Jaar C, DHJ 19

Negentiende zondag door het jaar C – Lucas 12,32-48

‘Wees waakzaam’ is de titel die in de Willibrordvertaling boven deze perikoop staat. Terecht trouwens, daar gaat het over in dit evangelie. In deze raadgevingen die Jezus aan zijn leerlingen geeft, horen wij flarden doorklinken van verschillende parabels rondom deze thematiek, zonder dat de tekst zelf een parabel is.

Waakzaamheid kennen wij in de eerste plaats als een kernwoord van de advent, de liturgische voorbereidingstijd op Kerstmis: maak je gereed, houd je klaar voor de komst van de Heer.

Maar ook in de liturgie van de laatste zondagen door het jaar wordt dit onderwerp behandeld: naar de eindtijd toe, de parousie of wederkomst des Heren.

Het is goed dat onze aandacht daar ook eens op een ander moment op gevestigd wordt, midden in de zomer, midden in de vakantie, die een tijd van zorgeloosheid behoort te zijn. Waakzaam zijn moet je niet af en toe, maar voortdurend. Waakzaamheid is een fundamentele karakteristiek van ons geloof.

Geloven is niet zozeer een statische levenshouding die te maken heeft met weten en kennen, wat er in feite te weten en te kennen valt: dat er een God bestaat en een eeuwigheid.

Geloven is veeleer een dynamische levensgerichtheid die te maken heeft met een steeds naderbij komende ontmoeting: de Heer komt, het Rijk is op komst.

Daarom heeft geloven alles te maken met wat in het evangelie waakzaamheid heet: waakzaamheid voor de plaats en het ogenblik van de ontmoeting met de Heer, van zijn komst bij de mensen, van zijn komst in ons leven.

In dit licht gezien is het sterven van een mens ongetwijfeld voor hem het definitieve ogenblik van ontmoeting. En dus moeten wij vóór alles waakzaam zijn, zo heet het, voor het uur van onze dood. Want als het dan in orde is, is alles in orde; als het dan mislukt is, is alles mislukt.

Is evangelische waakzaamheid dan een soort angstige en ziekelijke benieuwdheid naar wat sterven is en wanneer het mij overkomen zal? Is uitzien naar de ontmoeting dan een ziekelijk-ongezond streven naar doodgaan?

Van nature uit is het de mens onmogelijk om met vreugde, vol verwachting naar zijn dood uit te zien. Integendeel, de menselijke natuur wil dat je alles doet wat in je macht ligt om deze ontmoeting zo lang mogelijk uit te stellen. Zo is het als een primaire behoefte, door de Schepper zelf in het mensenhart gegrift.

Ieder schepsel heeft van nature angst voor de dood. En die angst voor het sterven kan een angst om te leven worden die zeer sterk op mensen drukken kan.

Doodsangst of levensangst is zeker ook niet de goede gestalte die evangelische waakzaamheid aannemen moet.

Zelfs het oude adagium, hoe wijs het ook klinkt: ‘Je moet zo leven dat je op ieder moment sterven kunt’, draagt in zich een remmende en belemmerende ondertoon. Zoiets als: let op voor dit en pas op voor dat; en wat je ook doet, het heeft allemaal geen zin, als je doen en laten toch is gedoemd te verdwijnen met je eigen levenseinde.

Op vele bladzijden in het evangelie staat: wees waakzaam. Maar minstens even vaak staat er, net als vandaag: wees niet bevreesd. Iemand heeft het in een dwaze bui ooit eens nageteld. Hij kwam tot een totaal van 365 maal ‘wees niet bevreesd’ in de ene Bijbel: goed dus om iedere dag van ieder jaar een keer te herhalen.

Evangelische waakzaamheid voor de komst van de Heer is dus geen bangelijk afwachten van het verre of nabije einde, maar een volop en onbevreesd leven in het heden, een voortdurend intens beleven van het moment nu, het beleven van iedere situatie als zijnde hét ogenblik van dé kans, hét ogenblik van dé ontmoeting.

Dat is geen doen alsof, geen zelfbedrog, geen zelfhypnose tegen beter weten in. Het is een ontdekken van deze realiteit als de grote gegevenheid van wat mensenleven is.

Geloven heeft alles te maken met een voortdurend alert zijn, een continue oplettendheid voor wat iedere levensomstandigheid te betekenen heeft.

Steeds, in elke gebeurtenis tot de kleinste aan toe, wordt er ofwel iets aan je geschonken, ofwel iets van je gevraagd.

Evangelische waakzaamheid is een verhoogde maar vooral ook een verinnerlijkte, zintuiglijke activiteit tot en met.

Open oog en oor hebben, ook en vooral aan de binnenkant, voor wat dat ene, voor wat elk eendere uur je te bieden heeft aan schoonheid en goedheid, aan vrede en vreugde, aan wijsheid en mildheid, aan genot en vriendschap.

Open oog en oor hebben voor wat het volgende uur van je zal vragen, door de talloze kleine woorden en gebaren heen waarmee mensen in kleine of grote nood een beroep op je doen.

Smaken proeven en leren proeven: de heerlijke smaken van zoveel klein geluk en het dankbaar aanvaarden daarvan als Gods goede gave; maar ook de bittere smaken van het lijden om je dan met al je kracht in te zetten en het te bekampen in edelmoedige zelfgave.

Dankbaar krijgen en edelmoedig geven van uur tot uur, van dag tot dag.

En ervoor zorgen, er attent op zijn – want je bent maar één mens, je bent máár een mens – dat krijgen en geven, dankbaar genieten en belangeloze inzet elkaar in een gezond en natuurlijk evenwicht houden.

Iemand die alleen maar krijgt en niet geeft, heeft op den duur geen opslagruimte meer, geen schuur, geen reservoir, groot genoeg om alles in op te slaan. En dan barst de boel.

Iemand die enkel maar geeft en niet krijgt, heeft vlugger dan hij denkt geen reserve meer. Hij raakt leeg en heeft niets meer om te geven.

Evangelische waakzaamheid is een aanhoudend openstaan voor het ontdekken van alle kleine vonken die aan het leven van iedere dag kunnen ontspringen.

Zo heel veel schitterend licht en vuurwerk, of anderzijds zulke sterk en onstuitbaar oplaaiende wereldbranden zullen wij wellicht niet ontmoeten. Wellicht wachten mensen al te zeer daarop. Hun waakzaamheid wordt dan angst of illusie.

Veeleer komt de Heer ons tegemoet in talloze kleine vonken die wij alleen maar zien spetteren – in het donker maar ook in het felle zonlicht als wij voortdurend bedacht blijven op wat aan ons gegeven en wat van ons gevraagd wordt, op wat te krijgen of te geven is.

Wees waakzaam! Maar ook: wees niet bevreesd!

Als de angst uit ons hart verdwijnt, zal er hoop voor groeien in de plaats: de rustige zekerheid van een definitieve ontmoeting met Iemand.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x