Jaar A: Kerstmis II

Kerstmis – Johannes 1, 1-18

Het Woord is vlees geworden:
het Woord dat God sprak, en het werd licht, en het werd avond en het werd morgen; het Woord dat God sprak door de mond van heilige mannen, en het volk van Israël zag het levenslicht; het Woord dat God sprak door de mond van heilige profeten, en verwachting werd geschapen in het hart van mensen. Dichter en dichter is het Woord genaderd. Nu is het vlak nabij. Het Woord is vlees geworden. God is mens geworden.

Zo geweldig is dit mysterie dat wij het amper kunnen geloven, dat wij het haast niet durven te geloven, dat wij steeds maar de drang ondervinden om dit geheim te verkleinen, op mensenmaat te snijden, op de de maat van – min of meer – ons voorstellingsvermogen, ons bevattingsvermogen, ons uitleg-vermogen.

En dat doen wij niet zomaar, maar precies vanuit onze ideeën over God, zoals wij ze hebben gevormd uit en gevoed aan de bron van de oude Bijbel. Dat wil zeggen: nog niet volledig, nog onvolkomen, nog niet voltooid, nog niet af.

Zo hebben wij ons een voorstelling gemaakt van God, vooral hoe Hij niet kan zijn.

Hij moet wel: on-zichtbaar zijn, onaantastbaar, de gans Andere, onmenselijk alle-machtig.

Als God zo is, dan kan Jezus niet God zijn: een pasgeboren baby; en later: een geëxecuteerde idealist.

Maar, is onze vooropgestelde idee over God wel de juiste? Weten wij wel zeker dat God zó is? Moet onze zoektocht naar God niet de andere richting uit?

Niet onze idee van God leert ons Jezus kennen, integendeel, wij zullen pas echt weten wie God is door Jezus.

Door Jezus leren wij God kennen. Zijn komst, zijn menswording is de volle, de echte Godsopenbaring.

God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet geschapen, een in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is.

Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de maagd Maria, en is mens geworden.

In een werkelijke mens verschijnt de werkelijke God. Het mensenhart van Christus is het hart van God. Geen schijnmens – geen schijngod.

Wie Mij ziet, ziet de Vader – de on-zichtbare. Leg uw hand in mijn zijde en betast mijn wonden – de on-aantastbare. Neem en eet, mijn lichaam, mijn bloed – de gans Andere, zo gewoon als wat brood.

Die geboren is, die gestorven is, die verrezen is; en die door zijn Geest voortleeft in zijn kerk, in ons midden, hier en nu.

Het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons gewoond. Hij zegende hen en sprak tot hen: zie, Ik zal bij u zijn tot de voleinding der wereld.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x