verder. Ik zou de punt door een dubbelpunt willen vervangen. Dan weten wij meteen uit onverdachte bron wat de leerlingen hebben gezegd.

Loquentes magnalia Dei – dubbelpunt – Alleluia. In alle mogelijke vreemde talen: Alleluia!
Verstaan en begrepen door alle volken, heel de wereld: Alleluia!

De allereerste en belangrijkste gave van de Heilige Geest, het pinkstergeschenk bij uitstek van Jezus aan zijn kerk is: de lofzang, Alleluia. Op voorwaarde van het logische gevolg dat de lofzang uit zichzelf uitmondt en overslaat in barmhartigheid en caritas.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x