Fatima, plaats van hoop en vrede

Voor wie nog nooit in Fatima is geweest of er nog niet veel van weet
geeft onderstaande boekje – met héél veel fotomateriaal – een heel goede eerste indruk

De missionarissen van Onze Lieve Vrouw van de Consolata

De eerste missionarissen van Consolata kwamen in het jaar 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog naar Fatima. Met welwillendheid werden zij door de kerkelijke autoriteiten en door de bevolking als “Missionarissen van O.L. Vrouw” opgenomen. Reeds het volgende jaar openden zij, op slechts een paar honderd meter van het Heiligdom een seminarie voor de opleiding van toekomstige missionarissen. Intussen had Pater Joáo De Marchi – nadat hij rechtstreeks van ter plaatse wonende getuigen informaties over de van O.L. Vrouw in 1917 had ingewonnen – een boek geschreven, dat – in meerdere talen vertaald – in vele landen verspreid werd. Het was getiteld “Een Dame, schitterender dan de zon”. Nederlandse vertaling: “Fatima vanaf het begin”.

Het Missie-instituut van de Consolata werd in het jaar 1901 gesticht door Pater Josef Allamano, een streekgenoot van de H. Don Bosco en neef van de H. Josef Cafasso. Toendertijd was Pater Josef rector van het heiligdom O.L. Vrouw van Consolata in Turijn (Italië). In die tijd werkten de missionarissen van de Consolata in zes landen van Afrika (Ethiopië, Kenia, Tanzania, Mozambique, Zuid-Afrikaanse Republiek en Zaïre), en eveneens in vier Zuid-Amerikaanse landen: Argentinië, Colombia, Brazilië en Venezuela. Zij bezitten eigen seminaries in Italië, Spanje, Portugal, Engeland, Ierland, de Verenigde Staten (USA), Canada en ook in enige missielanden. In het jaar 1910 stichtte Pater Josef Allemano bovendien een zustercongregatie (Missiezusters van O.L. Vrouw van Consolata), die op het ogenblik in verscheidene landen van Europa, Afrika en Amerika werkzaam zijn.

Zusters/Broeders in Christus!

Lees dit boek aandachtig door, want het kan u helpen uw leven zo te veranderen, dat het zin krijgt. De foto’s die U hier aantreft en de Boodschap, die u onthuld wordt, behoren niet alleen tot de indrukwekkendste, maar ook tot die aansporingen, die het diepst in de harten doordringen als mensen op reis zijn of aan bedevaarten deelnemen.

Het unieke van Fatima bestaat daarin, dat het de inhoud van het Evangelie weergeeft, die God verkondigt aan ons, mensen van de 20e eeuw, de eeuw van uitvindingen en ontdekkingen, van de begeestering, maar ook van de zonde en ook van de grote Dag waarvan in het Boek Genesis staat geschreven… “God schiep de mens”. “De mens ontdekte alles”. De slang verleidde de mens ertoe zich aan God gelijk te verklaren en aan de Schepper de Hem passende lofprijzing te weigeren met de uitroep: “Ik wil niet dienen!” Zoals toen, zo komt de Heer onze God heden weer in het verloren Paradijs van de mensen en verkondigt hen opnieuw het heil. De mensen, die door Jezus Christus verlost zijn, maar niettemin aan het atheïsme ten prooi vielen, die zich lieten bedwelmen door de nieuwe ontdekkingen en zich in de herhaalde verleidingen van de helse slang stortten, deze mensen van de 20e eeuw die tot “gevangenen van hun eigen verstand” en in hun harten geheel leeg geworden zijn, horen in Fatima de aankondiging van de overwinning van God uitspreken door Maria: “Tenslotte zal mijn Onbevlekt Hart zegevieren!” Deze profetische voorspelling is een belofte van Maria, de Moeder van de Kerk, die zogezegd door Haar bezoek in Fatima het Magnificat herhaalde, dat zij reeds bij Haar bezoek aan Elisabeth uitsprak”.

