Jaar C, dhj 7

Zevende zondag door het jaar C – Lc 6,27-38

Oude spreekwoorden drukken vaak, gebald en beeldrijk, een stuk levenswijsheid uit. Ken je het volgende spreekwoord?

Een korrel recht is beter dan een schepel genade.

Dat wil zeggen: het biedt veel meer zekerheid zich te kunnen beroepen op iets waar men recht op heeft – hoe gering en onbeduidend het ook lijkt – dan dat men zich uitgeleverd weet aan de willekeur van toevallige goedheid en grootmoedigheid.

Een korrel recht is beter dan een schepel genade.

Wij mogen ons gelukkig prijzen dat wij leven binnen een zogenaamde rechtsorde: in een moderne rechtstaat waar onze rechten als burgers gegarandeerd zijn; een maatschappij die de zogeheten rechten van de mens, de grondrechten van ieder van haar individuele leden erkent en eerbiedigt En dat in tegenstelling tot een machtstaat of een politiestaat waar enkel de machthebbers – de heersende klasse – rechten hebben en deze kunnen doen gelden. Want daarvan is het gevolg voor de gewone burger: overgeleverd te zijn aan willekeur, uitbuiting, verknechting, slavernij.

Vrijheid kan niet zonder recht. De rechten van de mens zijn er precies omwille van de vrijheid van de mens en de bescherming daarvan. In een samenleving die niet gebouwd is op en georganiseerd is volgens een rechtsorde, kan individuele vrijheid niet bestaan of gedijen.

Het spreekt voor zich dat deze vrijheid bepaald wordt, beperkt wordt door het algemeen belang, door precies de rechten en vrijheden van de ander. Dat is de logica zelf. Zo zitten mens en samenleving nu eenmaal in elkaar. En daarom zegt het spreekwoord: een korrel recht is beter dan een schepel genade.

Wij mogen ons gelukkig prijzen dat wij in dit soort moderne rechtsgemeenschap leven, vanwaar wij uit de hoogte van onze superioriteit wat meewarig neerkijken op ‘vroeger’ en ‘elders’, toen dat niet zo was of is: zoveel minder modern, minder beschaafd, op het randje af van het barbaarse of zelfs eroverheen.

Teken van beschaving is bijvoorbeeld ook dat je zomaar het recht niet in eigen handen kunt of mag nemen, maar dat alles door de rechtsorde geregeld is. En ingeval dat niet duidelijk of betwistbaar is, daar zal de rechtspraak uitsluitsel geven: recht verschaffen.

In die zin kun je ons spreekwoord ook oud en voorbijgestreefd noemen, te vervangen door bijvoorbeeld (om in de stijl te blijven):
de volle schepel recht die onze maatschappij ons biedt, is zoveel beter dan het korreltje genade van vroeger. Wij hebben recht op de volle schepel recht; wij hoeven geen korreltjes genade.

De religie in het algemeen en de oude Bijbel van het godsvolk en het christendom in het bijzonder staan aan de bakermat en de ontwikkelingsgang van deze rechtsorde, met als fundament de rechtsorde van de schepping zelf, het rechtsgevoel dat de Schepper in het hart van de mens heeft ingebouwd, de rechtvaardigheid, de gerechtigheid die wij aan de Schepper van hemel en aarde toemeten als primaire eigenschap van onze opperste Rechter.

En Jezus Christus zegt over zichzelf dat Hij geen jota van de wet kreuken wil, dat Hij niet gekomen is om de wet af te schaffen, maar om ze te volbrengen.

En wij belijden dat Hij het is die komen zal, om recht te doen aan levenden en doden.
En dan: dit evangelie! Daar staan in dat verband, zachtjes uitgedrukt, toch heel merkwaardige dingen in: als men je besteelt, laat je bestelen; als men je slaat, laat je slaan.

Dit evangelie is nu eens echt de wereld op zijn kop gezet. Het gaat daarbij niet zomaar om een tactiek van Gandhi-achtige geweldloosheid.

Dit evangelie is ons oude spreekwoord op zijn kop gezet: een korreltje genade, zegt Jezus met evenveel woorden, is zoveel beter dan een schepel recht.

Een korreltje genade schenken aan wie daar geen rechtop heeft, omdat hij in de schuld bij je staat, omdat hij aan je genade is uitgeleverd, is zoveel beter dan de volle schepels recht opeisen waarop je inderdaad recht hebt tegenover die andere.

Bouw hiermee een maatschappij op. Stel die naïviteit in de plaats van de rechtsorde, zoals ze door de levenswijsheid van zoveel mensen de stevige grond geworden is van een evenwichtige menselijke samenleving.

