Jaar C, Hemelvaartsdag

Hemelvaart – Lucas 24, 46-53

De leerlingen keerden met grote blijdschap naar Jeruzalem terug. Zij hielden zich voortdurend op in de tempel en zij verheerlijkten God. Zo eindigt het evangelie volgens Lucas.

Buiten de paastijd komt de eerste lezing van de woorddienst steeds uit het Oude Testament. Op de een of andere wijze houdt ze verband met het evangelie: als een parallel verhaal, een voorafbeelding, een profetie die in het evangelie haar vervulling vindt. Deze dynamiek culmineert in de uitgebreide lezingendienst van de paaswake. Het Pascha van de Heer is de vervulling van alles wat over Hem in de Schriften geschreven staat.

In de paastijd komt de eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen. Ook zij staat in verband met het evangelie. Maar de dynamiek werkt in de andere richting. Pasen is zelf profetie bij uitstek geworden. De verrijzenis van de Heer geeft zin en kracht aan de toekomst van zijn kerk, vanaf haar eerste begin.

Hemelvaart is op dit vlak een uniek geval. De eerste lezing uit Handelingen en die uit het evangelie brengen hetzelfde verhaal. In het C-jaar is het zelfs van dezelfde auteur.

Onze dynamiek werkt in twee richtingen. Van evangelie naar Handelingen toe is de boodschap dat dit afscheid niet het einde is, maar een nieuw begin. Vanuit Handelingen naar het evangelie kijken leert ons dat het niet over een totaal nieuw begin gaat, iets dat van meet af aan moet opstarten, maar dat het een logische voortzetting is van de heilsgeschiedenis en van haar hoogtepunt, Christus’ paasmysterie.

Handelingen en evangelie brengen vandaag dus hetzelfde verhaal over hetzelfde feit en van dezelfde auteur. En toch zijn beide versies niet identiek. Hetzelfde gebeuren wordt door dezelfde schrijver op een iets andere wijze verteld. Mensen hebben het daar moeilijk mee. Is het dan nog geloofwaardig? vragen ze zich af; en wat is nu de ware geschiedenis, de juiste versie?

Met die ingesteldheid van ‘het klopt niet, dus is het niet waar, niet echt’ mag je de Bijbel niet lezen. De Schriften, inclusief evangelies en Handelingen, zijn geen pure biografieën in de zin, zoals onze moderne geschiedschrijving dat verstaat: gelokaliseerd, gedateerd, gechronometreerd, gecontroleerd. De Schrift is verkondiging, predicatie in de vorm van geschiedenis en biografie, levensbeschrijving en relaas van gebeurtenissen: het verhaal als catechesemedium bij uitstek. De Schrift is uiteraard gebaseerd op feiten, historische feiten, maar de weergave ervan is sterk getekend door de manier waarop deze feiten door de getuigen werden
beleefd en begrepen; door de zin en de betekenis die ooggetuigen erin hebben ontdekt en eraan hebben gegeven. Geen historie maar, zoals het Frans dat zo mooi verwoordt, een ‘histoire vécue’. Als stelregel geldt dat een feit samen met zijn beleving en betekenis, resulteert in het verhaal dat je dan een ‘groot’ verhaal kunt noemen. Dan zijn verschillen niet per se onoverkomelijke hinderpalen, maar vaak een verrijking, een aanvulling: een welkome aanvulling ten aanzien van een soms complexe realiteit die niet in één keer en op één enkele manier uit te drukken is.

Dat betekent niet dat wij aan het feit zelf voorbij kunnen gaan, dat wij zouden mogen vergeten of ontkennen dat het over een werkelijkheid, een feitelijkheid, een gebeuren gaat. Elementaire vragen als waar en wanneer zijn niet misplaatst, overbodig of onbelangrijk. En het antwoord op die vragen kan – zowel wat de eventuele verschillen betreft als zeker ook de gelijkenissen – veel bijdragen tot een juister begrip van een gebeuren en een dieper inzicht in de betekenis ervan.

Waar en wanneer? Wanneer is volgens de Schriften de hemelvaart van Jezus juist gebeurd? En waar heeft deze volgens de Bijbel juist plaatsgevonden?

De eerste vraag – wanneer – levert een opmerkelijk verschillend antwoord op. Het evangelie situeert Hemelvaart op paasdag zelf. Op die ene dag ontdekken de vrouwen dat het graf leeg is, herkennen de leerlingen van Emmaüs de Verrezene aan het breken van het Brood, verschijnt Jezus aan de elf in Jeruzalem, neemt afscheid en wordt ten hemel opgenomen. Het volle accent ligt – terecht – op de eenheid van het ene paasmysterie. In dezelfde zin zal de evangelist Johannes Pinksteren op de avond van de eerste dag plaatsen, als de Heer aan zijn vrienden verschijnt en tot hen zegt: ‘Ontvang de Heilige Geest.’ Na palmpasen, kruispasen en verrijzenispasen hebben wij alle reden om die lijn verder te trekken en te spreken over hemelvaartpasen en pinksterpasen.

