Jaar C, Feest van de Moeder Gods

1 januari – Lucas 2, 16-21
Feest van de Moeder Gods

Zoals op de vierde zondag van de advent, een kleine week voor Kerstmis, Maria in de liturgie een hoofdrol speelt – voorbeeld van verwachting en ommekeer, voorbeeld van gedrevenheid en vreugde, van dienstbaarheid en lofzang: zo hebben wij haar ontmoet in het verhaal van haar bezoek aan Elisabeth, dat uitmondt in het Magnificat – zo treedt zij ook op de eerste dag van het nieuwe jaar, een week na Kerstmis, volop op het voorplan. Wij vieren het feest van de Moeder Gods.

Een mooie parallel is dat wel, zeer duidelijk is het niet.

Op het eerste gezicht lijken de twee grote eindejaarsfeesten, Kerstmis en Nieuwjaar, goed verdeeld tussen de hemel en de aarde, God en de mensen, de kerk en de wereld. Kerstmis als het kerkelijk feest bij uitstek in de beginperiode van een nieuw kerkelijk jaar, en Nieuwjaar als hét burgerlijk feest waarmee het nieuwe kalenderjaar van start gaat.

Terecht beklagen wij er ons over dat mensen met zoveel hardnekkigheid en inventiviteit het christelijk kerstfeest trachten te verburgerlijken, te profaniseren. Kunnen wij er andersom de kerk niet een beetje van verdenken Nieuwjaar het koste wat het kost te willen kerstenen en het de vrolijk feestvierende wereld als het ware te ontfutselen? Als bewijs hiervoor kan gelden, hoe in de loop der jaren talrijke liturgische feesten elkaar op i januari hebben opgevolgd: net of de liturgiemakers niet tevreden waren met hun vorige poging tot sacralisering en er telkens dan maar een nieuwe op waagden.

Eerst was 1 januari gewoonweg en niet méér dan de octaafdag van Kerstmis, de achtste dag. Het laatste vers van het dagevangelie wijst daar nog op: ‘Toen de acht dagen voorbij waren…’ Maar de viering van zomaar een achtste dag kan mensen moeilijk voldoen, als het hun toch te doen is om de eerste dag van het nieuwe jaar.

Een volgende poging was geïnspireerd door het vervolg van hetzelfde Lucasvers: ‘Toen de acht dagen voorbij waren en men het Kind moest besnijden…’: het feest van de besnijdenis. Ook dat kon moeilijk voldoen. Reeds voor de evangelist zelf was de besnijdenis van veel minder belang, dan wel dat bij die gelegenheid aan het Kind zijn naam werd gegeven, door de engel aangekondigd maar sindsdien tot hiertoe niet meer genoemd.

1 Januari werd het feest van de Naam van Jezus. Dat was mooi en zinvol. In Jezus’ naam beginnen wij het nieuwe jaar. In zijn Naam zegenen wij het nieuwe jaar. In Jezus’ naam wensen wij elkaar alle goeds toe. In zijn Naam zullen wij er zijn voor elkaar. In zijn Naam zegenen wij elkaar.

Vaticanum II heeft nog maar eens een nieuwe poging ondernomen. Nu is Nieuwjaar het feest van de Moeder Gods, de feestdag van het goddelijk moederschap van Maria.

Is de vierde keer de goede keer geweest? Als je de schriftlezingen van de liturgie oppervlakkig bekijkt, lijkt het ook ditmaal geen voltreffer. De tweede lezing lijkt er bijgesleept: de enige Paulustekst die over de Moeder gaat, en dan nog slechts impliciet en niet eens zo piëteitsvol. De eerste lezing is een prachtige nieuwjaarstekst, maar heeft niets te maken met Kerstmis, met Jezus’ geboorte of Maria’s moederschap. Het evangelie is volop een kerstevangelie. Het komt ook voor in het formulier van de zogeheten ‘dageraadsmis’ op 25 december, op het laatste vers na dat over de achtste dag, over de besnijdenis, over de naam van Jezus gaat.

