Jaar A: DHJ 22

Tweeëntwintigste zondag door het jaar A – Matteüs 16, 21-27

Deze evangelieperikoop, met in de Willibrordbijbel als titel ‘De eerste lijdensvoorspelling’, bestaat uit twee delen.

Het eerste deel is het vervolg van de Petrusepisode van vorige week waarop de tekst trouwens direct aansluit. Het gebeuren speelt zich af in Caesarea Filippi, de noordelijkst gelegen plaats in Galilea, het verst verwijderd van Jeruzalem, het einddoel van Jezus’ naderende grote reis.

Jezus vraagt aan zijn leerlingen wat de mensen en wat zijzelf over Hem denken en zeggen. Petrus is hun woordvoerder: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Jezus prijst hem zalig voor zijn antwoord.

Het onmiddellijke vervolg hierop vandaag verloopt volgens hetzelfde schema. Jezus voorspelt de afwijzing vanwege de religieuze leiders die Hem in Jeruzalem te wachten staat, en zijn lijden en dood die er de consequentie van zijn. Ditmaal protesteert Petrus: dat kan toch niet waar zijn. En Jezus straft hem af: niet zalig zijt gij, maar Satan zijt gij, ga weg van Mij.

Zowel voor de zaligprijzing als voor de terechtwijzing geeft Jezus zijn reden op. In het eerste geval is het Petrus’ fijngevoeligheid voor wat God hem ingeeft. ‘Niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemel is.’ In het tweede geval is het Petrus’ ongevoeligheid voor de stem van de hemelse Vader. ‘Gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door Gods wil.’ Is het dan de wil van God dat zijn veelgeliefde Zoon ten onder gaat en sterft op een kruis? Heeft Petrus dan geen gelijk om te protesteren: dat kan niet waar zijn, dat kan Gods wil niet zijn? De nuance is dat niet het kruis Gods wil is, maar wel dat de Christus, de Zoon van de levende God, mens geworden om zijn scheppende liefde volle gestalte te geven, de consequenties hiervan te dragen heeft, ook al leidt dat naar de afwijzing door mensen, met de kruisdood als onafwendbaar gevolg.

De reis naar Jeruzalem en de confrontatie met de officiële vertegenwoordigers van Israëls geloof zijn onvermijdelijk. Er niet heen gaan om de fatale afloop te voorkomen betekent: integraal op de vlucht slaan voor zending en verantwoordelijkheid.

Het tweede deel van het evangelie is de explicitatie van het eerste, wat de leerlingen van de Heer betreft. ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.’

Zichzelf verloochenen.

Het is een begrip dat bij Petrus en zijn medediscipelen, net zoals bij ons trouwens, al evenveel weerstand en protest oproept als het in het vooruitzicht gestelde lijden en sterven. Maar na die hevige reactie van de Meester durven zij het niet meer hardop te zeggen. Denken doen ze het des te meer in hun binnenste. Is die Blijde Boodschap van het komende Rijk alleen maar een jobstijding van loutere mislukking?

Zelfverloochening, zelfmiskenning, zelfvernietiging. Het lijken zo goed als synoniemen van elkaar.

En wij die dachten dat het de taak en de plicht was van iedere mens om zich levenslang te ontplooien, te ontwikkelen. Zichzelf te realiseren zoals op de allereerste Bijbelbladzijde gesteld wordt: ga en vermenigvuldig u, bevolk de aarde en onderwerp haar.

Er is echter meer aan de hand dan dit. Als Jezus Petrus op zijn plaats zet, zegt Hij volgens de courante vertaling: ga weg van Mij. Stuurt de Heer hem dus werkelijk de laan uit? Zet Hij hem aan de deur? In feite staat in de tekst: achter Mij! Achter Mij, daar is je plaats. Daar is de plaats van de leerling en niet zoals jij je aanmatigt je tot mijn hoogte op te tillen om Mij terecht te wijzen.

Ook in de hieropvolgende bewuste uitspraak over de weg van de volgeling staat iets in dezelfde zin. Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen: Mij achterna komen, of achter Mij nakomen staat er letterlijk. Wij zijn spontaan geneigd er in één adem aan toe te voegen: zoals Ikzelf u daarin voorga, zoals Ikzelf mijn kruis zal opnemen – tot in de letterlijke zin van het woord – en op die manier mijzelf zal verloochenen.

