Jaar C, Feest van de Heilige Familie

Zondag na Kerstmis
Feest van de heilige Familie – Lucas 2,41-52

Met het feest van de heilige Familie wil de kerk ons het gezin van Nazareth voorhouden als het model voor het katholieke gezin van vandaag.

Vanzelfsprekend is dat zomaar niet. Het leefpatroon van de familie is nu heel anders dan dat van circa 1900, toen het feest werd ingesteld. En dat verschilt op zijn beurt heel sterk van het leefpatroon van het gezin in de middeleeuwen of in het oude Oosten van Jezus, Maria en Jozef.

Op mijlen afstand daarvandaan, qua idealen en levenswijze, heeft het gezin van onze dagen zich mee ontwikkeld met de tijd en de vooruitgang.

Heel de samenleving ziet er fundamenteel anders uit, ook wat het gezin betreft.

Dat wil niet zeggen dat het allemaal beter of veel minder goed geworden is. Je kunt uiteraard niet voorbij aan de vaststelling dat meer dan ooit vele huwelijken stranden. Maar minstens even opvallend is die andere vaststelling dat waar huwelijken stranden, gezinnen blijven bestaan. Als de affectie tussen man en vrouw kwijnt of verdwijnt, wordt het contract van trouw opgezegd. Maar het contract met de kinderen kun je niet opzeggen. En ook de affectie tussen gescheiden ouders en hun kinderen blijft bijna altijd behouden.

Met dat verwarde kluwen van aan herkomst en ontwikkeling, aan welvaart en sociale status gebonden leefpatronen, van idealen en mislukkingen vieren wij vandaag gezinsdag, het feest van de heilige Familie.

Binnen de driejaarlijkse lezingencyclus komen op dit feest ook drie verschillende evangelielezingen aan bod. In jaar A het verhaal van de vlucht naar Egypte, in het B-jaar het verhaal van de opdracht in de tempel en in het C-jaar het verhaal van de terugvinding in de tempel. Méér is er in de evangelies niet te vinden over het gezin van Maria en Jozef.

De vraag is dan: welke boodschap, welke inspiratie kunnen wij in het licht van Kerstmis, voor alle tijden en vooral voor onze tijd met zijn harmonieuze en zijn gekwetste gezinnen, putten uit deze drie mooie maar tegelijk moeilijke evangelieverhalen?

Kerstmis maakt duidelijk dat God een beroep doet op mensen om Hem bij te staan in zijn menswording. Jezus heeft ouders nodig om voor Hem te zorgen. De allereerste consequentie van de incarnatie is dat Jezus Christus kind werd in een gezin, net zoals ieder kind ter wereld.

De boodschap van deze feestdag is dan ook vóór alles dat het in het gezin in de eerste plaats om het kind te doen is, zeker zolang het niet voor zichzelf kan instaan. Daarom zijn ouders het aan elkaar verplicht, ook als affectiviteit hen niet meer verbindt, ervoor te zorgen dat ze allebei hun beschermende en zorgende taak ten overstaan van hun kinderen waarmaken.

Neem het Kind en zijn Moeder en vlucht ermee voor hen die hen naar het leven staan.

Dat is geen kwestie van moraal of ethiek: van zo hoort het. Feit is niet minder dan de erkenning en de eerbiediging van het diepste mensenmysterie, zoals God zelf daarin heeft willen delen: dat ouders instaan voor hun kinderen.

Allicht worden kinderen door alle vooruitgang, ook die van de zorgindustrie, nu vlugger groot dan vroeger. Maar tegelijk blijven zij langer hulpbehoevend omdat – vanwege diezelfde vooruitgang – de zorg veel verder reikt dan vroeger, wat opvoeding en opleiding betreft.

Je moet voor je kinderen zorgen en hen beschermen. Je moet hen daarom ook afschermen in een veilig nest. Kinderen hebben behoefte aan een thuis.

Toen Jozef vernam dat Herodes gestorven was, trok hij naar Galilea en vestigde zich in de stad Nazareth. Die behoefte aan een thuis wordt dubbel zo groot in gescheiden gezinnen. Mensen kunnen misschien wel van rechtswege ontslagen worden van hun echtelijke plichten tegenover elkaar, maar niet van hun gezamenlijke plicht om in te staan voor geborgenheid en veiligheid, voor een plek waar hun kind zich thuis weet en thuis voelt.