Eén vers uit deze perikoop gaat uitdrukkelijk over Maria: ‘Zij bewaarde al het gebeurde in haar hart en overwoog het bij zichzelf.’

Met datzelfde vers zal Lucas zijn kindheidsevangelie afsluiten: als de heilige Familie na de terugvinding van Jezus in de tempel weer thuis is gekomen in Nazareth.

Uiteraard is het een opvallende karakteristiek van een moeder dat zij zich haarfijn alles rondom de geboorte en de eerste levensdagen en -jaren van haar kind herinnert en daar telkens op zal terugvallen later, bij tal van gelegenheden tijdens het volwassen leven van zoon- of dochterlief. Zo is dat ook het geval geweest bij Moeder Maria ten aanzien van zovele wondere dingen uit het prille leven van haar Zoon. Maar is dat nu het belangrijkste kenmerk, is dat de essentie van wat wij vandaag willen vieren als zijnde het mysterie van het goddelijk moederschap van Maria?

Misschien komen wij een stapje verder in de ontdekking hiervan, als wij de Maria van de advent in relatie brengen met de Maria van vandaag: de Maria van de verwachting en de ommekeer, de gedrevenheid en de vreugde, de dienstbaarheid en de lofzang; in relatie gebracht met de Maria van de herinnering en de overweging; beide door Kerstmis, door de menswording met elkaar verbonden en tot vervulling gebracht.
Kerstmis is de dag van God, de definitieve dag van God. Zijn welbehagen in de mensen is van dien aard dat Hijzelf mens is geworden, een van de onzen. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

Nieuwjaar is de dag van de mensen: in de handen van mensen heeft God zijn eigen lot gelegd, uit wie Hij geboren is willen worden, aan wie Hij zich toevertrouwt, van wie Hij zich afhankelijk heeft gemaakt in Jezus de Heer.

Nieuwjaar is het feest van de door God zelf gewilde, noodzakelijke medewerking van de mens aan Gods menswording, aan de schepping zelf en de verlossing zelf.

En Maria is daar het voorbeeld van, het oerbeeld, het model, het toonbeeld van medewerking, mede-schepping, mede-verlossing.

Uit haar is God mens geworden. De eerste dag van de mensen is terecht de feestdag van Maria-Moeder, het feest van haar goddelijk moederschap.

Dan gaat het niet over een biologisch feit zonder meer en op zich. Het gaat over een mensenleven dat integraal en totaal in de naam van Jezus wordt geleefd, zodat het heel dicht bij Gods eigen leven staat: als alle verwachting en ommekeer, alle gedrevenheid en vreugde, alle dienstbaarheid en lofzang, door overweging en herinnering, fundamenteel en voortdurend putten uit en geïnspireerd worden door de woorden en daden des Heren, door de boodschap en de levensgave van Jezus Christus. Haar verwachting: ze hebben geen wijn meer. Haar gedrevenheid: doe maar wat Hij u zeggen zal. Haar ommekeer: vrouw, ziedaar uw zoon. Haar dienstbaarheid: ziedaar uw moeder. Haar vreugde en haar lofzang: Alleluia, Hij is verrezen op de derde dag.

Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons. Wijs ons Jezus aan. Reik ons Jezus aan. Leer ons Jezus aan: dat zijn leven ook ons zo mag aangrijpen en boeien dat ook ons verwachten en doen, onze gedrevenheid en vreugde, ons dienstwerk aan de aarde en onze lofzang tot de hemel uitgaan van en afgestemd zijn op Hem van wie ons hart vervuld is.

Vol van genade zijt gij. De Heer is met u. Gezegend zijt gij onder alle vrouwen. Gezegend is de vrucht van uw schoot. De naam van de Heer zij gezegend. En dit nieuwe jaar van de mensen zij gezegend in zijn Naam.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x