Jaar C, DHJ 29

Negenentwintigste zondag door het jaar C – Lucas 18, 1-8

Het eerste vers van een evangelieperikoop geeft vaak duidelijk aan waarover het verderop zal gaan. Ook vandaag is dat zo. In een gelijkenis leerde Jezus aan zijn leerlingen dat zij steeds moesten bidden en daarin niet versagen.

Vele Bijbeluitgaven plaatsen ondertitels boven fragmenten, als die een min of meer afgerond geheel vormen. Die titels behoren niet tot de gewijde tekst zelf, maar zijn een toevoeging vanwege de uitgever, de vertaler of de exegeet die op die manier een eigen accent legt op wat volgt.

De Willibrordvertaling betitelt de perikoop van vandaag als: ‘Het volhardend gebed.’ Dat knoopt goed aan bij vers 1. Meteen ligt de klemtoon op de rol die de weduwe in de parabel speelt. Een hedendaagse protestantse bijbel heeft als titel ‘De onrechtvaardige rechter’ en legt dus het accent op diens rol in de gelijkenis die Jezus vertelt.

De oude Canisiusvertaling schrijft bovenaan: ‘De weduwe en de rechter.’ Op het eerste gezicht wordt daarmee geen bijzonder accent gelegd. Bij nader toezien is dat toch wel het geval, namelijk op de relatie tussen beide antagonisten. Daar zal het uiteindelijk om te doen zijn: bidden als het kenmerk bij uitstek van een relatie. Maar dan moeten in die relatie beide antagonisten vervangen worden, want tussen weduwe en rechter is het allesbehalve wat het zijn moet om hun relatie als prototype te stellen van wat bidden is of moet zijn.

De onrechtvaardige rechter die enkel maar ingaat op het aanhoudend smeken en eisen van de weduwe om van haar gezaag en gezeur verlost te zijn, die vervangen moet worden door een algoede en barmhartige Vader, die in zijn vaderhart wel betere redenen vindt om naar zijn kinderen te luisteren en graag naar hen te luisteren.

Maar ook de rechteloze weduwe die noodgedwongen niet anders kan doen dan smeken en eisen en dreigen zelfs, moet worden vervangen door een kind dat de rechtmatige erfgenaam is van alle rijkdom en liefde van zijn Vader. Dat kind zal zeker heel wat meer gespreksstof met Papa hebben dan alleen maar aan zijn hoofd zeuren en zagen om iets te krijgen.

Het accent ligt niet op bidden als het forceren van een ontwrichte relatie, zij het met gunstige afloop. Neen, het accent ligt op de diepte en de rijkdom van een bevoorrechte relatie, een liefdesrelatie. Daar moet het ‘steeds bidden’ waartoe Jezus zijn leerlingen oproept, gesitueerd worden: het ‘onophoudelijk gesprek met de Zwijgende’, zoals Karl Rahner bidden ooit noemde.

Bidden is dan ook niet alleen maar vragen om te krijgen, niet zonder meer een smeekgebed van oeverloos veel woorden. Het is veel meer dan dat. Het is de uiting van alle facetten van de liefdesrelatie tussen Vader en kind. Bidden is een liefdesverklaring van de ene geliefde aan de andere; van een kind aan zijn ouders; van een schepsel aan zijn Schepper.

Bidden is uiting van waardering en bewondering. Ik zie je graag: je bent zo sterk, je bent zo mooi, je bent zo goed. Bidden is aanbidding. Bidden is uitdrukking van dankbaarheid. Dank je wel voor gisteren en vandaag, en zelfs bij voorbaat voor morgen. Bidden is je fout toegeven en om excuus vragen, in de zekere hoop dat je daarop rekenen kunt. Sorry voor de last die ik je bezorg. En bidden is óók smeekgebed. Wil je alsjeblieft straks of morgen wat voor me doen?

In deze totaliteit kan de laatste vorm, het smeekgebed, met alle aandrang en volharding gebeuren, omdat het steunt op de andere facetten: de hulde, de dank. Daarom ook, omdat het in dit geheel is ingebed, is het in zijn bestaansreden niet afhankelijk van gegarandeerd succes. Hoe vaak lijkt ons smeekgebed niet te worden gehoord of verhoord?

Het is zoals bij twee geliefden die alles voor elkaar doen, zeker als het gaat over een uitdrukkelijke vraag van de ene aan de andere. Maar als het dan toch eens niet goed uitkomt, niet schikt of niet mogelijk is, dan is dat geen reden om de liefde zelf in vraag te stellen en de relatie daardoor te laten vertroebelen. Integendeel, het kan de hand nog versterken, want uitzuiveren van voorwaardelijkheid. En anderzijds is het een goede aanleiding om met nog meer aandrang de vragen te stellen die je de ander te stellen hebt.

