Jaar A, DHJ 2

Tweede zondag door het jaar A – Job 1, 29-34

Met het feest van het Doopsel van de Heer Jezus werd vorige week de kerstkring afgesloten. Liturgisch gesproken was de volgende dag reeds een dag uit de eerste week door het jaar. Vandaag begint dus ook de tweede week door het jaar.

Maar de liturgie lijkt node afscheid te kunnen nemen van Kerstmis. Het feest van de veertigste dag, Lichtmis, moet nog komen. En deze tweede zondag door het jaar heeft klaarblijkelijk ook een sterke band met de kersttijd.

Misschien hebben sommigen inderdaad wat verwonderd opgekeken omdat het evangelie opnieuw over het Doopsel van de Heer ging.

Vorige week hoorden wij het relaas van Jezus’ Doop door Johannes in de Jordaan, zoals het genoteerd staat bij Matteüs. In de cycli B en C vertellen respectievelijk Marcus en Lucas hetzelfde verhaal. Op de tweede zondag door het jaar, in de drie cycli, is het vierde evangelie aan de beurt: vandaag, in cyclus A, met als onderwerp nogmaals het Doopsel in de Jordaan. Het is echter geen relaas over de feiten, maar een relaas over een latere mijmering vanwege de Doper over het gebeuren; of, zou je evengoed kunnen zeggen, een late mijmering erover van de auteur van het vierde evangelie zelf, de evangelist Johannes.

In ieder geval ligt de volle klemtoon op het getuigenis dat de Doper heeft afgelegd, nadat hij Jezus gedoopt had.

De evangelietekst sluit aan op die van de Proloog, die honderd procent voor een kerstevangelie kan gelden, zonder dat er één woord over de geboorte van het Kind wordt gezegd. In deze Proloog wordt Johannes de Doper reeds ten tonele gevoerd. ‘Er verscheen een man, door God gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam om te getuigen van het Licht.’

Na de Proloog, vanaf vers 19 van hetzelfde eerste hoofdstuk, volgt dan de eigenlijke episode over de Doper. Ze bestaat uit drie delen die door de auteur zelf gescheiden en onderscheiden worden als drie op elkaar volgende dagen. Bovenaan staat de titel van het geheel, van de driedaagse: ‘Dit is dan het getuigenis van Johannes de Doper.’

Dag één vertelt wat er gebeurde, toen de joden uit Jeruzalem priesters en levieten uitstuurden om de vreemde asceet hij de Jordaan te ondervragen over zijn optreden. Die perikoop kennen wij als het evangelie van de derde zondag in de advent van de B-cyclus.

Dan gaat vers 29 verder: ‘De volgende dag zag hij Jezus naar zich toekomen…’ Let wel: niet om zich te laten dopen, want dat was al een tijdje geleden gebeurd. Het evangelie van vandaag is dag twee dus. Dag drie begint in vers 35: ‘De volgende dag stond Johannes daar weer…’ – het evangelie van dezelfde tweede zondag door het jaar in de B-cyclus.

Het dagevangelie vormt dus het middendeel van de zogezegde driedaagse. Er volgt in het Johannesevangelie nog een vierde en zelfs een vijfde dag; maar dan is de Doper van het toneel verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor Jezus’ eerste volgelingen.

Het gaat zeker ook niet letterlijk over drie kalenderdagen, maar over drie opeenvolgende fasen van één geheel, één getuigenis: samenhorend en toch ook duidelijk van elkaar te scheiden en te onderscheiden.

Misschien realiseren wij ons onvoldoende bij het beluisteren van Johannes’ getuigenis dat de Doop van de Heer – zoals reeds eerder aangegeven – aan de hele episode vooraf is gegaan: ook aan het eerste, het adventsdeel ervan.

Juist omdat het zó adventsgebonden en -geladen is, situeren wij in onze voorstelling dit woord en wederwoord tussen de officiële joodse kerk en de Doper veel eerder: vóór de Doop. Op die wijze wordt het getuigenis ‘midden onder u staat Hij die gij niet kent’ sterk afgezwakt: we hebben Hem nog niet eens gezien, is onze reactie uit hoofde van de interpellanten, wat zouden wij Hem dan kennen? Maar jawel, Hij was te zien. Hij stond midden onder ‘ons’. Men kende Jezus ondertussen, ook in Jeruzalem, maar Hij vormde daar nog geen echt probleem, zelfs nog geen punt van aandacht. In die zin ‘kent’ men Hem niet, ‘erkent’ men Hem niet.

Daarom ook gaat dit eerste getuigenis van de Doper niet verder dan dat: ‘Hij die na mij komt, ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken.’ Op dat moment had méér zeggen geen zin: er was immers geen luisterbereidheid, geen ontvankelijkheid voor méér.

