Jaar A, vijfde Paaszondag

Vijfde paaszondag – Johannes 14,1-14

Hierop zei Filippus: Heer, toon ons de Vader, dat is ons genoeg.

Filippus vertolkt het diepste verlangen van mensen: wij willen God zien!

Wij kunnen niet aanvaarden dat iets dat bestaat, voor ons onzichtbaar zou zijn en blijven. Wij kunnen niet aanvaarden dat voor onze menselijke geest met heel zijn rijke voorstellingsvermogen iets onvoorstelbaar zou zijn of blijven. Wij kunnen niet aanvaarden dat het leven voor ons geheimen zou kennen die ontoegankelijk zijn of blijven.

Is het hoogmoed of opstandigheid die mensen zo doet denken? Ongeloof naar het Thomaswoord: zolang ik niet zie zal ik niet geloven?

Het hoeft helemaal geen hoogmoed of opstandigheid te zijn. Het is niet meer of minder dan een fundamentele behoefte van ons mens-zijn, ons door de Schepper zelf in het hart gelegd. Wij willen God zien. Het is zoveel als: wij willen leven!

In heel de levende natuur ligt deze éne, dubbele behoefte: eten om te leven, en niet zelf opgegeten worden om in leven te blijven.

Hogere levende schepsels, dieren en mensen, kennen diezelfde levensdrang ook op een hoger vlak, op het sociale niveau: eten aan elkaar, het is de behoefte aan contact met soortgenoten, en tegelijk de behoefte om door diezelfde soortgenoten niet te worden opgeslorpt in een naamloze collectiviteit.

De mens, de koning van de schepping, ondervindt in het diepste van zijn hart de behoefte aan de ontmoeting met de gans Andere, aan het contact met het Principe van zijn existentie; en tegelijk en evenzeer: de behoefte om niet te worden verzwolgen door een uiteindelijk niets. Het ene heet: behoefte aan een God. Het andere: behoefte aan eeuwigheid. Wij willen God zien!

Wij hebben het recht, de plicht te menen dat dit kan. Wij mogen denken dat wat onmogelijk lijkt, toch mogelijk is. Wij hebben het recht, de plicht te zoeken hoe het kan.

Eén mogelijkheid in die zin ligt zeker besloten in spirituele levenswaarden als schoonheid en goedheid.

Schoonheid doet je iets vermoeden en bevroeden van de onbegrensdheid van het leven en de wereld. Kunst heeft altijd als het ware een dimensie meer.

Of goedheid die kan opklimmen tot de zich wegschenkende liefde heel zeker is dáár iets van God te zien: in de wondere toeneiging tussen twee mensenharten, de liefde en de trouw van man en vrouw; of in de contemplatie van de ziener, opklimmend tot eenzame hoogte: dichterbij kan het niet.

Schoonheid en goedheid, mensenliefde en contemplatie: zij kunnen ons optillen tot wat geloof heet, op voorwaarde, zegt het evangelie, dat wij het centrum van ons leven verplaatsen van ons eigen ik naar Jezus Christus.

Wij willen God zien. De Heer antwoordt: wie Mij ziet, ziet de Vader.

Maar bij de leerlingen, de intiemen, de meest vertrouwden tot wie dit werd gezegd door een Meester die afscheid nam, groeien de vertwijfeling en duisternis. Het kruis tekent zich af.

Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.

Maar: de weg leidt naar calvarie; de waarheid wordt buitenspel geplaatst; het leven raakt aan de dood, raakt aan de dood toe. Gaat de Christus in zijn naderende afwezigheid niet de rol overnemen van een eeuwig zwijgende God? Gaat de Vader zich niet verbergen achter het kruis?

Laat uw hart niet verontrust raken: de Vader verbergt zich niet achter het kruis. Hij openbaart er zich in.

Net als God zich niet verbergt achter tekenen van brood en wijn, maar er zich in openbaart.

Het beeld van de Verrezene is het beeld van de Gekruisigde. Het beeld van de Gekruisigde is het beeld van God.

Je kunt God ontmoeten in schoonheid, maar tegelijk moet je het lijden als ontmoetingsplaats aanvaarden: je eigen lijden, het lijden van de ander; het op je nemen, het ertegen opnemen.

Je kunt God ontmoeten in goedheid, maar je moet ook de soms harde woorden van de waarheid beluisteren en zelf in de mond nemen.

Je kunt God ontmoeten in mensenliefde van man en vrouw, maar je moet ook kinderen omhelzen, en vreemdelingen en tollenaars tot je vrienden maken.

Je kunt God zien in het gebed, in de stille woestijnoase van je hart, maar tegelijk moet je het metterdaad opnemen voor de zwakken en miskenden, ook als je eigen gevestigde orde en dagelijkse levensritme daardoor worden doorkruist.

Ik heb God gezien, zegt Sint-Franciscus. Het was een bedelaar die hem uit de koortsdroom ontwaken deed.

Het beeld van de Verrezene is het beeld van de Gekruisigde. Het beeld van de Gekruisigde is het beeld van de levende God.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x