Handelingen situeert Jezus’ hemelvaart veertig dagen na Pasen. Nog eens tien dagen later wordt het dan Pinksteren. Dat is de vijftigste dag, de dag van de voltooiing: zevenmaal zeven plus één zegt de Bijbelse getallensymboliek. Een periode van veertig (jaren of) dagen geldt als een afgerond geheel van voorbereiding of in dit geval – van afwerking: ‘ver’werking door de leerlingen van de verrijzenis. De bekroning moet nog komen: als de Geest zal zijn neergedaald; én – zo eindigt het hemelvaartverhaal in Handelingen – als de Heer zal zijn wedergekomen.

Het verhaal van Handelingen werkt dus als een prisma dat het ene witte licht breekt in een spectrum van regenboogkleuren. De verschillende facetten van de ene realiteit worden duidelijk onderscheiden, zonder dat ze van elkaar ‘ge’scheiden worden. Hemelvaart beklemtoont – binnen het ene paasmysterie – Jezus’ verheerlijking, zijn thuiskomst bij de Vader. Op die manier wordt de beleving van dat ene paasgeheim voor ons, mensen, toegankelijker. Zo wordt het ons mogelijk om liturgie te vieren, gestalte te geven aan het kerkelijk jaar met de hoogvlakte van Pasen als één geheel met drie onderscheiden maar onscheidbare piekpunten. Hemelvaart is een liturgisch unicum waar door beide verhalen, Handelingen en evangelie, na elkaar verteld, een prisma vanuit één gezichtspunt de kleuren breekt om ze vanuit een ander oogpunt weer samen te voegen.

Op de vraag waar de hemelvaart heeft plaatsgevonden, zijn de antwoorden veeleer gelijkluidend: even buiten Jeruzalem. Het evangelie zegt dat Jezus de elf uit Jeruzalem wegleidde tot bij Bethanië, op zowat een halfuurtje loopafstand. Het vers in Handelingen dat aansluit op de eerste lezing, zegt dat de leerlingen na de hemelvaart van de Olijfberg naar Jeruzalem terugkeerden. Bethanië ligt aan de oostzijde van de Olijfberg. Laat het er ons dus bij houden dat beide verhalen de hemelvaart situeren op de Olijfberg in de nabijheid van de Stad. Wat is hier het belang van? De juiste lokalisering? Daar gaat het niet om.

Heel het Lucasevangelie is één grote reis naar Jeruzalem. Bij het afscheid op de avond voor zijn lijden gaat het even naar de Olijfberg toe. Vandaar vertrekt Jezus’ lijdens- en kruisweg definitief naar Jeruzalem. Maar voor het tweede afscheid, dat van de Verrezene, voert de Heer hen weer naar de Olijfberg. En vandaar zullen de leerlingen achteraf naar Jeruzalem teruggaan. Einde van het Lucasevangelie.

Handelingen is net de weerspiegeling hiervan. Hier is uiteraard enkel sprake van het tweede afscheid, waarvoor ze eveneens naar de Olijfberg getrokken zijn. Dan gaat het wat de leerlingen betreft nog even naar de stad terug: voor de komst van de Geest; en daarna voorgoed van Jeruzalem weg: de wijde wereld in.

Jeruzalem is de plaats waar het Pascha zich voltrekt. Daar gaat alles heen. Vandaar vertrekt alles.

De Olijfberg is de plaats van het afscheid. Het eerste afscheid, dat na het intieme vriendenfeest van het Laatste Avondmaal, is een afscheid, of beter gezegd: een vlucht in ontrouw en wanhoop, in grote droefheid. Het tweede afscheid is geen vlucht meer, integendeel. Ze blijven bij elkaar nu, zelfs Hij blijft bij hen, zo luiden zijn laatste woorden: in trouw en hoop, in grote vreugde zelfs.

Wij blijven nog even stilstaan bij twee details van dat merkwaardige slot van het Lucasevangelie. In het voorlaatste vers staat dat zij met grote blijdschap naar Jeruzalem terugkeerden. Die beide woorden, dat begrip `grote blijdschap’, in het Grieks ‘chara megalei’, komt maar twee keer voor in het hele evangelie van Lucas: hier en bij de aankondiging van de geboorte door de engel aan de herders (Lc 2,10): ‘Zie, ik verkondig u een grote vreugde.’ Lucas’ hele evangelie wordt hierdoor ingekaderd en getekend als één Blijde Boodschap in de ware zin van het woord.

In het laatste vers staat dat zij in Jeruzalem voortdurend in de tempel verbleven en God verheerlijkten. Het Lucasevangelie eindigt daar waar en op de wijze waarop het ook begonnen is: met het verhaal van het wierookoffer van lofprijzing van Zacharias. De Blijde Boodschap begint en eindigt met de lofzang in de tempel van Jeruzalem.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x