Jaar B, Feest van de Heilige Familie

 

Zondag na Kerstmis – Lucas 2, 22-40, Feest van de heilige Familie

De meeste feesten van het kerkelijk jaar gaan wat hun oorsprong betreft terug tot de eerste tijden zelf van het christendom.

Het feest van de heilige Familie is nog geen honderd jaar oud. Paus Leo XIII liet het toe vanaf 1893 en paus Benedictus XV stelde het in 1921 in als universeel kerkelijk feest. Dat gebeurde niet om heilshistorische of dogmatisch-theologische maar om pastorale redenen: de zorg voor de gezinnen.

Wij moeten dit situeren tegen de achtergrond van de opkomende industrialisering. De kerk wilde haar boodschap overbrengen aan de nieuwe arbeidersklasse. Zij constateerde samen met de hele maatschappij, het enorme verschil van de gezinscultuur tussen dit proletarische milieu en het traditionele goed ogende burgermilieu dat sinds een hele tijd, laat ons zeggen sinds de jaren 1700, door een zekere welstand en economische hoogconjunctuur gekenmerkt was. En dit had op de gezinsbeleving een sterke uitwerking gehad.

Voor het eerst waren toen emotie en affectie de basis gaan vormen van het samenlevingsverband van ouders en kinderen. Wij zijn er ons amper van bewust dat dat daarvóór niet zo was, evenmin als dat in de kringen van de arbeidersklasse aan het einde van de negentiende eeuw het geval was, laat staan in het oude Oosten ten tijde van onze heilige Familie.

Wij gaan ervan uit dat het gezinsleven altijd is geweest zoals wij het zelf hebben mogen kennen. En dat imago kleven wij dan op het gezin van Nazareth om er via een bocht van 180 graden een universeel Bijbels model van te maken: het ideale gezin als gesloten entiteit, afgeschermd van de buitenwereld en gestoeld op de karakteristieke emotionele band van de onderlinge affectie.

Niet dat men vroeger niet van elkaar hield, man en vrouw, ouders en kinderen. Maar het affectieve aspect ervan was minder vanzelfsprekend en werd minder noodzakelijk geacht, dan wel de andere functies van het gezin: de bescherming van leven en eer, de onderlinge dagelijkse hulpverlening bij het overleven, de gemeenschappelijke beroepsuitoefening, het in stand houden en doorgeven van het schaarse bezit en patrimonium.

Niet dat men zich vroeger niet afschermde en afzonderde binnen zijn gezin. Maar veel meer dan later was het gezin opgenomen in het sociale netwerk van de familie in de bredere zin van het woord: de buurt, de vrienden, de verwanten, de inwonende familieleden en het inwonende personeel.

De kindertijd bleef beperkt tot de kwetsbaarste periode van het kind, als zuigeling, peuter en kleuter: de tijd dat het kind zichzelf niet kon behelpen. Kinderen waren anoniem. Kindersterfte kwam veelvuldig voor. En als het kind de eerste zeven jaren goed doorkwam, werd het opgenomen in de wereld van de volwassenen om algauw in dezelfde anonimiteit te gaan deelnemen aan het werk en het sociaal verkeer.

Voeg daar nog aan toe dat in dit grote familieverband, net zoals in heel het maatschappijbestel, de leiding in handen van de ouderen was en bleef. Het gezag van de pater familias was onaantastbaar. Men was dus enerzijds zeer jong kind af, anderzijds pas laattijdig zelfstandig, baas in eigen huis, volwassen in de volle zin van het woord.

Dit alles staat heel ver af van onze tijd en cultuur. Dat kan men vandaag toch moeilijk als een model voorstellen, evenmin als men aan het gezin van Nazareth leefpatronen kan toedichten van vele eeuwen later.

En toch menen wij dat de kerk op deze feestdag van de heilige Familie met terechte nadruk verwijst naar het gezin van Jozef, Maria en Jezus. Maar daar zijn andere redenen voor dan tijdsgebonden leefpatronen.

Van de concrete handel en wandel van onze heilige Familie weten wij bitter weinig af. Er zijn enkele verhalen die dan nog maar weinig historische grond onder de voeten hebben, zoals dat van de terugvinding in de Tempel, volgend jaar op deze feestdag gelezen C-cyclus, of het vandaag gehoorde evangelie over de opdracht in de Tempel.

Hierin kunnen wij lezen en eruit leren dat Jezus’ ouders leefden vanuit de volle trouw aan hun geloofstraditie. Omdat Jahwe in Egypte de eerstgeboren zonen van Israël van de farao had gered, moest iedere eerstgeboren jongen van zijn volk aan Hem worden opgedragen, toegewijd, afgestaan.