Geachte zuster, geachte broeder in Christus! Merkt u nu waarom u van Fatima uit met “nieuwe oriëntering voor uw leven” huiswaarts keren kunt?

Omdat het Hart van de Moeder u hierheen geleid heeft, en omdat Fatima een bijzondere genade betekent, namelijk: de bekering van het hart.
Uw heilige engelbewaarder bidt met U!
De glimlach van de Moeder begeleidt U.
Ter ere van God de Allerhoogste, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest!

Mgr. Luciano Guerra
Rektor van het Heiligdom van Fatima

Boven en onder: Panorama van Fatima en de Cova de Iria.

Fatima

In Midden-Portugal, circa 50 kilometer van de Atlantische Oceaan verwijderd, in het district van Vila Nova de Ourém, ligt het dorp Fatima.

Beide plaatsnamen, zoals vele andere in Portugal, stammen uit de tijd van de Moren (zoals bekend, heette de dochter van Mohammed, de grote Islamitische Profeet, ‘Fatima’). Heden wordt de hele streek, die in het bereik van de gelijknamige parochie ligt, Fatima genoemd. Ongeveer één kilometer van Fatima ligt Aljustrel, een kleine uithoek van de parochie waar de drie herdertjes werden geboren aan wie 0. L. Vrouw in het jaar 1917 is verschenen. Iets verder westelijk van Aljustrel, op een met enkele olijfbomen begroeide heuvel, verheffen zich rotsblokken, Loca do Cabeço genaamd; zij geven de plaats aan waar de Engel de kinderen in 1916 tweemaal is verschenen. Twee kilometer verder naar het westen ligt een dal, zoals er in de omgeving meerdere zijn, Cova da Iria genaamd. Hier verscheen 0. L Vrouw vijfmaal aan de kinderen. Niet ver van Loca do Cabeço , Valinhos genaamd, staat een monument op de plaats waar 0. L. Vrouw op 19 augustus 1917 aan de drie kinderen is verschenen.

Fatima – land van de hoop

Oorlog, atheïsme, godsdiensthaat

De jaren 1916-1917 zullen als enige van de “donkersten” uit de geschiedenis van de Europese volkeren in de herinnering blijven. De machtigste naties verscheurden elkaar op gruwelijke wijze in een broederstrijd, de Eerste Wereldoorlog, die miljoenen mensenoffers kostte. In 1917 brak in Rusland de Bolsjewistische revolutie uit. Zij heeft in de loop van tientallen jaren een groot deel van de mensheid de leer van het atheïsme gebracht en daarmee: vervolging van de godsdienst en verwerping van de geestelijke waarden van de menselijke persoon. In dezelfde tijd brachten de Engel van de Vrede en de Moeder Gods, de Moeder van de Kerk, aan de drie herdertjes van Fatima in Portugal een boodschap van vrede, hoop en liefde voor alle mensen. Portugal, een klein land op het Iberische schiereiland, nog geen 99.000 vierkante kilometer groot, met goed 9.500.000 inwoners, grenst in het Noorden en het Oosten aan Spanje; in het Westen en het Zuiden vormt de Atlantische Oceaan de grens. Het begin van de onafhankelijkheid van Portugal gaat terug tot op het jaar 1139, toen het in zekere mate lukte loste komen van de overmacht van de Moren. Als volk van zeevaarders en ontdekkers waren de Portugezen onder de eerste avonturiers, die de zeeën en oceanen overstaken, die onbekende landen ontdekten en daar het christelijk geloof brachten. Helaas verbreidde zich ook het minder goede van de Europese beschaving in hun koloniën. In 1917, zeven jaar na de val van het koninkrijk, bevond zich de Portugese natie in een hopeloze politieke, sociale en economische toestand. De ene regering volgde op de andere. Geen was in staat om de problemen van het land op te lossen. Revoluties volgden elkaar op. Daarom verdween het vertrouwen van het volk in zijn regering steeds meer. De economie was totaal bankroet; de soldaten vochten in Frankrijk, en bovendien in de koloniën in Afrika. De Portugese bevolking bestond grotendeels uit eenvoudige boeren, uit eerlijke en fatsoenlijke arbeiders, ook al waren zij arm. Bij dit alles kwam nog van de kant van de verantwoordelijken, de haat tegen en de vervolging van de Kerk. Staatschef Alfonso Costa, die in 1911 de wet op de totale scheiding van Kerk en Staat doorzette, verklaarde: “Dankzij deze wet zal het lukken om het katholicisme in Portugal binnen twee generaties volkomen uit te roeien”. De schoolkinderen liet men met spandoeken door de straten trekken, waarop te lezen stond: “Geen God, geen godsdienst”.