Het einde van de perikoop is een opmerkelijke relativering die aan de goede afloop van het verhaal wordt toegevoegd: zal de Mensenzoon bij zijn komst het geloof op aarde vinden? Wat wordt hiermee bedoeld?

Mij doet het in elk geval terugdenken aan het evangelie van veertien dagen geleden. Dat begon toen met de vraag van de apostelen: Heer, geef ons meer geloof!

De aanleiding tot die vraag was een voorafgaandelijke tweevoudige aanmaning van Jezus: om geen ergernis te geven aan kleine mensen en om steeds bereid te zijn tot vergeving; een oproep tot fijngevoeligheid en verdraagzaamheid. Deze beide schoonmenselijke eigenschappen zijn dus noch min noch meer criteria van geloof. Geef ons meer geloof! Maak ons fijngevoelig en verdraagzaam! Betekent het slot van het evangelie vandaag misschien wel: zal de Mensenzoon bij zijn komst fijngevoeligheid en verdraagzaamheid op aarde vinden? Bij biddende mensen, tussen weduwen en rechters?

Aansluitend op de vraag van de leerlingen naar meer geloof vertelde Jezus een dubbele gelijkenis: die van het mosterdzaadje en de moerbei-boom en die van de loyale dienaar die uitvoert wat hij zijn meester verplicht is. De eigenschappen die hier naar voren treden, zijn toe te voegen aan ons lijstje geloofscriteria: zelfvertrouwen en zich toevertrouwen aan de ene kant, dienstbaarheid aan de andere kant. Geef ons meer geloof! Geef ons meer vertrouwen in onszelf en in elkaar; geef ons een edelmoedig en dienstbaar hart! Maar zal de Mensenzoon bij zijn komst vertrouwen en broederlijkheid op aarde vinden? Tussen weduwen en rechters? Bij mensen die bidden?

Vier kenmerkende eigenschappen van goede menselijke relaties zijn evenveel typische en onvervreemdbare criteria van een goede relatie tussen God en mens, tussen mensen en hun Schepper, hun Vader die in de hemel is. En zo wordt de kring gesloten.

Fijngevoeligheid en verdraagzaamheid, vertrouwen en dienstbaarheid zullen uitgroeien tot geloof. Andersom zal geloof de vruchtbare voedingsbodem zijn voor fijngevoeligheid en vergevingsgezindheid, voor vertrouwen en dienstvaardigheid.

Vandaag wordt aan dit alles een element of criterium toegevoegd; dat element zal precies instaan voor het sluiten en gesloten houden van de kring: het bidden.

Maar het keervers van het lied blijft eender, zij het met een lichte variante qua woordkeuze.

Biddende mensen zijn of worden fijngevoelige mensen, verdraagzame mensen, mensen van vertrouwen, dienende mensen. En dat werkt ook weer in de tegengestelde richting: fijngevoelige, vergevingsgezinde, vertrouwvolle, dienstbare mensen vinden in zichzelf het spoor en de weg naar het hart van God, naar het onophoudelijke gesprek met de Zwijgende.

Wie fijngevoelig is voor zijn medemens, zal fijngevoelig worden voor de grootheid en schoonheid van God en Hem van harte huldigen en loven, aanbidden en verheerlijken.

Wie verdraagzaam en vergevingsgezind is, zal oog hebben voor het eigen falen en tekort en die toevertrouwen aan Gods barmhartigheid: bidden om genade en vergeving.

Wie vertrouwvol in het leven staat, weet dat hij alles van de schepping en de Schepper gekregen en te krijgen heeft. Hij zal dankbaar zijn en zich van harte en volmondig scharen in de kring rondom de Heer Jezus, waaruit steeds opnieuw het grote dankgebed opklinkt.

Wie dienstbaar in het leven staat, kent de noden van de mensen en zal graag hun voorbidder en voorspreker bij God willen zijn.

Al wat er nodig is om te bestaan, voor onszelf en voor elkaar, wij vragen het in Jezus’ naam, volhardend en nooit versagend.

Zal de Mensenzoon hij zijn komst geloof op aarde vinden? Het lijkt een retorische vraag waar je evengoed ja als neen op kunt antwoorden. Ja, er zal geloof zijn. Neen, er zal altijd ongeloof zijn.

Als het echter een concrete vraag is, gesteld aan ieder van ons, aan mij, aan jou, dan is het voor jou, voor mij, voor ieder van ons een oproep, een appel om veel te bidden in de breedste betekenis van dat ene kleine woord. En tegelijk een appel om volop te investeren in schoonmenselijkheid, fijngevoeligheid, verdraagzaamheid, vertrouwen, dienstbaarheid: het ene hand in hand met het andere; en jij en ik en ieder van ons volgens eigen vermogen en roeping.

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x