Jaar A, vasten V

Vijfde zondag in de veertigdagentijd – Johannes 11, 1-45

Het is opvallend hoe nauwgezet Johannes zijn hele verhaal vertelt tot het kleinste detail toe. In geen ander evangelie wordt zoveel meegedeeld over bijvoorbeeld de menselijke gevoelens van Jezus.
Enerzijds blijft Hij bij alles wat gebeurt nuchter en kalm, koninklijk kalm; koninklijk vrij ook, niet om te doen wat Hij maar wil, maar be-vrij-d om de wil te doen van zijn Vader.

Zo zijn wij het van Hem heel gewoon, heel het vierde evangelie door. Hij gaat vooraan, Hij heeft het initiatief.

Zelfs en vooral zijn eigen lijden ondergaat Hij niet, maar Hij gaat het tegemoet, Hij gaat erdoorheen, tot het einde toe als Hijzelf het laatste woord spreekt: het is volbracht.

Ook in dit gebeuren te Bethanië beheerst Hij vrijelijk de situatie. Als het ware negeert Hij de vragen en verwachtingen van de vrienden om dát te doen, om dán te handelen zoals Hij het uitgestippeld weet in het plan van de Vader.

Anderzijds staat er dat Hij weende, dat Hij ontroerd was, dat er een huivering door Hem heen ging.

Al deze gevoelens samen lezen wij als de uiting van droefheid bij het sterven van een goede vriend.

Dat Hij weende wijst daar zeker op. Maar zijn huiver en ontroering gelden veeleer zijn afkeer en ontsteltenis, zijn verontwaardiging, zijn weerzin en woede vanwege de reacties van de mensen, van de joden, zelfs van de vrome Maria.

In zijn tranen, in zijn droefheid is Hij solidair met hen. Maar Hij kan niet aanvaarden dat ondanks zijn woord aan hen gegeven, diezelfde mensen in die droefheid blijven steken: dat het bij hen fatalisme, zelfs wanhoop wordt in plaats van geloof, in plaats van hoop.

Droefheid om de dood, en verontwaardiging omdat mensen zich daarop dood-kijken,. niet verder willen zien: naar opstanding, verrijzenis, leven toe.

Met dit verhaal bereikt het evangelie zijn climax. Daar is het uiteindelijk allemaal om te doen: om de paradox tussen leven en dood.

Die is nauw verbonden met het mens-zijn. Je hunkert naar het leven, je wilt niet dood. Maar je weet dat je eenmaal sterven moet, dat sterven zo natuurlijk is als leven. Je hunkert naar leven, je aanvaardt sterven omdat je wel moet.

Hier komt het keerpunt, hier komt het evangelie. Jezus aanvaardt het sterven, aanvaardt zijn eigen sterven. Maar Hij capituleert er niet voor. Hij staat op tegen de dood. Hij staat op uit de dood.

En blijkbaar is Hij daarin de enige. Zijn leerlingen berusten onder leiding van de nuchtere Thomas. De joden delen in de rouw van de beide zussen, die zelf net als hun volksgenoten ergens leven op de rand van de wanhoop. Maar zij tweeën steken nog een hand uit. Bij hen ontluikt iets. Het zal groeien, het zal bloeien als geloof.

Van dat cynisme rondom Hem, van dat fataal wanhopige, daar rilt Jezus van. Hij leeft van het leven, voor het leven. Vanuit zijn unieke verbondenheid met de Vader weet Hij, durft Hij het aan, te weten dat sterven maar passage is, pascha: doorgang naar het volle leven.

De opwekking van Lazarus is niet meer of niets anders dan de actualisatie van dit geloof, van deze Blijde Boodschap: het ‘teken’, zegt Johannes.

Niet: midden in het leven zijn wij in de dood. Maar wel: midden in de dood zijn wij in het leven.

De paradox tussen leven en dood noemen wij het: hemel en aarde. Lazarus’ opwekking is een voorproefje, een stukje hemel op aarde. Zoals even later, binnenkort, met Pasen, de aarde in de hemel overgaat, voorgoed.

Mensen hebben alles om van de aarde een hemel te maken. Maar zoveel ongeloof, zoveel wanhoop kluistert ons vast aan de aarde als aan de dood. Wij vinden dood-gewoon wat God voor zijn mensen als buiten-gewoon bedoeld heeft, gewild heeft.

Dood en leven, hemel en aarde. Tijd en eeuwigheid. Ook dat is een aspect van de paradox. Wij leven in de tijd, wij sterven in de tijd. De eeuwigheid is voor ons het andere, het in feite niet-bestaande, niet tot de menselijke realiteit behorende, waarvan je enkel maar dromen kunt. Sommigen zeggen: geloven!
Marta zegt: ik geloof in de opstanding op de laatste dag. Maar Jezus zegt: Ik bén de verrijzenis en het leven. Hier en nu is reeds, begint reeds de eeuwigheid.

Men heeft ons voorgehouden en geleerd zó te leven dat je altijd stervensbereid bent. Is dit een goedgelovig adagium? Zijn wij kinderen van de dood? Moet het niet veeleer zijn: leef in het bewustzijn en de zekerheid dat sterven maar even is?

Laat je bewegen, ontroeren: ril, huiver, wees ontsteld van al die dode levenden om je heen. Spreek hun naam uit, roep hun toe en plaats hen opnieuw in de realiteit. En vooral ook: laat jezelf noemen, roepen door Jezus, als mensen elkaar dood-zwijgen of dood-praten.

Elke bijdrage, hoe klein ook, aan het leven: levenslustig zijn, levens-driftig maken, met een enkel woord, een simpel gebaar elke levensdag opnieuw, is deelname aan Jezus’ gebed voor het open graf van de dood: Vader, Ik dank U dat Gij Mij hebt verhoord. Opdat uw mensen, uw kinderen geloven in de liefde, geloven in het leven.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x