Jaar A, Paasdag

Paasdag – Johannes 20, 1-10

Een herinnering aan mijn collegetijd van lang geleden. Elk jaar, op palmzondagmiddag, voerden twee internen uit de retorica het tweede bedrijf op van een toneelstuk over Jezus’ passie, geschreven door de franciscaan Hilarion Thans. Dat was een dialoog tussen Petrus en Judas die – beiden op de vlucht geslagen na hun verraad en verloochening – elkaar ontmoetten in de cenakelzaal op Goede Vrijdag tijdens het stervensuur op Golgotha. Een dialoog van verwijt en tegenverwijt (jij dit en jij dat) die uitgroeide tot een samenspraak tussen de wanhoop en het berouw: de berouwvolle die ondanks alles niet aan de wanhoop toegeeft; de wanhopige die zijn fout erkent, maar niet vatbaar is voor berouw of inkeer.

Dit paasevangelie doet mij daaraan terugdenken en doet de vraag bij mij rijzen waarom deze of gene auteur eens geen gelijksoortige dialoog geschreven heeft tussen Petrus en Johannes, met name het gesprek dat zij mogelijk en zelfs waarschijnlijk hebben gevoerd op paasdag, op weg naar en op de terugweg van het graf. Het zou ons zeker benieuwen wat die beide zwaargewichten van ons geloof toen aan elkaar te vertellen hadden, al zal er heel veel stilte bij geweest zijn op hun paastocht. Hun paasdialoog zal zeker uitgegroeid zijn tot een samenspraak tussen het berouw en de trouw. En wie zegt ons dat dit niet heel dicht bij de realiteit aanleunt?

In het evangelie is er geen spoor te vinden van gesprekken tussen Petrus en Johannes, die zeker wel zullen hebben plaatsgevonden. Tenzij hij het afscheidsmaal op wittedonderdagavond, in de korte passage waar Johannes van Petrus de stille wenk krijgt om aan de Heer, naast wie hij aan
tafel aanligt, te vragen wie de aangekondigde verrader is. Maar een dialoog van hoe weinig woorden dan ook op een cruciaal moment als dit laat ons wel vermoeden dat er een diep en goed contact moet zijn geweest tussen Petrus en Johannes, als zij elkaar hierin aanvoelen en vertrouwen.

En dan is er nog dat ene zinnetje in het ultieme verschijningsverhaal aan het einde van het evangelie. Als de apostelen terugkeren van hun in tweede instantie miraculeus rijke visvangst, staat de nog niet geïdentificeerde Jezus hen op te wachten. Dan zegt Johannes tot Petrus: ‘Het is de Heer.’ Gewoonlijk wordt uit dit ene zinnetje afgeleid dat het Johannes is die ‘andermaal’ Jezus het eerst herkent, vóór Petrus. En dat lijkt niet anders dan datgene te bevestigen waarvan het paasverhaal van vandaag in die zin getuigt.

Laten wij onze aandacht even hierop toespitsen. Het gaat over het eerste paasverhaal uit het vierde evangelie, dat van de morgen bij het graf. Een nieuwe dag is aangebroken. Het is de morgen van de eerste dag van de week, zo begint het verhaal. Het klinkt als het begin van een nieuwe jaartelling of tijdrekening.

De uitzonderingen van gisteren en eergisteren, zij die niet op de vlucht waren geslagen maar Hem trouw waren gebleven tot kruis en begraving toe, zijn de eerste bezoekers van het graf. Zij stellen tot hun ontsteltenis vast dat de steen is weggerold en dat het graf leeg is. Zij haasten zich om het te gaan melden aan Petrus en Johannes.

Het vervolg van het verhaal zou men ook – al klinkt het misschien wat oneerbiedig – het verhaal van de paasrivalen kunnen noemen: Petrus en Johannes op weg naar het graf, als het ware wedijverend om wie er het eerst is. Schriftcommentaren doen opmerken dat een zekere rivaliteit tussen beiden niet zo verwonderlijk is, bijvoorbeeld omdat Johannes genoemd werd als dé kandidaat voor het leiderschap van de twaalf: de geliefde leerling, de meest getrouwe ook, trouw tot onder het kruis. Zeker dat laatste kan van Petrus niet gezegd worden. Maar God volgt niet steeds de menselijke logica. Hij heeft Simon uitgekozen om Petrus te worden.

Het verhaal is geen verschijningsverhaal. Het gaat over zien wat niet te zien is, over leegte zien, over niet-zien als je wilt. Maria Magdalena zag, zij zag dat het graf leeg was. Evengoed kun je zeggen: zij zag niet wat ze verwacht had te zien. Zij zag/zag niet… en zij raakte in paniek. Petrus zag/zag
niet… en hij vertoonde wonderlijk genoeg geen reactie. Johannes zag/zag niet… en hij geloofde.