Zicht op de basiliek en de zuilengang.

 

De drie herdertjes

In het Evangelie staan talrijke passages, die de deemoed als de deugd voorstellen, die onontbeerlijk is om aan God te behagen. Onze Lieve Vrouw bevoorrechtte daarom drie eenvoudige herdertjes, om door hen Haar Boodschap aan de wereld door te geven. Het zijn drie heel normale kinderen; zij onderscheiden zich op hun leeftijd in geen enkel opzicht van andere kinderen. Hun enige bezigheid is de kudde van hun familie te hoeden.

Detail van het monument van de verschijning van de engel

 

Lucia is de oudste van de drie; zij werd op 22 maart 1907 geboren. Haar gezicht is bruin, haar ogen zijn zwart en glanzend, haar wenkbrauwen dik; haar haar is zwart. Haar neus is tamelijk plat, haar lippen dik en de mond breed. Men zou haar voor een “knorrig kind” aanzien, als men niet wist welk een fijngevoelige en tedere ziel zij had. Het liefst hield zij zich bezig met de kleinen en die hielden ook veel van haar.

Francisco was de neef van Lucia. Hij werd op 11 juni 1908 geboren. Hij had een rond gezicht, een kleine mond en was stevig gebouwd. Vriendelijk en vredelievend als hij was, had hij plezier bij het spelen. Hij hield van de natuur.

Jacinta was de jongere zuster van Francisco. Zij werd op 11 maart 1910 geboren. Zij had een mooi, fijngebouwd figuur, een rond gezicht, levendige ogen, fijne lippen en een korte kin; van karakter was zij overgevoelig. Zij had een speciale voorliefde en een hechte, diepe vriendschap voor Lucia. Niet in staat ook maar ooit te liegen, was zij ervan overtuigd, dat de waarheid altijd gezegd moest worden, ook als dat offers verlangt. Zij hield van de schapen, de lammetjes, de bloemen, de sterren, de maan, de gehele natuur. Ze danste heel graag; soms toonde zij haar “stijfkoppigheid”. Ze vond het heerlijk om te bidden.

Deze kinderen, die in alles op hun speelgenootjes geleken, die door hun ouders in het Christelijk geloof opgevoed waren, werden uitverkoren de overbrengers van de Boodschap van Fatima te worden aan een wereld waar geen liefde, geen hoop en geen vrede was.

 

Marmeren beeldengroep, opgericht in 1958 op de Cabeço, een heuvel nabij Fatima,
herinnerend aan de eerste en derde verschijning van de engel.

De verschijningen van de Engel,

die kwam als ‘voorbode van de heilige Maagd’

In de geschiedenis van het volk Israël, het volk Gods, en van de Kerk, heeft God verschillende malen Zijn Engelen uitgezonden om te mensen te helpen Zijn woord en Zijn wil beter te begrijpen. Zo bezocht in 1916, een Engel de drie herdertjes van Aljustrel op een plaats niet ver van Fatima. Als boodschapper van de heilige Maagd en voorbode van grote gebeurtenissen, bereidde hij de zienertjes voor, opdat zij later de boodschap van Maria, die helemaal in het Evangelie verankerd ligt, beter zouden begrijpen, leven en verbreiden.