Wij hebben toch het volste recht en zelfs de plicht om ons tegen onze vijanden die onze vrijheid belagen, te beschermen: ons en diegenen die aan onze zorg zijn toevertrouwd, inderdaad. En toch zegt het evangelie: bemin je vijand, schenk hem je genade, wees hem genadig.

Wij hebben toch het volste recht en de morele verplichting om onze menselijke waardigheid, Gods eigenste geschenk, hoog te houden en te verdedigen tegen wie ze miskennen en kleineren, wie ons vervloeken en mishandelen op welke grove of verfijnde manier dan ook, inderdaad. En toch zegt het evangelie: zegen je vijand, bemin hem, bid voor hem, gun hem alle goeds en wens hem alle goeds toe.

Het is toch niet enkel mijn recht, maar mijn duurzame plicht als opvoeder, zegt de vader, om mijn kinderen terecht te wijzen, te straffen voor hun eigen goed. Inderdaad, zegt het evangelie. Maar ga je daarom minder van hen houden? Ga je hen vervloeken? Ga je hen niet zegenen met je vaderlijke zegen van: alles is vergeten en vergeven? Welke vader straft zijn kind alleen maar, opdat gerechtigheid zou geschieden? Dat is dan van vroeger en elders, dat is dan onbeschaafd en barbaars.

Elders bij dezelfde Lucas lezen wij de parabel van de verloren zoon, waaraan wij de laatste tijd liever de mooie titel meegeven van de parabel van de barmhartige Vader. Een parabel is een alternatief voor een spreekwoord, voor de gelegenheid een spreekwoord op zijn kop, namelijk: een korrel genade is zoveel beter dan een schepel recht.

Christendom en evangelie gaan niet in tegen de rechtsorde van de maatschappij, maar nodigen mensen uit om daar een dimensie aan toe te voegen die de eigenste dimensie is van christendom en evangelie: de agape de caritas, in deze context door Lucas barmhartigheid genoemd.

Christendom en evangelie nodigen ons uit om – schijnbaar tegen alle logica in van ‘oog om oog, tand op tand’, zij het aangekleed in de meest moderne verpakking van onze moderne rechtsmaatschappij – in woord en daad te delen in het mysterie van Gods grootmoedigheid, het mysterie van de barmhartigheid van de Vader.

Dat doet niets af aan het volle respect voor het recht en de rechten van de ander. Daarzonder is barmhartigheid een leugen. Maar als het over eigen recht gaat, als wijzelf de vragende, de eisende partij zijn, dan voegt het evangelie aan de menselijke rechtsorde deze nieuwe, ongehoorde, oerchristelijke en verlossende dimensie toe: wees barmhartig, zoals uw hemelse Vader barmhartig is.

Ieder van ons draagt diep in zich de haast natuurlijke drang om aan eigen recht het volle pond toe te kennen, maar om de ander op dat vlak zo minimaal mogelijk te bedienen: eromheen draaien, het ontwijken, het ontlopen.

Hoe graag wij bijvoorbeeld alle mogelijke reglementen ontduiken, verkeersregels, belastingen… Dat wordt dan niet verkeerd maar slim genoemd, zolang je je maar niet laat snappen. De glimlach op onze lippen bewijst dat wij weten waarover het gaat.

Een sterker voorbeeld is het vluchten van mensen, weg van.., of in de arbeid, zo weinig mogelijk doen wat ‘gevraagd’ wordt, en dat vaak onder het mom van dat wij wel wat anders te doen hebben. Hier verdwijnt de glimlach, maar niet de tinteling binnenin. Dat is dat fenomeen dat in media en kranten ‘moderne’ mensen bestempelen als het schuldgevoel waarmee hun christelijke opvoeding hen heeft opgezadeld.

Kortom, mensen trachten steeds wat op te schuiven op de balans van het recht, steeds wat meer naar de eigen kant toe; en dat uit hoofde van de vrijheid uiteraard, die zij op deze wijze groter achten te worden, blijkbaar zelfs zonder dat het een ander zou deren of storen.

Jezus stelt voor om eens helemaal in de andere richting op te schuiven: naar de ander toe, naar de vrijheid = de bevrijding van de ander toe.

Christelijke vrijheid is niet het door niets of niemand gestoord of verstoord worden ten bate van zichzelf, maar wel de bevrijding van zichzelf ten bate van de andere en diens vrijheid. Dat is de vrijheid van de kinderen Gods: niet vrij zijn van, maar vrij zijn om, vrij zijn voor.., als synoniem van agape, caritas, barmhartigheid, te schenken en te vragen.
Een korreltje genade is zoveel beter dan een schepel recht. Het brengt ons zoveel dichter bij het hart van God.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x