Jaar C, Openbaring des Heren

Openbaring des Heren – Matteüs 2, 1-12

“En waar de ster bleef stille staan”, de titel van een prachtig verhaal van Felix Timmermans. Een titel die meer oproept dan het verhaal zelf, meer ook dan het Bijbelverhaal van Matteüs waaraan hij is ontleend; die oproept tot de meest onmogelijke mensendroom, in ieder zoekend hart ingeschreven, al weet dezelfde mens: de ster blijft niet stille staan, de tijd blijft niet stilstaan. Integendeel, het is een onomkeerbare levenservaring, dat wij op die steeds voortschrijdende en wegvliedende tijd geen vat hebben: wij ondergaan de tijd, hij ontglipt ons.

Hiertegenover staat het getuigenis van het boek van ons geloof: dat voor enkele wijzen uit het Oosten ooit de ster bleef stille staan, de tijd is blijven stilstaan. Dat wondere verhaal van enkele pelgrims, die op hun tocht hebben ervaren, hoe hun rusteloze zoeken tot rust kwam, hoe hun onafgebroken zoeken naar, vinden van werd.

Maar waar wij steeds maar zeggen geen tijd te hebben, nooit tijd genoeg te hebben ofwel, wat nog erger is, dat wij niet weten hoe de tijd te doden, daar hadden zij tijd genoeg, tijd over, wisten zij de hun toegemeten tijd voor deze pelgrimstocht optimaal te benutten.

Zij hebben mogen ontdekken en ervaren, dat in het huis waarboven de ster bleef stille staan, een eeuwig-durend ‘nú’ van ontmoeting mogelijk werd.

Een eeuwig-durend nu? Ervaren en weten wij niet, dat juist dit onmogelijk is? Dat het ‘nu’ precies het tegenovergestelde is van durend, laat staan van altijddurend? Het nu: een en al vluchtigheid en reeds voorbij.

Hoe beleven mensen de tijd? Of beter: hoe komt het dat mensen de tijd beleven als ongrijpbaar, onvatbaar, vluchtig, voorbij? Het heeft te maken met het feit, dat wij te weinig de dynamiek van iets beleven. Dat geldt zeker voor de dynamiek van de tijd. Wij ervaren geen of weinig dynamische eenheid tussen verleden, heden en toekomst; tussen gisteren, vandaag en morgen; tussen toen, nu en straks; tussen jeugd, volwassenheid, ouderdom.

Mensen zijn onvoldaan en ontevreden met het verleden, enerzijds, omdat het geen voldoening schonk door eigen schuld of andermans fout, en dat wil je dan maar zo snel en zo goed mogelijk vergeten; anderzijds, omdat het voorbij is, en daar sta je dan, machteloos om het te blijven vasthouden met enkel maar wat weemoedige herinnering. Vergeten of niet kunnen vergeten; willen onthouden en het niet kunnen vasthouden. Mensen zijn ongerust over de toekomst, want die ken je niet en die is onzeker, en dan klamp je je maar liever vast aan het enige dat je rest: die knakkende strohalm van het nu.

De pelgrims van Driekoningen hebben die dynamiek van de tijd wél beleefd. Wijsheid, zoekend wat in de sterren geschreven staat, ontdekt – in haar volgehouden zoektocht – dat, eens, de ster is blijven stille staan.

Dat wil zeggen, dat het zoekende mensen gegeven is te ontdekken, dat je het verleden niet hoeft te vergeten vanwege onvoldaanheid, vanwege fout, want iets anders is mogelijk en nodig, namelijk: vergeven, geven en vragen en krijgen en aannemen van vergeving; dat je je niet hoeft te schamen om je nostalgie, want ook voor het bewaren van de zoete herinnering is iets anders mogelijk en nodig dan enkel heimwee, namelijk: dankbaarheid.

Mensen van vergeving en dankbaarheid zijn mensen, die het verleden in het heden kunnen integreren tot een aanhoudend nu.

En tegenover de onbekende en onzekere toekomst bestaat voor de mens een andere mogelijkheid dan angst – levensangst, doodsangst; een unieke kans, namelijk in plaats van ongerustheid, vertrouwen; in plaats van bang afwachten, hoopvol verwachten.

Mensen van hoop zijn ,mensen die de toekomst in het heden kunnen integreren tot een voortdurend nu. Mensen van verzoening, dankbaarheid, vertrouwen: mensen van waar de ster bleef stille staan.

Je zou hen ook mensen van gebed kunnen noemen, bij bepaling mensen van gebed. Want zijn vergeving, dank en vertrouwvol uitzien naar genade niet de drie essentiële aspecten van wat wij bidden noemen? De drie aspecten ook van het ‘aan’bidden van de drie wijzen, uitgedrukt in hun drie geschenken: goud, wierook, mirre.

Mirre van genezing – Heer, ontferm U over ons.

Wierook van de hulde – wij loven U, wij prijzen en aanbidden U, wij danken U.

Goud van rijkdom voor de toekomst – geef ons heden ons dagelijks brood.

Moge dit feest van Driekoningen opnieuw de ster doen stille staan boven het huis van de mensen die dit feest vieren, en van hen in wier plaats wij – in geloof – dit feest vieren.

Moge de ster, moge de tijd blijven stille staan boven het huis van mensen, die muziek maken, zingen en spelen en luisteren. Want muziek is een kunst die de tijd doet stilstaan, die in de tijd verlopende ritmes en melodieën tot een eenheid structureert, die je als een nu ervaren kunt en waarvan je genieten kunt.

Is allicht daarom mensenmuziek een voor de hand liggende krachtbron bij uitstek voor het vieren van de goddelijke liturgie?

Moge de tijd dan ook blijven stilstaan voor mensen, voor ons, nu en telkens als wij dat heerlijke moment mogen ervaren van stil gebed en uitbundige lofzang, van aanbidding en gemeenschapsviering, van sacrament, van eucharistie. Voor als wij bidden om vergeving, als wij dankbaar gedenken de daden des Heren, als wij uitzien naar zijn komst in heerlijkheid.

Een takje mirre, een wolkje wierook, een klompje goud van mensen voor de Heer.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x