De eerste verschijning

De eerste verschijning van de Engel gebeurde in het voorjaar 1916. De kinderen wisten niet meer te zeggen in welke maand het was, – in de Loca do Cabeço, bij een rotsachtige heuvel, niet ver van Aljustrel. Het was op een regenachtige dag. De drie herdertjes Lucia, Francisco en Jacinta hadden in de grot beschutting gezocht. Toen de regen had opgehouden, gingen zij weer spelen op dezelfde plaats. Toen bemerkten zij plotseling in het Oosten een eigenaardig licht, dat dichterbij kwam. Toen het stilstond, zagen zij, dat het de gestalte had van een 14-15 jarige jongen, een gestalte witter dan sneeuw, van de zon doorstraald als was hij van krisstal, en van uitzonderlijke schoonheid (zie “Herinneringen van Zuster Lucia”).

Hij naderde en zei: “Wees niet bang! Ik ben de Engel van de vrede. Bidt met mij”. Hij knielde neer; boog zijn voorhoofd tot op de grond, en liet ons driemaal het volgende gebed herhalen: “0, mijn God, ik geloof in U, ik aanbid U, ik hoop op U en bemin U. Ik vraag U vergeving voor hen, die niet geloven, niet aanbidden, niet hopen en U niet beminnen!”

Daarna kwam hij overeind en zei: “Bidt op deze wijze. De Harten van Jezus en Maria luisteren naar jullie smeekbeden”. Daarna verdween hij.

Op deze en de volgende dagen waren de drie herdertjes zo van de tegenwoordigheid van God vervuld, dat zij niet in staat waren met elkaar te spreken.

De tweede verschijning

Deze had twee maanden later plaats in de zomer van 1916, toen de drie kinderen in de nabijheid van de put speelden, die achter het huis van Lucia gelegen is. Plotseling verscheen hun dezelfde Engel, die tot hen sprak: “Wat doen jullie? Bidt, bidt veel. De Heilige Harten van Jezus en Maria willen door jullie andere mensen het Teken van Barmhartigheid geven. Draagt voortdurend offers en gebeden op aan God, de Allerhoogste. Brengt bij alles aan God de Heer een offer van eerherstel voor de zonden, waardoor Hij beledigd wordt en smeekt Hem om de bekering van de zondaars”. Deze woorden maakten een diepe indruk op de drie kinderen. Vanaf deze dag baden zij dikwijls het gebed, dat zij van de Engel bij zijn eerste verschijning hadden geleerd, en zij begonnen aan God offers op te dragen.

De derde verschijning

In de herfst van hetzelfde jaar 1916 waren de drie kinderen wederom op de Loca do Cabeço, de plaats van de eerste verschijning van de Engel. Toen zij, op de grond geknield, het Gebed van de Engel baden, werden zij in een licht gehuld. Zij sloegen de ogen op en zie: de Engel stond voor hen. In de linkerhand hield hij een kelk waarboven een Hostie zweefde, waaruit enkele bloeddruppels in de kelk vielen. De Engel liet de kelk en de Hostie in de lucht zweven, knielde bij de kinderen neer en zich diep buigend, liet hij hen driemaal het volgende gebed bidden: “Heilige Drievuldigheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, ik aanbid U met de grootste eerbied en offer U op het kostbaar Lichaam en het kostbaar Bloed, de Ziel en de Godheid van Jezus Christus, welke tegenwoordig zijn in alle tabernakels over de gehele wereld, tot eerherstel voor alle beledigingen, godslasteringen en onverschilligheid, waardoor Hij wordt gesmaad. En door de oneindige verdiensten van Zijn Heilig Hart en het Onbevlekt Hart van Maria, vraag ik U om de bekering van de arme zondaars”.

Het beeld van O.L. Vrouw van Fatima in het verschijningskapelletje

Het grote plein van het Heiligdom met het verschijningskapelletje,
gebouwd op de plaats waar O.L. Vrouw aan de drie herdertjes verschenen is.
De steeneik, waarop Maria haar voeten zette, is er niet meer.
Vrome pelgrims hebben alles als kostbare relikwie meegenomen.

