Jaar C, vierde zondag van de Advent

Vierde zondag van de advent – Lucas 1,39-45

Advent vieren is: in de voetsporen treden van hen die ons in het geloof zijn voorgegaan en voorgaan, en al doende leren dat het leven alles te maken heeft met verwachting en bekering. Voortdurend in verwachting zijn van Gods geboorte in ons leven. Gevoelig zijn voor de grote ommekeer die dat voortdurend met zich brengt.

De grote Bijbelse sleutelfiguren van deze advent van verwachting en bekering, zoals wij hen zondag na zondag in de liturgie naar voren hebben zien komen, zijn: Jesaja, Johannes de Doper en – ten slotte, vandaag – Moeder Maria. Jesaja, de voortrekker; Johannes, de voorloper; Maria, het voorbeeld, namelijk voorbeeld van verwachting en bekering.

Dat eerste klinkt ons goed en vertrouwd in de oren: voorbeeld van verwachting, die vol genade is, die gezegd heeft ‘mij geschiede naar uw Woord’.

Maar het tweede komt veeleer ongewoon over. Maria, onbevlekt ontvangen, had toch geen bekering nodig; hoe kan zij dan voorbeeld van bekering zijn?

Toch wel, als wij in haar simpele levensverhaal lezen, hoe haar levensverwachting een totale en radicale levensommekeer heeft betekend vanaf die dag dat haar door de engel de boodschap is gebracht.
Lucas beëindigt zijn verslag van dit wondere gebeuren met de eenvoudige vermelding dat de engel van haar heenging. In gedachten voegen wij daaraan toe dat hij een jonge vrouw in dromen en verwarring achterliet. Dat is toch normaal, als je zoiets hebt meegemaakt.

Maar dat zegt het evangelie niet. Eerder het tegendeel: dat Maria opstond en met spoed op weg ging om Elisabeth op te zoeken, van wie de engel had gezegd dat ook zij, ofschoon oud en onvruchtbaar, moeder ging worden en reeds in haar zesde maand was.

In die dagen reisde Maria ‘met spoed’ naar het bergland.
Met spoed…
In het Latijn: velociter…
In het Grieks: met-a spoud-eis.
Het spreekwoord zegt: haastige spoed is zelden goed. Behalve dan klaarblijkelijk in de advent met Maria als model: voorbeeld van verwachting en bekering – ommekeer; toonbeeld dat er haast bij is, dat je er spoed achter moet zetten. Dat verwachting zeker niet synoniem is van de dingen op de lange baan schuiven en maar zien wat ervan komt, integendeel: dat bekering niet uitgesteld kan worden tot morgen, maar vandaag nog aan de orde is.

Het gaat niet om het tempo dat door de klok gemeten wordt. Het gaat om de gedrevenheid die door het hart gemeten en geregeld wordt: de gedrevenheid, de dynamiek waarmee je uitziet naar toekomst, naar Gods komst; de gedrevenheid, de dynamiek, het enthousiasme, het vuur waarmee je opstaat en ommekeer maakt en naar de mensen toegaat, hun huis binnentreedt, hen met vreugde begroet en gelukwenst, zelf – dankbaar en trots – hun wederkerige felicitaties in ontvangst neemt, en hun ten slotte je levenslied voorzingt, je lofzang Magnificat, omdat Hij zulke grote dingen aan je deed.

Voorbeeld van verwachting en ommekeer. Voorbeeld van alle gedrevenheid en dynamiek, eigen aan een jonge vrouw die nieuw leven in zich voelt ontstaan.

Hoe vaak niet wordt de Moeder van de Heer voorgesteld, hoe vaak niet stellen wij ons haar voor als lijdzame toeschouwer aan de rand van het heilsgebeuren. Maar zo is Maria niet. Hier zien wij haar in volle actie: het jonge joodse meisje uit het stille Nazareth dat vol van verwachting is, dat vol van genade is en daarom met spoed opstaat om te gaan doen wat zij weet dat spoedig gedaan moet worden.
In het vertederende tafereel van wat wij eerbiedig en plechtig het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth noemen, schetst Lucas de aspecten van de grote ommekeer in haar leven, vanaf het begin van haar eigenste advent.

Het eerste is zo vanzelfsprekend dat het evangelie het niet eens onder woorden brengt of uitspreekt: de dienstbaarheid, dienstbaarheid in het huis van mensen die echt wel een helpende hand kunnen gebruiken. Vanzelfsprekend is dat, en zo hoort het ook te zijn. Als aan dienstbaarheid al te veel uitleg wordt besteed, verliest zij haar vanzelfsprekendheid die haar tweede natuur is.

Het tweede is de groet, de gelukwens, de felicitatie, geschonken én in ontvangst genomen. De graad en de intensiteit waarmee je anderen gelukwenst, zijn een goede maat voor de graad en de intensiteit van het geluk in je eigen hart.

Het derde is de vreugde die mensen doet opspringen, zelfs reeds in de moederschoot, die mensen doet dansen en zingen. Leven is een reden om blij te zijn, om dankbaar te zijn.

En dat leidt dan onweerstaanbaar tot het vierde, tot de lofzang. Wij kunnen het onze liturgiemakers kwalijk nemen dat zij de tekst van het dagevangelie laten eindigen, net voor het Magnificat begint. Anderzijds is ook dit Magnificat zo vanzelfsprekend dat diezelfde liturgiemakers ons iedere dag opnieuw Maria’s woorden, Maria’s woordenvloed, Maria’s lied in de mond geven als danklied voor de voorbije dag vol van genade.

Prijzen wij ons met Elisabeth gelukkig dat de Moeder van de Heer bij ons op bezoek komt en ons voorleeft, hoe wij advent kunnen vieren: voorbeeld van verwachting en ormnekeer, voorbeeld van gedrevenheid en vreugde, voorbeeld van dienstbaarheid en lofzang.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x