Jaar B, Vasten III

Derde zondag in de veertigdagentijd – Johannes 2,13-25

De authenticiteit en het belang van het verhaal van de tempelreiniging zijn af te leiden uit het feit dat alle vier de evangelisten het hebben opgetekend.

Bij Johannes komt het, meer dan bij zijn collega’s, in de eerste plaats aan op de Messiaanse symboolbetekenis ervan: de verwijzing naar Jezus’ kruisdood en verrijzenis. Breek deze tempel af. In drie dagen zal Ik hem doen herrijzen. De eigenlijke en waarachtige tempel Gods op aarde is Jezus zelf. In Hem is de levende God ten volle in ons midden aanwezig. Intussen blijft het verhaal er niettemin zichzelf bij. De eerste christengemeenschap heeft in dit optreden van Jezus duidelijk een opvallend en belangrijk aspect gezien van zijn persoonlijkheid en van zijn boodschap.

Het moet dus wel zo zijn dat Jezus ooit kwaad is geworden; allicht zelden, maar wel deze ene keer.

Hij die nooit agressief reageerde, als het een persoonlijke belediging betrof (‘Als Ik iets verkeerds gezegd heb, bewijs dan wat er verkeerd aan was. Maar indien niet, waarom slaat gij Mij?’), wordt hier woedend. De ontheiliging van de tempel treft Hem sterker dan wat ook.

Het moet dus wel zo zijn dat Jezus ooit geweld gebruikt heeft; allicht uiterst zelden, maar wel deze ene keer.

Hij die de geweldloosheid zelf is, zelfs wanneer het zijn eigen veiligheid aangaat (‘Steek uw zwaard in de schede, want wie het zwaard opneemt zal door het zwaard omkomen.’), gaat hier de zaken letterlijk overhoophalen, er de zweep overleggen. De ontaarding van de eredienst en van de daartoe geëigende plaats raakt Hem dieper dan eigen levensgevaar en vrijheid.

Des te meer doordat de geldwisselaars en offerdierenverkopers hun manier van doen niet enkel heel gewoon vinden, maar achteraf nog de steun krijgen van de autoriteiten, van de religieuze leiders, aangezien zij ,Jezus ter verantwoording roepen voor zijn optreden.Je verwacht toch eerder dat zij Hem hun steun zouden toezeggen bij het bestrijden van dat soort praktijken. Het moet dus inderdaad normaal geweest zijn, zoals het toeging in de tempel van Jeruzalem, in het huis van God. Heel die handel moet om zo te zeggen bijna deel hebben uitgemaakt van de eredienst zelf, van het ritueel.

‘De ijver voor uw huis zal mij verteren.’ Het psalmvers dat de evangelist aanhaalt, doet mij terugdenken aan de wijze waarop het vele jaren geleden weerklonk als antifoon van de donkere metten in de Goede Week. Als koorknaap verstonden wij niet wat wij zongen, en dan nog maakte het indruk op ons: ‘Zelus domus tuae comedit me.’

Klinkt het inderdaad niet ‘ijverig’ in het oude Kerklatijn: ‘zelus’? IJverig als het zeel, het touw waarmee Jezus zijn gesel maakte, omdat de ijver voor het buis van zijn Vader Hem verteerde. De ijver voor de tien woorden van de Sinaï, één heilige God met één heilige Naam; en, heilig de dag des Heren.

In feite staat de tekst in de tegenwoordige tijd: de ijver voor uw huis verteert mij. Maar Johannes gebruikt opzettelijk de toekomstige tijd om in te spelen op zijn theologische duiding van het gegeven. De ijver voor Gods huis zal Hem verteren: Hij zál er uiteindelijk aan ten onder gaan, ten dode toe. Maar na drie dagen zal Hij verrijzen, eens en voorgoed de levende Tempel Gods zijnde.

Wil dit zeggen dat in Johannes’ visie Jezus hier heeft willen duidelijk maken dat Hij heel de joodse tempel eredienst afwees om hem door een gloednieuwe te vervangen? Natuurlijk zal in het licht van Jezus’ leven en leer, zijn lijden, dood en verrijzenis de christelijke liturgie later wezenlijk verschillen van de joodse voorheen, al is daarbij zeker geen sprake van een totale breuk.

Maar in dit gebeuren van de tempelreiniging kan Jezus logischerwijze gesproken niet zo ver op de feiten zijn vooruitgelopen. Dat maakt van Hem weer eens een supermens en doet afbreuk aan de consequenties van zijn menswording.

Werpt Jezus zich dan op, zoals sommigen in dit verhaal lezen, als de verdediger van een zuiver innerlijke godsdienstbeleving? Heeft Hij zich willen afzetten tegen elke vorm van uiterlijkheid, van liturgie die noodzakelijkerwijze gepaard gaat met daden en dingen, met daaraan verbonden het gevaar van overdrijven en afleiden van wat hoofdzaak is?

