Jaar C, DHJ 11

Elfde zondag door het jaar C – Lucas 7,36-8,3

De evangelisten en in de eerste plaats Lucas vertellen graag maaltijdscènes waar de Heer Jezus als gast bij aanwezig is.

Van nature uit is een maaltijd voor mensen geen loutere voedingsaangelegenheid, maar een kans tot ontmoeting. Als je iemand aan je tafel uitnodigt, is dat een teken dat je met hem of haar kennis wilt maken, beter kennis wilt maken. Met hun maaltijden en zeker hun feestmalen willen mensen hun onderlinge waardering en vriendschap betekenen, bezegelen en verdiepen.

De maaltijd waarbij Jezus vandaag is uitgenodigd en waaraan Hij ook deelneemt, lijkt van tevoren reeds ontkracht in de natuur en betekenis ervan.

De uitgenodigde eter is allerminst een ‘genode’, een welkome gast. Integendeel, Hij wordt klaarblijkelijk geminacht, want Hij wordt niet zoals de traditie het wil, verwelkomd met het rituele water van de gastvrijheid en met de zoen van de gastvriendschap.

Het lijkt veeleer een uitnodiging omwille van protocol en standing. Collega’s van een zekere maatschappelijke rang of functie behoren nu eenmaal met elkaar te lunchen.

Of is het voor de gastheer een middel om te voldoen aan zijn nieuwsgierigheid naar deze curieuze figuur? Zo kan hij deze veelbesproken fantast eens gemakkelijk onder de loep nemen in eigen huis waar hij – de gastheer – zich veilig voelt en met gemak meester zal blijven van de situatie.

Het gesprek van dit samenzijn wordt dan ook bij voorbaat vertroebeld en onmogelijk gemaakt door de hardheid van een gesloten hart.

Hoe anders is het vergaan bij andere gelegenheden die ook door dezelfde evangelist beschreven worden. Bij Marta en Maria bijvoorbeeld, al waren er daar ook wel enkele probleempjes tussen beide gastvrouwen die elk op hun manier de geliefde Meester wilden ontvangen. Maar in elk geval waren daar liefde en hoogachting de uitgangspunten van hun ontmoeting.

Hoe anders was het op die wondere maaltijd in het dorp Emmatis, toen beide tot de dood bedroefde en ontgoochelde leerlingen vanwege hun eerlijke gastvrijheid  ‘Blijf bij ons, want het wordt nacht; en deel met ons het avondbrood’ – vanwege deze gastvrijheid, waarbij ze toch hun eigen wanhoop terzijde moesten schuiven, als het ware werden beloond met een levensdiepe ervaring van verrijzenis.

Vanhier is het een kleine stap naar de maaltijd der maaltijden, het ultieme vriendenfeest van Witte Donderdag, toen de Heer Jezus zelf gastheer was voor de zijnen: toen Hij als teken van zijn gegevenheid, zijn liefde voor hen het Brood brak en hun de Beker aanreikte; toen Hij als teken van zijn dienstbaarheid, zijn liefde hun de voeten heeft gewassen.

Tijdens de maaltijd van vandaag, die zo koel en minachtend is begonnen bij hoofde van de gastheer, wordt nu ook een voetwassing beschreven. De gastheer had dit welkomstteken verzuimd. Maar de meest onmogelijke, de meest ongenode en ongewenste gast, de zondares die door ieder weldenkende aanwezige als dusdanig werd gezien en nagewezen, voltrekt deze rite met een ongekende vanzelfsprekendheid: als simpele eerlijke uiting van haar berouw en spijt en tegelijk in de zekere hoop op vergeving.

Uiteraard was de vrouw nog veel minder welkom dan Jezus zelf. Gevangene van zijn grote deugd en overtuiging is Simon niet in staat ook maar enigszins zijn vooroordelen en veroordeling te overstijgen. Er kan dus in zijn hart geen plaats zijn voor begrip en ontvankelijkheid. En dat doet mensen, schuldige mensen, verstarren in hun schuld: als zij verwachten alleen maar te kunnen rekenen op officiële verontwaardiging, afkeuring en verwerping.

Daarentegen kunnen mensen, zondige mensen, ontluiken, opengaan, opbloeien in bevrijding van hun schuld: als zij onverwacht de zachte glans ontdekken van begrip en vergeving in de ogen van een ander. Hoe ontspringt dan in hun lege en verdroogde hart een nieuwe bron van geloof in het leven, van hoop op nieuwe toekomstkansen!

De ontmoeting van de zondares met Jezus is een ontmoeting, een vereniging van menselijk berouw en goddelijke barmhartigheid. De naam van deze ontmoeting, van deze vereniging is: vergeving.

Vergeving staat in het hart van het geloof.

Een mens gelooft in een ander, gelooft in God, omdat hij in de vergeving ontdekt dat de ander in hem, dat God in hem gelooft.

Vergeving staat in het hart van de hoop.

Een mens hoopt op een ander, hoopt op God, omdat Hij in de vergeving ontdekt dat de ander hem, dat God hem vertrouwen schenkt.

Vergeving is niet voorwaarde tot, maar wezenselement van misschien wel het meest wezenlijke element van liefde.

Vergeving komt uit liefde voort, vergeving zoekt de liefde op, vergeving verdiept de liefde.

Vergeving is een geheim dat aan God raakt en dat soms tussen mensen in aanwijsbaar is: waarbij God tussen mensen in – tastbaar aanwezig is.

Zo is de maaltijd van de minachting toch nog een ware ontmoeting geworden.

Zoals deze maaltijd hier en nu, deze eucharistie omdat er vergeving wordt gevraagd en geschonken, zijn volle betekenis en ware zin zal krijgen van ontmoeting tussen hemel en aarde.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x