Jaar B, Vijfde Zondag van Pasen

Vijfde zondag van Pasen – Johannes 15, 1-8

Een van de opvallendste zinnen uit deze gelijkenis van de wijnstok en de ranken is de zin ‘los van Mij kunt gij niets doen’. Zonder verbondenheid met, zonder geloof in Jezus Christus zou de mens tot niets in staat zijn. Wat doe je dan met al die enorme menselijke prestaties die onze verbeelding tarten en overstijgen? Dat is toch duidelijk niet alleen het werk van christenen.

En zou eenzelfde prestatie van twee mensen, de ene bij toeval christen en de andere niet, in het ene geval alles waard zijn en in het andere geval geen waarde hebben? Dat is toch tegen alle gezond verstand.

Zulke pretentieuze uitspraken of conclusies maken evangelie en christendom alleen maar ongeloofwaardig. Het christendom heeft geen enkel monopolie, zelfs niet op de caritas.

Maar dat bedoelt het evangelie ook niet. Het gaat in de parabel niet over de efficiëntie van menselijk handelen, over prestaties en hun waarde op de menselijke waardemarkt. Het gaat erover dat de band met Jezus, als die er eenmaal is, heel het doen en laten van een mens, van een christen bepaalt en tekent.

Overigens, Jezus’ woorden zijn niet gericht tot of bestemd voor gelijk wie in gelijk welke omstandigheid, maar heel concreet tot de vrienden aan de tafel bij de laatste maaltijd, de meest intiemen ten afscheid bij elkaar op de avond voor zijn lijden, de deelgenoten van zijn diepste geheim.

De parabel van de wijnstok en de ranken maakt deel uit van de afscheidsrede: een profetie die aan de leerlingen in vervulling zal gaan, eerst met hun vlucht in machteloosheid (zonder Mij kunt gij niets), daarna met hun verrijzeniservaring van onbegrijpelijke nieuwe levenskracht ondanks zichzelf (met Mij verbonden draagt gij rijke vrucht).

Voor wie behoort tot de kring van de vrienden geldt sindsdien de Wet van wijnstok en ranken als een tweede natuurwet: dat je los van Jezus niets kunt doen, want dat je dan ophoudt rank aan de wijnstok te zijn, dat wil zeggen: je houdt dan op christen te zijn. Zo eenvoudig is dat.

Als je eenmaal deelgenoot wordt van een geheim, kun je daar niet meer onderuit, kan je niet meer leven alsof dat niet zo is. Je draagt het overal en altijd met je mee. Ofwel verloochen je het en wordt heel je leven een leugen.

Nochtans beweren heel wat mensen te leven op basis van de christelijke waarden die ze hoog inschatten en tot de hunne willen maken. Maar ze storen zich aan, ze schamen zich voor de naam, de persoon, de mens, de Godmens, de gekruisigde Jezus Christus.

Uitgaande van hun goede bedoelingen kun je nog spreken van een impliciet erkennen van en verbonden zijn met Jezus. Maar voor wie bewijst gekozen heeft om te behoren tot de kring van de vrienden, de vertrouwelingen, geldt dat die niet meer anders kan dan expliciet en uitdrukkelijk het centrum van zijn leven te verleggen van zichzelf naar Jezus Christus.

Het gevaar bestaat dat christenen, net zoals zovele andere mensen, er Jezus enkel maar bij nemen als een historisch min of meer interessante randfiguur, één voorbeeld tussen vele andere; en dan nog uit een lang vervlogen tijd die de onze niet is.

Jezus zelf ziet dat anders. Hij is geen randfiguur. Hij eist voor zich op, eens en voorgoed het middelpunt te zijn: Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken. Los van Mij kunt gij niets.

Dat is voor mensen maar moeilijk te aanvaarden. Ieder individu ervaart toch zichzelf als de historische en existentiële kern van zijn eigen bestaan hier en nu. Dat spreekt toch voor zich. Dat lijkt toch door de Schepper zelf als dusdanig in het diepste van elk mensenhart gegrift. Is dit christendom dan geen miskenning of ontkrachting van de menselijke persoonlijkheid, zoals elders in het evangelie kan blijken uit de eis van zelfverloochening of van dienstbaarheid?

Het gaat echter niet enkel en alleen over een eis die Christus stelt. Het gaat tegelijk en evenzeer over een paasgenade die Hij schenkt. Los van Mij kunt gij niets. Maar met Mij verbonden brengen de ranken rijke vrucht voort.

