Jaar A, Christus Koning

Christus, Koning van het Heelal – Matteüs 25, 31-45

Weet u hoe het evangelie volgens Matteüs nu voortgaat, direct na deze passage? Het volgende vers is heel beroemd, wereldberoemd, vooral in het Duits. Ik citeer het. Ik wil het ook voor u zingen, indien u dit verkiest.

‘Da Jesus diese Rede vollendet harte, sprach er zu seinen Jüngern…’: zo begint het eerste recitatief uit de Matthäuspassion van Johann Sebastian Bach.

Onmiddellijk na het visioen over wederkomst en eindoordeel begint inderdaad het lijdensverhaal. De toespraken, de lessen, het onderricht zijn afgelopen, uitgezonderd uiteraard de voorbeeldles bij uitstek, het levenspracticum dat nu met hoofdstuk 26 aanvangt.

De laatste toespraak heet de eschatologische rede. Daarmee gaat Jezus in op de vraag van zijn leerlingen om hun iets te vertellen over het einde van de wereld. Deze slotprediking beslaat twee hoofdstukken: 24 en 25. Uit hoofdstuk 24 wordt in de liturgie slechts één enkele passage voorgelezen, en wel op de eerste zondag van de advent. Hoofdstuk 25 komt integraal aan bod op de drie laatste zondagen van cyclus A: veertien dagen geleden de parabel van de vijf wijze en de vijf dwaze bruidsmeisjes, vorige zondag die van de talenten, vandaag de parabel of het visioen van het laatste Oordeel. Het centrale vers van hoofdstuk 24 slaat op elk van deze drie parabels van hoofdstuk 25: wees waakzaam, want gij weet niet op welke dag de Heer komt.

De reserveolie in de kruiken van de wijze bruidsmeisjes hebben wij de spirituele energie genoemd die je geduldig vergaren en opsparen moet: alert en aandachtig, waakzaam voor het moment dat je ze gebruiken moet.

En als dat moment gekomen is, moet je die energie ook volop gebruiken, zodat ze rendeert; en ze niet bangelijk oppotten, want dan vergaat en vervliegt ze. Dat is de parabel van de talenten: ermee woekeren en ze niet ingraven.

Vandaag is de kern van de boodschap dat alle waakzaamheid, geduldig en alert, en alle energie, onbevreesd en onvoorwaardelijk ingezet, geconcentreerd moeten worden op de kleinen, de geringen en noodlijdenden.

Met hen immers stelt de bruidegom, de eigenaar, de Mensenzoon, de Herder, de Heer, de Koning zich gelijk.

Dat Jezus zich vereenzelvigt met de geringen en noodlijdenden, wordt door de toehoorder en lezer in het algemeen begrepen als universeel, dat wil zeggen: als niet-gebonden aan het feit of die zieken en hongerigen christenen zijn of niet. Er staat niet bij: op voorwaarde dat zij mijn Naam belijden. Dat zou trouwens bijna sektarisch, discriminerend en onchristelijk overkomen.

Als men in die lijn logisch verder denkt, wordt ook de scheidingslijn tussen rechts en links, tussen schapen en bokken niet bepaald door het al dan niet christen-gelovig zijn, maar door de daadwerkelijke inzet van wie dan ook ten overstaan van de hulpbehoevenden en zwakken, wie zij ook zijn.

Dan stelt zich natuurlijk de vraag: waarom nog kerk en christendom, geloof en religie? Het garandeert blijkbaar toch niets, het maakt uiteindelijk toch het verschil niet uit. Er zijn in het verhaal evenwel een aantal details die hieromtrent een duidelijke nuancering aanbrengen.

In het begin staat dat alle volkeren voor de Mensenzoon zullen worden bijeengebracht. Maar als de evangelist Matteüs het specifiek over de volkeren heeft, dan bedoelt hij steeds de heidenen, de niet-joden, a fortiori in ons geval de niet-christenen.

Verderop definieert Matteüs de arme en kleine mens als ‘een dezer geringsten van mijn broeders’. Welnu, als deze evangelist het over de broeders van Jezus heeft, bedoelt hij daar steevast de volgelingen mee, de christenen, in de eerste plaats de leerlingen. Hetzelfde geldt voor het woord ‘kleine’: ook dat duidt bij Matteüs meestal de eigen leerlingen aan.

