Jaar B, Kerstmis I

Kerstmis – Lucas 1, 1-14.15-20

Het leven is ingewikkeld, zeggen wij, omdat het zóveel aan te bieden heeft dat een keuze maken, de juiste keuze, danig moeilijk is. Zoveel beelden bijvoorbeeld komen op ons af en trekken aan onze ogen voorbij dat wij niet weten bij welk beeld wij moeten stilstaan. Film, televisie, video, dvd, exponenten van de moderne beeldtaal, zij worden gekenmerkt door hun perpetuum mobile dat ons onweerstaanbaar meevoert zonder een rust- of een eindpunt.

Kijkend naar de kerststal bemerken wij dat alles heel eenvoudig wordt. Ook hier kunnen wij een veelheid van beelden ontwaren: van koningen en herders die samendrommen in Bethlehem, van een vloed kamelen uit Midjan en schapen uit Kedai, zoals de oude verhalen het vertellen. Maar er is slechts één kribbe waar het allemaal om te doen is. En in die kribbe ligt slechts één Kind. Eenvoudiger kan het toch niet.

Het leven is ingewikkeld, zeggen wij, en de juiste weg vinden is moeilijk, precies omdat er zoveel wegen zijn. Laat dan al die wegen in kaart gebracht zijn, ook de ernstige levens-wegen van de verlichte meesters en de grote roergangers van socialisme en liberalisme, van filosofie en theologie: het blijft ingewikkeld, het wordt alsmaar moeilijker.

Kijkend naar een eenvoudige kerstkaart bemerken wij dat alles veel eenvoudiger wordt. Ook hier staat een weg in kaart gebracht: de besneeuwde, in al zijn naïviteit ontroerend schone weg van de droom. En al staan op diezelfde kaart heel veel woorden in heel veel wereldtalen, ze hebben allemaal een en dezelfde betekenis: vrede. Vrede die je alleen maar vindt op de ene weg die dat ene Kind zal voorgaan. Eenvoudiger kan het niet.

In de duisternis van dit ingewikkelde leven de juiste weg naar het ware licht te vinden, het is zo moeilijk, zeggen wij, omdat er zoveel licht is: kunstlicht, namaaklicht, licht dat ons afleidt van onze bestemming; licht van lonkende reclame, te mooi om waar te zijn; het glanzende licht van paleizen; het lokkende licht van de rijkdom waar we gretig naar kijken, maar amper in delen – en zovelen nog veel minder dan wij.

Kijkend naar de kaarsjes van Kerstmis bemerken wij dat alles veel eenvoudiger wordt. Het zijn er talloos vele, maar gaandeweg versmelten ze tot het éne licht van Jezus Christus. Zijn leven werd opgebrand, opdat ons leven zou oplichten. Niet zonder pijn, integendeel, maar de eenvoud zelf is zijn weg van dienstbaarheid, omdat het eenvoudig de enig ware weg was en is.

Door Hem, met Hem en in Hem is het vandaag Kerstmis en Pasen tegelijk, in één lied verenigd, feest van het licht.

Jezus, Mensenzoon, Gij die vanaf de eerste kerstnacht werd omstraald door de glorie van God, noemen wij: licht van licht!

Geleid door de lichtende ster kwamen wijzen uit den vreemde U op het spoor en herkenden U als: licht van licht!

Ten Doop in de Jordaan, toen de witte hemel openging, werd bevestigd door de Stem uit den hoge, hoe Gij helemaal en voorgoed gericht stond op uw God: licht van licht!

Op de berg, tussen Mozes en Elia, onder de brandende zon van uw land, uw kleed, verblindend wit als sneeuw, en uw gelaat, Gij-zelf: licht van licht!

Op Goede Vrijdag, uw vrienden gevlucht, uw vijanden genietend van hun groot gelijk, de aarde bedekt met duisternis, Gij aan het kruis geslagen, maar meer dan ooit: licht van licht!

En op de morgen van Pasen, als alles nieuw opengaat en Gij ons nieuw voorgaat naar Galilea: licht van licht!

Jezus, Mensenzoon, in deze koude winterse nacht, in dit donkere doodse avondland, zingen wij U toe, Kerstmis – Pasen in één lied: licht van licht!

Zoals het licht zich verblijdt in de nacht,
zo is Jezus onze vreugde.
Hij is het licht voor onze ogen,
Hij is een feest voor ons hart.
Alleluia.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x