Jaar A, Pinksteren

Pinksteren – Johannes 20,19-23

Het evangelie van Hemelvaart situeert dit gebeuren op paasdag zelf. ‘Hij verscheen hun, sprak en at met hen, en werd voor hun ogen ten hemel opgenomen.’ Zo plaatst ook vandaag het evangelie het pinkstergebeuren op dezelfde eerste paasdag. ‘Hij verscheen hun, Hij blies over hen en sprak: ontvang de Heilige Geest.’

De verhalen uit de Handelingen van de Apostelen daarentegen smeren de ene verrijzeniservaring van Jezus’ leerlingen uit in de tijd. Hemelvaart valt daar op de veertigste en Pinksteren op de vijftigste dag; 40 en 50 zijn symboolgetallen van voltooiing. De veertigste en vóór alles de vijftigste dag is de voltooiing, de bekrachtiging van de eerste.

Bij het evangelie, ‘Hij blies over hen en sprak: ontvang de Heilige Geest’, zou je ook kunnen zeggen: de gave van de Geest, zo gewoon en onopvallend als adem in en uit.

Bij Handelingen past eerder: de gave van de Geest, zo óngewoon en opvallend als stormwind en vuur, natuurelementen die mensen niet in de hand houden; of nog: zo ongewoon en opvallend als een talenwonder: ‘Ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken over Gods grote daden’: hun lofzang en hun getuigenis.

Handelingen en evangelie tezamen genomen is Pinksteren het hoogfeest van – hand in hand – enerzijds de meest gewone en anderzijds de meest ongewone en opvallende wonderwerken van Gods Schepping.

De gave van de Geest is zo gewoon dat je het gevaar loopt eraan voorbij te kijken en ze te vergeten. De gave van de Geest is zo ongewoon en onverwacht dat je het gevaar loopt ze als ongeloofwaardig af te doen, ze te miskennen in haar tegelijk genadevolle en menselijke realiteit.

De tweede lezing was een fragment uit 1 Kor 12. Ook hier gaat het over de gave van de Geest, meer bepaald dan de vele en verscheidene gaven van de éne Geest. Ik geef hier enkele zinnen weer die net voorafgaan aan wat wij straks hebben gehoord. In de verzen 8 tot 10 namelijk worden die geestesgaven door Paulus opgenoemd.

Eerst de gewone. ‘Aan de ene wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven, aan de ander een woord van kennis, aan een derde door dezelfde Geest het geloof.’

Dan volgen de meer óngewone gaven, de ‘charismata’, zoals wij die zijn gaan noemen. ‘Aan weer anderen schenkt de éne Geest gaven om ziekten te genezen, om wonderen te doen, de gave van de profetie, de onderscheiding der geesten, velerlei taal of de vertolking ervan.’

Twee hoofdstukken verder, in hoofdstuk 14, zal Paulus dieper ingaan op enkele van de charismata. Maar voordien, in het beroemde hoofdstuk 13, heeft hij het naar eigen zeggen over een nog meer verheven weg, over de hoogste gave van de Geest, boven alle andere uit: de liefde, de ‘caritas’.

De woorden ‘caritas’ en ‘charismata’ hebben niets met elkaar gemeen. Het ene komt uit het Latijn, het andere uit het Grieks. Toch helpen zij ons om onze vergelijking van daarstraks te hernemen en er beide woorden bij in te vullen. De gave van de Geest: zo ongewoon en opvallend als charismata, zo onopvallend en gewoon als de caritas.

Wie herinnert zich nog de klassieke lijst van de zeven gaven van de Geest uit de catechismus? De profeet Jesaja was er de auteur van: wijsheid, verstand, raad, sterkte, kennis, godsvrucht, vreze des Heren. Het zijn mooie en suggestieve termen, maar ze klinken ons toch wat intellectualistisch in de oren.

Een eenvoudige en voor iedereen begrijpelijke omschrijving van de ‘gewone’, de ‘caritas’-gaven staat te lezen in een andere Paulusbrief, die aan de Galaten. Paulus heeft het daar over de relatie tussen de wet en de christelijke vrijheid, tussen leven naar de wet en/of leven naar de geest.

‘Zusters en broeders, gij zijt geroepen tot vrijheid. Maar misbruik die vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht. Integendeel, dien elkaar door de liefde. Want de hele wet is vervat in dit ene woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Ik bedoel dit: leef naar de Geest, dan maakt de zelfzucht geen kans. Je kent de uitingen van de zelfzucht… Welnu, de vruchten van de Geest zijn: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid. Tegen deze dingen kan geen wet op.