Daarna stond de Engel op en nam de Kelk en de H. Hostie in zijn handen. Hij gaf Lucia de H. Hostie en wat in de Kelk was, gaf hij Francisco en Jacinta te drinken met de woorden: “Neemt en drinkt het Lichaam en het Bloed van Jezus Christus, de Heer, die op verschrikkelijke wijze door de ondankbare mensen beledigd wordt. Brengt eerherstel voor hun misdaden en troost Uw God”. Wederom tot op de grond buigend, herhaalde hij driemaal met de kinderen hetzelfde gebed: “Allerheiligste Drievuldigheid…”. Toen verdween de Engel. Hij had zijn opdracht vervuld. Zes maanden later zou de Hemel zich openen, om degene te doen neerdalen, die een Boodschap van Liefde en van Heil voor de mensheid bereid had.

De verschijningen van 0.L.Vrouw in Fatima

De eerste verschijning 13 mei 1917

Het was op een zondag, de 13e mei 1917, een mooie, zonnige dag! Na de H. Mis namen de drie herdertjes hun proviandzakjes mee en leidden hun kudde schapen in de richting van de Cova da Iria, een halfcirkelvormig dal, 2 kilometer van hun dorp Aljustrel verwijderd. Terwijl de schapen daar graasden, aten de kinderen hun brood en begonnen toen te spelen. “Plotseling”, zo vertelt Lucia, … zagen wij zoiets als een bliksemstraal”. Wij besloten naar huis terug te gaan en dreven de schapen reeds in de richting van de weg. Toen zagen wij op een kleine steeneik een in het wit geklede Dame, schitterender dan de zon; zij straalde licht uit, helderder en sterker dan een met helder water gevuld glas van kristal waar de zonnestralen doorheen schieten. Toen zei de Dame tot ons… “Wees niet bang! Ik doe jullie geen kwaad”. “Waar komt U vandaan?” vroeg Lucia. “Ik kom van de hemel”, was het antwoord. …En wat wenst U van mij?” vroeg Lucia een beetje dapperder. “Ik ben gekomen om jullie te vragen hierheen te komen in de komende zes maanden, op de 13e en op hetzelfde uur. Daarna zal ik jullie zeggen wie ik ben en wat ik wil”. Na enige ogenblikken ging “de Dame” door: “Willen jullie je aan God opofferen om al het lijden te verdragen, dat Hij jullie wil overzenden als een akte van eerherstel voor de zonden waardoor Hij beledigd wordt, en als smeekbede voor de bekering van de zondaars?” “Ja, dat willen wij!” antwoordde Lucia van ganser harte in naam van allen.

Het beeld van O.L.Vrouw van Fatima
dat sinds jaren vereerd wordt in de basiliek.

…Jullie zullen dan veel te lijden hebben, maar de genade van God zal jullie een steun zijn”. En de “witte Dame, voegde eraan toe: “Bidt iedere dag de Rozenkrans om voor de mensen de vrede in de wereld en het einde van de oorlog te verkrijgen”. “Daarna”, zo vertelt Lucia, “begon de Dame langzaam op te stijgen in oostelijke richting, omgeven door licht totdat Zij in de onmetelijkheid van de wereldruimte verdween, zich een weg door het hemelgewelf banend”.

De kinderen bleven, als in vervoering, naar de hemel kijken. Pas nadat zij de hele namiddag in de Cova da Iria hadden doorgebracht, stonden zij op. Zij hadden met elkaar afgesproken er met niemand over te spreken. Maar ondanks de afspraak vertelde de kleine Jacinta, de jongste van hen, pas zeven jaar oud, (zij, die altijd weer uitriep… “0, wat een mooie Dame!) aan haar moeder nog dezelfde avond haar geheim. Voor de kleinen en hun families begon daarmee een tijd van vernederingen en lijden, zoals Onze Lieve Vrouw had aangekondigd. En de mensen, die wantrouwig waren, waren niet zuinig met hun spotternij.