In het tweede en derde deel van het getuigenis, op de tweede en derde dag, worden andere accenten gelegd, afhankelijk van het feit dat het een ander publiek is, dat de toehoorders een andere ingesteldheid hebben. Die ingesteldheid heeft zich ontwikkeld van gesloten, niet-geïnteresseerd – in het eerste tableau – naar open, zoekend, luisterbereid, geloofsgevoelig, bereid om de boodschap van de Doper te beluisteren en zijn getuigenis ernstig te nemen en te aanvaarden.

‘De volgende dag’, ‘vandaag’ dus, waren de omstanders niet meer uit op uitleg en verantwoording vanwege de Doper over zichzelf en zijn optreden. Nu lieten zij hun zoekende blikken door deze gloedvolle kroongetuige in een andere richting leiden.

Zie, dat is Hij: degene over wie het te doen is, degene van wie ik u gisteren gezegd heb dat Hij weliswaar ná mij komt, dat wil zeggen: mijn leerling, mijn dopeling is, maar dat Hij groter is dan ik, dat ik in Hem mijn Meester heb gevonden.

Zie, dat is Hij: het Lam van God, de Dienaar van God, de Uitverkorene van God. Hij neemt, Hij draagt de zonde van de wereld weg. Gods Geest rust op Hem.

Heel verwonderlijk in dit vrijmoedige getuigenis is zeker het tot tweemaal toe herhaalde ‘ook ik kende Hem niet’. Hoe dat nu? Herkende die man zijn eigen neef niet?

Dat wel, zegt de Doper. Maar ook ik wist niet wie Hij in feite was. Vanaf het moment van mijn eigen roeping en zending wist ik dat er iemand komen zou, groter dan ik. En ik wist dat ik ernaar moest uitzien, uitzien naar de Geest die zich zou manifesteren.

Dat was mijn belangrijkste taak: niet preken, niet dopen, maar uitzien naar een leerling, een dopeling, groter dan ik, op wie de Geest zou rusten; en dan: Hem herkennen en Hem aanwijzen.

Welnu, ik heb Hem gedoopt, ik heb gezien hoe de Geest op Hem is neergedaald. Nu zeg ik u dan ook: zie, deze is het, de Dienaar van God, het Lam van God, de Uitverkorene van God. De Geest rust op Hem. Hij neemt de zonde van de wereld op zich; Hij draagt de zonde van de wereld weg.

Onze wereld staat zo ver af van Gods scheppingsplan. Hij is zo geschonden en verziekt, bedekt en omhuld met een mantel van zonde, het tegendeel van Gods scheppende droom. Maar nu zendt God zijn Zoon om die mantel weg te nemen, weg te dragen; om de wereld als het ware te ontmantelen en in plaats daarvan hem te omkleden met het oorspronkelijke en steeds nieuwe kleed van de Geest.

Zie, dat is Hij. Deze is de Zoon van God.

De slotzin van de perikoop van vandaag is ook de perfecte samenvatting ervan, zoals van het gehele Johannesevangelie. Deze is de Zoon van God.

Maar hoe kan iemand, hoe kan een mens de Zoon van God zijn?

Dezelfde vraag als: hoe kan iemand, hoe kan een mens tegelijk drager van zonde en drager van Geest zijn; het ene weggenomen, de zonde van de wereld; de andere aangebracht, de Geest van God?

De vraag is gesteld. Het zal een open vraag blijven, tenzij wijzelf het antwoord geven: hetzij met een droog ongelovig ‘onmogelijk’, hetzij met ons schuchtere maar bewust gelovige engagement: de volgende dag…

De volgende dag was Johannes daar weer met twee van zijn leerlingen. Het waren de beste, de meest vertrouwde leerlingen. Zij waren klaar voor de grote overstap. Zij volgden Hem, toen hun oude meester hun een duidelijke vingerwijzing in die richting had gegeven. Jezus vroeg hun: wat kan Ik voor u doen? Zij vroegen: Rabbi, mogen wij uw leerlingen zijn? Hij antwoordde: graag, kom maar mee. Dan zie je meteen wat je te verwachten hebt en wat van je verwacht wordt.

Leerling zijn van Jezus is zich toevertrouwen aan het Lam van God: dat Hij onze zonde wegdraagt en ons bekleedt met zijn Geest.

Het onlosmakelijk vervolg is dat wijzelf met Hem mee werelddragers worden: wegdragers van zonde, aandragers van Geest. Dat wil zeggen: pijn verlichten – hoop brengen; lijden lenigen – vuur aanwakkeren; onrecht bekampen – het kleine beschermen; honger stillen – vrede stichten.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x