Laat ons opnieuw aansluiten bij de woorddienst van deze pinksterliturgie en de drie lezingen samenvatten in de zin van onze eerder gemaakte vergelijking.

Pinksteren, de gave van de Geest: samengaan van enerzijds het meest gewone en anderzijds het meest ongewone van Gods wondere schepping; enerzijds de caritas, anderzijds het charisma. Het ene is zo gewoon dat je het gevaar loopt eraan voorbij te kijken en het te vergeten. Het andere is zo ongewoon, zo uitzonderlijk dat je het gevaar loopt het als ongeloofwaardig af te wijzen, het te miskennen in haar tegelijk genadevolle en menselijke realiteit.

Zo wensen wij elkaar met Pinksteren toe:
dat wij nooit voorbijgaan aan de caritas van iedere dag;
dat wij evenzeer oog hebben voor de buitengewone charismatische gaven en talenten die midden onder ons aanwezig zijn en werkzaam zijn.

Want zowel de caritas als het charisma zijn geen vroom verhaal van lang verleden tijd, maar maken deel uit van de volle actualiteit nu.

Wat de caritas, de gewone, de dagelijkse Geestesgaven betreft, kunnen wij in onze moderne tijden niet beter doen dan telkens weer Paulus’ lijstje bovenhalen en herhalen. Nooit raakt het voorbijgestreefd of uitgeput. Paulus schrijft een duurzaam en efficiënt recept voor, voor een rijk-menselijk en intens-christelijk leven, met heel veel open en vrije speelruimte, door elkeen op zijn manier in te vullen, ‘al naargelang de Geest hem te vertolken geeft’.

Liefde – caritas. Het is: vreugde, vrede, geduld, zachtheid, vriendelijkheid, ingetogenheid, goedheid, trouw. Elk op zich, maar ook in alle mogelijke onderlinge combinaties.

Het lijkt een aartsmoeilijk, haast niet te realiseren programma. Maar de dagelijkse werkelijkheid is een levend en afdoend bewijs voor de realiteitswaarde ervan. Talloze naamloze mensen, vaders en moeders, jongeren en ouderen, werkers en rusters, denkers en dromers, leken en religieuzen, leraars en lerenden… weten hun leven iedere dag opnieuw rijkelijk in te vullen en te kleuren met een eigen keuze uit Paulus’ aanbod; en dit zonder op te vallen, heel gewoon, zonder bravoure of heldendom.

Maar ook charismatische gaven zijn niet uit de tijd. Het zijn geen rariteiten uit vreemde verhalen van weleer. Ze zijn nu anders dan vroeger, zoals ook de tijd anders is, andere zeden en andere noden kent.

Eerbiedig en dankbaar denken wij aan de ons welbekende en de onbekende begenadigde, charismatische figuren, heiligen van onze tijd. Het gaat over kerkleiders, theologen en pastores. Maar zij hebben er zeker geen monopolie op. Het gaat evengoed over politici en maatschappelijk werkers, opvoeders en zorgverstrekkers, wetenschappers en kunstenaars.

Om te eindigen nog deze bedenking.

Dat de gaven van de Geest in zo’n grote verscheidenheid onder velen verdeeld worden, brengt opvallende verschillen mee tussen mensen, boven op de natuurlijke verschillen die tussen individuen bestaan. De ene heeft wat de andere moet missen. En omgekeerd.

Wat iemand heeft, kan voor hem een grote vreugde betekenen. Maar het kan ook een bekoring zijn tot ikkerigheid. En het kan een doorn zijn in het oog van de ander. Moge het een appel zijn aan de ene én de andere tot vreugde en dankbaarheid.

Wat iemand mist, kan voor hem een groot leed betekenen. Het kan ook een bekoring vormen tot defaitisme. En het kan een voorwerp uitmaken van spot vanwege de ander. Moge het een uitnodiging zijn bij de ene én bij de andere tot nederigheid en geduld.

Met Pinksteren wensen wij elkaar overvloedig de gaven van de Geest toe. Dat Hij ons begrip leert opbrengen voor elkanders begrensdheid en moed voor onze eigen beperktheid. Dat Hij ons elkaars rijkdom leert waarderen en ons mateloos edelmoedig leert woekeren met gratis gekregen talent.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x