De verbondenheid van wijnstok en ranken, de band tussen de Heer Jezus en de leerling, de volgeling, de christengelovige is net zoals de meest intieme relatie die een mens met een ander kan hebben: ze eist je helemaal op en tegelijk vervult ze je helemaal.

Geen miskenning of ontkrachting van je persoonlijkheid, maar precies de vervulling ervan.

Ben je eenmaal vertrouwd met de geheimen van de Heer, mens geworden, gekruisigd, verrezen, dan wordt je eigen levenstaak en -opgave niet secundair of bijkomstig, maar belangrijker nog dan tevoren; groter zelfs en ook moeilijker, maar nooit onmogelijk, want tegelijk met de taak wordt je de genade geschonken als levenskracht en inspiratie.

Hoe beter de leerling zijn meester kent, des te meer zal de meester van hem vragen, maar des te meer zal Hij hem ook toevertrouwen, hem deelgenoot maken van al het zijne.

Hoe beter je de Heer kent, hoe meer je je bewust wordt van wat Hij van je verwacht, maar des te meer je ook de smaak te pakken krijgt van het diepe levensgeluk waarvoor Hij zich garant stelt.

En daarmee is onlosmakelijk verbonden, daaruit vloeit voort dat je al je levenskracht en inspiratie, al wat je is toevertrouwd, het diepe geluk dat je zelf mag ervaren, aan anderen kunt doorgeven, het met hen kunt delen. Over de vruchten van wijnstok en ranken gaat het dan.

Want laat het nog zo zijn dat christendom niet zonder Christus kan, dat het eerste en laatste criterium van het christen-zijn de verbondenheid met Christus is, misschien dat de wereld zelf wél zonder Christus of christendom kan.

Ons geloof zegt ons dat er zonder christendom iets essentieels en fundamenteels aan de wereld zou ontbreken, met name die unieke, rijke Blijde Boodschap die het christendom predikt en de concrete realisatie ervan, zoals Jezus het ons heeft voorgeleefd.

Wij zijn ervan overtuigd dat wij, christenen, heel wat te bieden hebben aan onze wereld en dat dit enkel maar mogelijk is door de verbondenheid met de Heer. Ik ben de Wijnstok, gij zijt de ranken. Als die ‘in Mij’ blijven, dan dragen ze rijke vrucht.

De zin van de rank is immers de vrucht, tot lafenis en genot van wie ze plukt, de druiven al dan niet tot wijn geperst.

Er is zoveel dat als vrucht van hun verbondenheid met de Heer, de ranken van de wijnstok aan te bieden hebben aan elkaar en aan de wereld. De Schriften zijn op dit vlak een onuitputtelijke bron van inspiratie.
Matteüs spreekt van talenten en zaligheden: zachtmoedigheid, barmhartigheid, zuiverheid van hart, vredelievendheid…

Paulus heeft het over de vruchten van de Geest: liefde, vreugde, vrede, geduld, goedertierenheid…

In dezelfde afscheidsrede waarin de Heer de gelijkenis van de wijnstok en de ranken heeft verteld, heeft Hij alle vruchtbaarheid samengevat in een enkel woord: caritas, broederliefde, dienstbaarheid.

Verbondenheid met de Heer Jezus groeit onweerstaanbaar uit tot dienstbaarheid van mensen onderling.
Daarenboven is het opmerkelijk dat in de gelijkenis niet staat ‘gij zijt de rank’, in het enkelvoud, maar steeds ‘gij zijt de ranken’, in het meervoud. Vele ranken aan eenzelfde wijnstok met vele vruchten van dezelfde prima kwaliteit.

Verbondenheid met de Heer Jezus groeit onweerstaanbaar uit tot onderlinge verbondenheid van mensen met elkaar die de dienstbaarheid nog zoveel hechter en sterker maken.

Blijf in Mij, zegt de Heer. Het is zowel een uitnodiging als een opgave om voortdurend te groeien: vanuit jezelf als het onmiskenbare centrum van je eigen individuele leven, je eigen zijn, je eigen geaardheid, je eigen roeping, naar het ene centrum van hemel en aarde. Jezus Christus is waarlijk de Heer.

Los van Hem kunnen wij niets. Met Hem verbonden zijn wij een en al vruchtbaarheid, leven: voor elkaar en voor allen die aan ons zijn toevertrouwd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x