En Maria legt haar kindje in de armen van de profeet, in de armen van de kerk, zoals christenvaders en -moeders bij het doopsel hun kind in de armen leggen van peter en meter.

Meer dan dit is niet bekend en zal nooit te bekennen zijn; tenzij dat dit ene verhaal van de opdracht bijvoorbeeld en dat van zijn tegenhanger van de terugvinding toch wel een fundamentele aanwijzing geven waarover het gaat:

De familie, levend vanuit de trouw aan de oerwet van het allereerste verbond, sinds Gods eigenste stem weerklonken heeft: eer – dien – bemin uw God; eer – dien – bemin elkaar. ‘Eren’ is in de Bijbel nog het meest gebruikelijke en gebruikte woord van de drie.

Elkaar eren.

Iemand eren wil zeggen: hem of haar zichzelf laten zijn; hem of haar in zijn of haar diepste eigenheid erkennen en respecteren; hem of haar alle levenskansen bieden; de levenskrachten of talenten in iemand aanwezig wekken en oproepen en er een beroep op doen.

Vader, moeder zult gij eren. En Paulus vervolledigt: ouders, terg uw kinderen niet, dat wil zeggen: eerbiedig hen, houd hen in ere.

Tegen die achtergrond van de oude Bijbel krijgt de actuele maatschappelijke discussie over ‘familie naar het oude model’ of ‘familie naar een nieuw model’ toch een heel andere dimensie: van familie naar het oudste model, naar het Bijbelse model van de heilige Familie.

De familie naar het oude model of patroon wordt gekenmerkt door een strakke ordening. De rollen zijn op een duidelijke wijze en onomkeerbaar verdeeld. Vader vertegenwoordigt het gezag en de verantwoordelijkheid. Moeder staat voor de eeuwige zorg en de dienende liefde. De kinderen zijn als het ware een soort spaarpotjes waar voortdurend wijze raad voor de toekomst wordt ingestopt.

Natuurlijk is dit een sterk vertekend beeld. Toch heeft de bekoring om dit als een ideaal te stellen reëel bestaan in weldenkende kerkelijke en maatschappelijke kringen. Want gezinnen met zo’n vaste omkadering leverden feilloos trouwe dienaars van kerk en staat af. Tenzij die gehoorzaamheid tot slaafsheid verwerd of omsloeg in anarchie of tirannie.

Dus: over naar familie naar een nieuw model, een nieuw patroon dat met de tijd en de vooruitgang is meegeëvolueerd. Daarvan is de grondregel: elkaar vrijlaten.

Je hoeft toch niet vast te zitten in een rol die je niet op het lijf geschreven is. Wil je zorgen, dan zorg je; wil je dat liever niet, dan zoek je maar iets anders dat je beter past. Het is een begrijpelijke reactie op de vorige toestand, waar alles tot en met geregeld was: zo en niet anders.

Ook dit is een geforceerde tekening. Toch kan de schrik je om het hart slaan, als je merkt en vaststelt dat vrijheid synoniem wordt van vrijblijvendheid. En dat is een reëel gevaar, een soms onvermijdelijk gevolg: als er geen ordening is, wordt vrij vrijblijvend.

Dus: een familie naar een patroon waar ordening én vrijheid in elkaar passen; de familie naar het oudste, het Bijbelse patroon met als hoeksteen: elkaar dienen, elkaar beminnen, elkaar eren.

En dat betekent: enerzijds de ander vrijlaten om helemaal zichzelf te zijn, anderzijds tegelijk voor honderd procent op hem of haar een beroep kunnen en willen doen.

Elkaar eren. Vader mag zorgen als een moeder, maar soms zal hij verschrikkelijk hard moeten werken voor de kost. Moeder hoeft geen huisslavin te zijn, maar soms zal ze 24 uur aan één stuk moeten sloven om bij te geraken. Kinderen moeten geen marionetachtige toonbeelden van hondstrouw zijn, maar op gezette tijden moeten ze gewoon hun mondje houden, stilzitten, braaf zijn, hun best doen. Men durft het amper nog hardop op die manier te formuleren.

Fundamenteel lijkt dan de vraag wie dat allemaal uitmaakt; wie dat allemaal regelt; wie ervoor zorgt dat orde en vrijheid hand in hand gaan. Wij samen. Ouders en kinderen, vaders en moeders en zonen en dochters samen! Uit eerbied voor elkaar, als het normale en logische uitvloeisel van hun eerbied voor elkaar; omdat ze elkaar eren, omdat ze elkaar in ere houden.

Zo worden zij familie, geen ouderwetse, geen vrijblijvende, maar in de volle Bijbelse zin een heilige familie.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x