Wat zeg ik? Christus zou zichzelf verloochend hebben? Het tegenovergestelde is het geval. Hij is helemaal zichzelf gebleven, trouw en consequent tot en met, ook als dat afwijzing en veroordeling meebrengt en met lijden en kruisdood bestraft wordt. Dat ‘zoals Ik’ is zeker geen juiste toevoeging. De Heer Jezus heeft zichzelf niet verloochend. Maar voor volgelingen, voor leerlingen liggen de zaken wel iets anders klaarblijkelijk. Zij zijn duidelijk nog niet toe aan de trouw en de consequentie van hun Meester. Zij moeten er nog heel wat aan doen eer zij zo ver zijn. En die leerschool heet zelfverloochening.

Laat ons met deze term en zijn betekenis niet al te gemakkelijk en al te luchtig omgaan, als was het een stukje voorbijgestreefde overlevering.

Zelfverloochening is niet het tegenovergestelde van zelfontplooiing of zelfrealisatie, maar een vaak even probaat als radicaal middel ertoe en een weg erheen. Het wil dus zeker niet zeggen dat van mensen, van christenen gevraagd wordt om dingen die ze goed doen met opzet minder goed of verkeerd te gaan doen, alleen maar om zogezegd evangelisch zichzelf te verloochenen; of om dingen die ze graag doen opzettelijk achterwege te laten, enkel maar om de verdienste van de zelf-verloochening. Je geaardheid en je talent zijn en blijven zekere richtingaanwijzers die je moet volgen om jezelf te verwezenlijken volgens het grote plan van Hem die je geschapen heeft zoals je bent.

Maar ieder van ons weet dat werken aan zichzelf (zelfrealisatie dus) vaak betekent: tegen zichzelf ingaan (zelfverloochening dus). Dikwijls zijn er wel dingen te doen die je niet per se graag doet, en dingen te mijden of te laten die je wel graag zou doen. Geaardheid en talent zijn niet de laatste criteria op zich. Het laatste criterium van zelfrealisatie is niet jezelf op zich, maar jezelf in de relatie met de ander. Werken aan jezelf, daarom ook als het moet, ingaan tegen jezelf: omwille van de ander!

En dat is niet tegen de natuur van de mens. Het mooiste voorbeeld, uit de natuur gegrepen, is de relatie moeder-kind. Daar klinkt een woord als zelfverloochening heel normaal. Ofwel verloochent de moeder zichzelf, zegt men, ofwel verloochent ze haar kind. Ofwel zichzelf, ofwel haar grote liefde. Om honderd procent zichzelf te zijn doet de moeder alles omwille van haar kind.

Mensen zijn geroepen om steeds consequent te zijn met zichzelf én de ander, zij het met een kleine a, de enkeling of de gemeenschap, zij het met de grote A van de gans Andere, van God. Mensen zijn geroepen om steeds consequent te zijn met de waarheid en de liefde.

Voor de Heer Jezus waren lijden en kruis daarvan het onvermijdelijke uitvloeisel, vanwege de consequente trouw aan zijn levensvisie en boodschap van liefde in verbondenheid en gegevenheid. Daarom is Hij lijden en kruis niet ontvlucht, hetgeen een verloochening zou zijn geweest van zijn roeping en ideaal, maar Hij heeft het koninklijk aanvaard en gedragen.

In de school van het leven heeft Hij het lijden geleerd. En evengoed andersom: in de school van het lijden heeft Hij het leven geleerd.

Als wij christenen willen zijn, zijn leerlingen en volgelingen, moeten wij ons kruis opnemen, onszelf verloochenen. Dat wil zeggen: onszelf realiseren tot en met en zo goed als enigszins mogelijk is, getrouw aan onze roeping en talenten, maar nooit ten koste van naastenliefde en dienstbaarheid.

Zelfrealisatie in christelijk perspectief kan niet zomaar ongebreideld gaan ten koste van wie of van wat ook, maar wordt geconditioneerd door en is ondergeschikt aan de andere, de naaste, de maatschappij, het milieu, de schepping; geconditioneerd door en ondergeschikt aan de dienst aan de ander, de liefde tot de naaste en tot de gemeenschap waarvan wij deel uitmaken; ten slotte door de dienst aan de gans Andere, de liefde tot God.

In de school van het leven moeten ook wij het lijden leren. En andersom: in de school van het lijden moeten wij het leven leren. Aan onszelf werken, voortdurend en zonder ophouden, om trouw en consequente volgelingen te worden, te zijn, te blijven. In de lijn van wat Jezus’ grote volgeling Paulus in diezelfde scholing geleerd heeft en ons verder leert: stem uw gedrag niet af op deze wereld. Word een andere mens met een nieuwe visie. Dan zijt gij in staat om uit te maken wat God wil en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x