De tweede verschijning – 13 juni

Het bericht van de verschijning op 13 mei verspreidde zich aanstonds in de omgeving van de parochie van Fatima. Slechts weinigen geloofden erin en de kinderen werden nu mishandeld.

De 13e juni, het feest van de dorpspatroon, de H. Antonius, kwam naderbij. In de Cova da lria verzamelden zich ongeveer 50 personen. En de “Witte Dame” verscheen weer, zoals Zij had afgesproken. “Ik wil dat jullie de 13e van de volgende maand weer hier komen en dat jullie de Rozenkrans bidden. Zij beloofde ook, dat Zij Francisco en Jacinta spoedig mee zou nemen naar de hemel, maar Lucia moest nog een tijd op aarde blijven Om mee te helpen de verering van het Onbevlekt Hart van Maria in de wereld te verbreiden. Lucia was bedroefd bij deze gedachte alleen te moeten blijven, maar de “Witte Dame” sterkte haar met de woorden: “Ik laat je niet alleen. Mijn Onbevlekt Hart zal je toevlucht zijn en de weg, die je tot God zal voeren”. “Toen opende Zij haar handen… Voor de palm van de rechterhand van 0. L Vrouw zagen wij een Hart met doornen omgeven! Wij begrepen, dat dit het Onbevlekt Hart van Maria was, het Hart, dat versmaad werd door de zonden van de mensen, en dat om eerherstel vroeg”. (zie Herinneringen van Lucia).

Aankomst van pelgrims in het Heiligdom.
Zulke taferelen ziet men dagelijks in Fatima, vooral in de zomermaanden.

Het beeld van O.L. Vrouw van Fatima, vereerd in het verschijningskapelletje.

De derde verschijning – 13 juli

Toen kwam de 13e juli. De kinderen hadden vele akelige dingen van de kant van familieleden en buren doorstaan. “Dat is het werk van de duivel!” zei men. Of: “Het is een verzinsel van de hel!”

Pelgrims op weg naar Fatima. Velen van hen hebben, als zij in het Heiligdom aankomen,
een voettocht van honderden kilometers achter de rug.

Maar toen “de Dame van de Hemel” voor de derde maal met haar vriendjes sprak, zei ze: “ik ben het. En ik kom uit de hemel! In de hel is geen glanzend licht en geen goedheid. Bidt ook iedere dag de Rozenkrans”. Lucia smeekte de ‘Verschijning’ een wonder te doen, opdat allen zouden geloven. “In oktober”, zo was het antwoord, “zal ik zeggen, wie ik ben en wat ik wil. En ik zal een wonder doen, dat allen zullen zien, zodat ze geloven”.

Pelgrims in gebed.
Sommige schuiven op de knieën over het grote plein en bidden daarbij de rozenkrans.

Tevredengesteld en zonder tijd te verliezen, beval Lucia de Dame enkele personen aan, die in nood waren. Het betroffen verzoeken om genezing van ziektes en om bekeringen. De Verschijning had voor allen een antwoord en Zij herinnerde aan de noodzaak van het Rozenkransgebed.