Hiermee rekening houdend gaat de situatie er toch wel heel anders uitzien. De heidenen, de niet-gelovigen: die worden voor de Koning gebracht. En zij zijn het die gescheiden worden in goeden en kwaden, al naargelang van wat zij gedaan hebben voor de christenen, al naargelang van de manier waarop zij de christenen, in de eerste plaats de kleinen, dat wil zeggen: de leerlingen van de Heer, behandeld hebben. Volgens dit scenario worden de christenen zelf niet geoordeeld: zij staan immers rondom de Koning; Hij is één met hen; zij zijn één met Hem.

Zoals eerder gezegd komt dit inderdaad sektarisch en veeleer onchristelijk over. Geef ons maar de eerste, de universele visie. Maar de vraag is niet wat wij verkiezen dat het evangelie betekent, maar wel wat de auteur ermee bedoeld heeft.

Het was ongetwijfeld Matteüs’ bedoeling om met dit visioen zijn eigen christenen, die van zijn gemeente rond de jaren tachtig, die vervolgd werden, die door de wereld werden afgewezen, een hart onder de riem te steken. Het moest hen bemoedigen, te weten dat zij zo intens met de Koning verbonden waren (met hen identificeert Hij zich) dat uiteindelijk hun toekomst en hun geluk gegarandeerd waren. Want de wereld die hen vervolgde en niet aanvaardde, zou veroordeeld worden.

Anderzijds plaatst Matteüs dit visioen aan het einde van de tijden. Dat betekent voor hem: niet vooraleer de Blijde Boodschap alom zal zijn uitgedragen, als dus de zendingsopdracht van Hemelvaart zal zijn vervuld: ga en onderwijs alle ‘volken’ en maak ze tot mijn leerlingen. Dan zijn de volken niet langer heidenen. Of anders gezegd: dan kunnen ook de heidenen leerlingen geworden zijn. Alle mensen zijn geroepen om christenen, om Jezus’ leerlingen te zijn. Alle mensen zijn dan Jezus’ broeders: die Hem al dan niet navolgen, Hem al dan niet erkennen of Hem verloochenen, al dan niet zijn boodschap aannemen, zijn programma realiseren, zijn liefdesgebod volbrengen.

Daarbij komt dat dit visioen het sluitstuk is van de laatste toespraak van de Heer met als centraal thema: wees waakzaam. En deze oproep is rechtstreeks tot de leerlingen gericht: zij moeten waakzaam zijn. Zij moeten geduldig zijn, zij moeten alert zijn. Zij moeten zich vurig en energiek inzetten voor de evangelische waarden, de talenten. Zij moeten ze gebruiken, in de eerste plaats ten behoeve van de geringsten onder hen, de armen en noodlijdenden.

Christenen vallen dus zelf ook wel degelijk onder het oordeel. Alle armen en kleinen ter wereld behoeven hun aandacht en zorg. De broederliefde, de dienstbaarheid en de barmhartigheid: ziedaar het ultieme criterium van goed en kwaad, van ‘leven’ in de uiteindelijke zin van het woord.

Maar nogmaals: tegelijk is het zo dat christenen op een heel intense wijze met Jezus verbonden zijn. Dat is hun genade, hun hoop en hun troost, terwijl het meteen hun verantwoordelijkheid nog groter maakt. Dat is hun geloofsgarantie, maar zeker geen soort automatische levensverzekering dat er niets kan mislopen.

Christenen mogen zich vereenzelvigen met de broeders van de Heer, de kleinen, de geringen die rondom de troon staan en aan wie een gezegende toekomst is toegezegd.

Maar zij dienen zich ook te vereenzelvigen met de volken, geroepen om goed te doen aan de geringsten van de broeders des Heren, de armen en noodlijdenden.

En daartoe mogen en moeten christenen zich vóór alles identificeren met de Heer zelf, die hun leidsman is op de weg van het gegeven zijn, van het erbarmen, van de goedheid, van de voorkeursbehandeling jegens al wie zwak en broos en kwetsbaar is.

Christus is de Koning, zin en doel van ons geduld en onze waakzaamheid, die ons is voorgegaan op de weg van het vertrouwen in en de aandacht voor de wil van de Vader die in de hemel is.

Christus is de Koning van onze inzet en ons engagement, die ons is voorgegaan op de weg van de onvoorwaardelijke overgave en dienstbaarheid.

Christus is de Koning van het universele Rijk van alle volken, geroepen om zijn leerlingen, zijn broeders te zijn. Hij is ons voorgegaan op de koninklijke weg van de liefde, sterker dan de dood, ook als dit een lijdensweg betekent die naar een kruis voert.

‘Da Jesus diese Rede vollendet hatte…’, toen Jezus deze toespraak had beëindigd, zei Hij tot zijn leerlingen: gij weet dat het binnenkort Pasen zal zijn.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x