Dat het graf leeg was, zou nog te verklaren zijn als een teken van lijk-roof, om welke reden dan ook. Maar de opgerolde zwachtels en zweetdoek ontkrachten die mogelijkheid.

Voor de geliefde leerling was dat in elk geval voldoende om te zien, om in te zien, om te begrijpen wat ze tot dan toe niet hadden begrepen, namelijk hetgeen geschreven stond: dat Hij uit de doden moest opstaan. Voor Johannes was dit voldoende om te geloven.

Daar wordt als vanzelfsprekend uit afgeleid dat Johannes eerder geloofde in de verrijzenis dan Petrus. Vervolgens rijst de vraag of bij de terugreis van beiden Johannes zijn inzicht, zijn geloof aan Petrus kenbaar heeft gemaakt en of hij hem ervan overtuigd heeft zelf ook te zien en te geloven. Hierin is heel wat materiaal voorhanden ter inspiratie van de mogelijke schrijver van een toneeldialoog tussen Johannes en Petrus.

Maar is het wel zonder meer waar dat Johannes het eerst zag en geloofde? Met evenveel woorden staat er dat niet. Het getuigenis van Johannes is duidelijk, tenminste wat zijn eigen geloofsinzicht en verrijzeniservaring betreft. Wat er zich echter.buiten hem om heeft afgespeeld, in Petrus’ hart bijvoorbeeld, kan niemand met zekerheid zeggen, laat staan dateren. Laat ons eens uitgaan van de veronderstelling dat Petrus zijn Meester had ontmoet nog vóór de tocht naar het graf, hoe onlogisch dit ook moge klinken ten overstaan van de algemeen gangbare gedachte en overtuiging.

Het lege graf krijgt toch slechts zijn volle betekenis van het verschijnen, het zich laten zien van de levende Heer aan de zijnen. En het oude paaskerugma, Paulus’-kerugma zegt, volgens de evangelist Lucas, dat de Heer het eerst aan Kefas is verschenen. Dat wordt ook het grote, zeg maar het enige motief van de traditie. Niet: het graf is leeg, dus Hij is verrezen. Maar wel: de Heer is waarlijk opgestaan, want Hij is aan Simon Petrus verschenen.

Als wij daarvan uitgaan, zou dat dan niet inderdaad geweest kunnen zijn vooraleer zij naar het graf liepen? Zou dan onderweg ernaartoe Petrus zijn vroege verrijzeniservaring niet aan Johannes verteld hebben? Hier vindt de gegadigde dramaturg mogelijkerwijze heel wat inspiratie in voor een heel andere invulling van zijn toneeldialoog. Zo is het ook te begrijpen dat Petrus niet gehaast is. Daarom vertroost hij ook geen reactie, toen hij ‘zag’: het verbaasde hem niet, het was de bevestiging van zijn ontmoeting met de Levende.

Voor Johannes blijft dan evengoed gelden dat hij zag en geloofde, maar nu op die dubbele basis: hetgeen er geschreven stond en hetgeen Petrus hem bij de heenreis verteld had.

Uiteraard is dit maar vrome speculatie en zal ze geen genade vinden in exegetische ogen. Maar dan nog kan de les die wij uit deze gelovige fantasie trekken, juist en leerrijk zijn.

Het gaat er namelijk niet om wie er nu uiteindelijk de eerste was en wie niet: niet óf Petrus óf Johannes, als waren zij banaalweg elkaars concurrenten; niet de bekeerde verloochenaar of de trouwe beminde leerling. Maar de beiden samen hebben tegelijk Pasen gevierd, ieder vanuit zijn eigen verrijzeniservaring. Petrus komt tot geloofsinzicht vanuit zijn berouw en de vergeving Hem geschonken. Johannes komt tot geloofsinzicht vanuit zijn trouw en diepe geloofsaffiniteit met zijn geliefde Meester.

Die twee, trouw en berouw, zijn toch de menselijke componenten van Jezus’ laatste wilsbeschikking, zijn nieuwe gebod: dat zij elkaar liefhebben, dat zij elkaar de voeten wassen, dat zij neerbuigen voor elkaar, de eerste en de meest geliefde; dat zij voor elkaar geloofswekkers zijn: de trouw en de bekering, de liefde en de barmhartigheid.

Petrus en Johannes, de paasrivalen. Beiden hebben ze over en weer elkaar overtuigd van en opgewekt tot het geloof: dat Hij is opgestaan uit de doden, dat Hij verrezen is op de derde dag, nu eens en voorgoed geworden: de eerste dag van een nieuwe tijd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x