Het Laatste Avondmaal zal het onmiskenbare bewijs zijn voor het tegendeel. Trouwens, in heel zijn optreden eerbiedigt Jezus ten volle synagoge en tempel. Hij gaat er telkens weer heen om te bidden en te onderrichten. Zijn ijver vandaag is ongeveinsd en betreft duidelijk de stenen tempel van Jeruzalem.

Zijn ijver, zijn woede, zijn geweld, zijn kritiek betreft niet de eredienst in de tempel zelf, maar de misbruiken eromheen en in het algemeen de slaafse, aan de wet gebonden en overdreven cultische praxis en bekommernis van het systeem. Van het bijkomstige heeft men hoofdzaak gemaakt. Jezus’ reactie betreft in feite iedere eredienst en cultus waar mensen tekortschieten in respect voor het essentiële, voor het religieuze zelf en zich dat zelfs niet realiseren of er zich van bewust zijn.

De ijver voor het huis van de Heer betreft het nastreven van een juiste verhouding tussen hoofdzaak en bijzaken, tussen wat essentieel en wat bijkomstig is. Als die verhoudingen op hun kop worden gezet, dan ergert dat de Heer Jezus tot woede en geweld toe.

Het gaat niet alleen over liturgie; dat is maar één aspect van het geheel. Het gaat over leven en geloven, belijdenis -en beleving, inclusief die geëigende vorm van geloofsbeleving die de eredienst is. Anderzijds is het normaal dat wij dit verhaal lezen en verstaan naar cultus toe, de joodse eredienst in de tempel van Jeruzalem toen en onze liturgie in onze cultusplaatsen nu.

Dit is dan ook de boodschap van dit vreemde verhaal. Zoals ons leven en ons geloof moet ook de eredienst gegrondvest zijn op juiste relaties tussen het essentiële en de inkleding ervan.

Niet dat het detail, het kleinste detail niet van groot belang zou zijn. Je moet er, net als een goed kunstenaar, alle aandacht aan besteden, maar enkel met het oog op, ten dienste van de essentie, ten dienste van het gehele kunstwerk.

Dit is de boodschap van het evangelie. IJver moet ons verteren, ijver voor elk detail, maar tegelijk en nog meer: ijver om erop toe te zien dat het detail niet afleidt van, maar heenleidt naar de hoofdzaak.

Liturgische ijver moet neerkomen op een grote zorg en bekommernis voor juiste verhoudingen tussen het uiterlijke en het innerlijke, tussen tekens en betekenis. De tekens zijn de onmisbare details, de onmisbare bijkomstigheden die de essentie tot uiting brengen en de betekenis ervan duidelijk maken.

Het uiterlijke, de uitdrukking is zonder meer noodzakelijk: religie kan niet toe met enkel vage innerlijkheid. Je hebt je lichaam nodig, ook om te bidden en te loven, om je geloof te beleven en te vieren. Wij, mensen, hebben en zijn ons lichaam, zodat onze unieke menselijke geest gestalte krijgt
en gaat opleven: naar buiten uitmaar vooral naar binnen toe.

Zonder veruitwendiging, zonder liturgische geloofsbeleving blijven we daarenboven aangewezen op enkel ons eigen ik alleen. Expressie is de sleutel op gemeenschap, ook wat aanbidding en lofprijzing betreft.

Een oude discussie, vooral ook in pedagogische kringen, gaat over de verhouding tussen in en uit, introvert en extravert, impressie en expressie. Er wordt weleens gezegd: je kunt toch niet uitdrukken wat je niet in je hebt. Maar een goede pedagogie weet wel beter. En liturgie zou dan het alleenrecht worden van bevoorrechte mystici. In ons gelovig bezig zijn met gebed en eredienst, pastoraat en apostolaat werkt het wel anders.

Expressie is er niet om uit te drukken hoe rijk je wel bent aan innerlijkheid. Het zou vlug ‘op’ zijn en ‘doen alsof’ worden. Precies andersom heeft expressie in de liturgie als doel, als bestaansreden: de rijkdom, de armoede van je innerlijk leven op te bouwen en te voeden. Door je uit te drukken doe je een ‘diepe’ ‘indruk’ op. Of zoals de dichter Willem Barnard zegt: zingen is geen uiting van godsvrucht maar een inning van geloof.

De beste, de mooiste, de meest expressievolle liturgie, en anders geen! Maar zij moet aanleiding zijn tot de stilte. Alle spreken, alle zingen en spelen, alle dingen en beelden: niet afleidend van, maar heenleidend naar de stilte van het mysterie.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x