Het is treffend dat bij vrij jonge ouders die uit elkaar zijn gegaan, dit stukje gemeenzame bekommernis vaak intact overeind blijft. Misschien is het een klein teken van hoop dat wij de crisis van huwelijk en gezin ooit te boven zullen komen.

Je moet je kinderen een thuis bezorgen en afschermen, maar niet isoleren en inkapselen. Zodra het kan, moet je de banden aanhalen met de grote familie en met de maatschappij: op de veertigste dag, zegt het verhaal van de opdracht in de tempel. Gezinnen hebben er behoefte aan opgenomen te worden in de gemeenschap, zowel de kinderen als hun ouders. En deze laatsten moeten daar de eerste nodige stappen voor zetten.

Tussen haakjes… dit evangelie dat hetzelfde is als van Lichtmis, doet als situatie een beetje denken aan de kinderdoop. Ook daar gaat het niet zonder meer over een reinigingsritus voor het zielenheil van het individuutje, maar over een gemeenschapsgebeuren dat het gezin overstijgt en opneemt. Het doopselsacrament als symbool voor de opname van een kind in de kerkgemeenschap en als symbool voor het toebehoren van elk leven aan zijn Schepper.

Laten wij de haakjes sluiten en opnieuw onze aandacht even richten op kinderen uit gekwetste gezinnen. Misschien nog meer dan anderen hebben deze kinderen er behoefte aan zich vroegtijdig opgenomen te weten in een ruimere gemeenschap. En ook hun gescheiden ouders hebben daar behoefte aan: te ervaren dat kerk of familie hen niet buiten kijkt; te weten dat zij worden erkend en met raad en daad omringd: met de wijsheid en de ervaring, de trouw en de vroomheid van Simeon en Hanna.

Het derde verhaal, dat van vandaag, is het verhaal van de terugvinding. Vaak leest men het als prototype van kinderlijke gehoorzaamheid binnen het gezin. Hij ging met hen mee en was hun onderdanig. En dat bleef zo, totdat Hij als dertigjarige zijn openbare leven begon, zo wil het de goede Bijbelverstaander. Dat is zeker niet de kern van het verhaal en zijn boodschap. De kern betreft de aan het slotvers voorafgaande contradictie tussen Maria’s woord en Jezus’ wederwoord.

Uw vader en ik, wij hebben u gezocht. – Wist gij dan niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn? Geen discussie, geen ontkenning, geen weerlegging, maar gewoon naast elkaar door. Het gaat zomaar niet over een eerste puberale uiting van zelfstandigheidsdrang en volwassenwording. Dit is geen generatieconflict. Duidelijk wordt hier gesteld dat de Mensenzoon in de eerste plaats Zoon van God is, dat een spirituele band sterker kan binden dan de sterkste biologische band, zonder dat de ene de andere opheft.

Hoe hecht ook de verbondenheid van het gezin, het kind moet ruimte krijgen voor eigenheid, niet alleen in het vooruitzicht van zijn volwassenheid, maar – vanaf zijn prille bewustzijn en bewustwording – ruimte voor zijn eigen geheim. Zelfs de liefste en meest bezorgde ouders kunnen dat niet doorgronden en mogen ook niet proberen het te doorgronden op gevaar af van het door te prikken en te doorboren. Ouders kunnen enkel maar eerbied hebben voor dit geheim, hoeveel pijn het ook kan doen te voelen dat je kind nooit helemaal jouw kind is.

In gescheiden gezinnen komt het voor dat de ene ouder zijn kind gemakkelijk loslaat, omdat de andere er zich des te feller aan vastklampt. Je ziet maar hoe je het rooit, zegt de een. Je mag voor mij geen enkel geheim hebben, zegt de ander.

Mogen zij, mogen alle ouders hun kinderen eerbiedigen: in de zorg en het vertrouwen die ze nodig hebben, én in het grote levensgeheim dat ze in zich dragen. Eerbied is het waarmerk van de authentieke liefde.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x