“Daarna”, zo vertelt Lucia,” opende Zij de handen” en de kinderen zagen een verschrikkelijk visioen: de hel en daarin de duivels en de zielen van de verdoemden. De gezichten van de kinderen werden lijkbleek, zoals enige aanwezigen getuigden. Op dit ogenblik slaakte Lucia een diepe zucht, gelijkend op een kreet: “0 wee, Onze Lieve Vrouw”. Aan het einde van het visioen zei de Dame: “Jullie hebben de hel gezien, waar de zielen van de arme zondaars heengaan. Om hen daarvan te redden, wil God, dat de verering van mijn Onbevlekt Hart ingevoerd wordt. Als de mensen zullen doen, wat Ik jullie zeg, zullen vele zielen worden gered en er zal vrede komen, de oorlog loopt ten einde. Maar als men niet ophoudt God te beledigen, zal er een nog ergere komen. Wanneer ge een nacht door een onbekend licht verhelderd zult zien, weet dan, dat dit het “grote teken” is, dat God jullie geeft, dat Hij de wereld gaat straffen om haar misdaden, door middel van oorlog, honger, vervolging van de Kerk en van de H. Vader. Om dit te verhinderen, zal ik de toewijding van Rusland aan mijn Onbevlekt Hart en de communie van eerherstel op de Eerste zaterdagen komen vragen. Als men naar mijn beden zal luisteren, zal Rusland zich bekeren en zal er vrede zijn, zo niet…, dan zal het zijn dwalingen over de wereld verspreiden en oorlogen en kerkvervolgingen veroorzaken. De goede mensen zullen gemarteld worden, de H. Vader zal veel te lijden hebben, verscheidene naties zullen worden vernietigd… Tenslotte zal mijn Onbevlekt Hart zegevieren. Dit mogen jullie aan niemand zeggen”.

Het visioen van de hel en de profetieën die betrekking hebben op Rusland en de onzekere toekomst van de wereld, bevatten de eerste beide delen van de “Geheimen van Fatima”.

Tot slot voegde de ‘Dame’ er aan toe: “Wanneer jullie de Rozenkrans bidden, zegt dan na ieder tientje “0 mijn Jezus, vergeef ons, behoed ons voor het vuur van de hel, breng alle zielen in de hemel, vooral degenen, die Uw barmhartigheid het meest nodig hebben”.

De vierde verschijning – 19 augustus

Ook de dagbladen begonnen zich te interesseren voor de “Verschijningen van Fatima”. Zij klaagden de verantwoordelijken aan, omdat ze het “narrenspel van de Cova da Iria” niet konden doen stoppen. De Administrator van Vila Nova de Ourém voelde zich direct aangevallen en dacht met list aan alles een einde te kunnen maken. ’s Morgens op 13 augustus zei hij de verschijningen bij te willen wonen en hij nodigde de drie kinderen uit om in zijn eigen wagen plaats te nemen. Maar in plaats van de richting naar de Cova da Iria in te slaan, nam hij de weg naar de districtsplaats ‘Vila Nova de Ourém’. Hier trachtte hij de kinderen, tezamen en apart, nauwgezet te verhoren. Met plagerijen en daarna met bedreiging met de dood (in een ketel met kokende olie) wilde hij hen dwingen de waarheid te zeggen en hen laten toegeven, dat al deze gebeurtenissen door henzelf verzonnen waren. Maar de kinderen bleven bij hun besluit niets daarover te zeggen. Op 15 augustus werden zij naar huis teruggebracht.

Bedroefd, dat zij 0. L. Vrouw niet hadden kunnen ontmoeten (op 13 augustus), brachten de kinderen op 19 augustus hun schapen naar Valinhos.

Plotseling merkten zij de voortekenen, die gewoonlijk de verschijningen voorafgingen: de plotselinge daling van de temperatuur, een vermindering van het zonlicht en de karakteristieke bliksemstraal. 0. L. Vrouw verscheen op een steeneik. Zij herhaalde haar belofte in oktober een wonder te doen, zodat allen aan de verschijningen zouden geloven. Zij sprak over het bouwen van een kapel in de Cova da Iria. En tot slot zei ze: Bidt, bidt veel en brengt offers voor de zondaars, want vele zielen gaan naar de hel, omdat er niemand is, die zich voor hen opoffert en voor hen bidt. De verschijning verdween naar de hemel. De woorden van de H. Maagd wekten in de kinderen een echte “dorst naar versterving” en om uit liefde te lijden. Zij zagen ervan af hun meegenomen brood te eten en water te drinken, vooral in de heetste zomerdagen. Zij gingen zelfs zover, dat zij onder hun kleren een koord om het lichaam snoerden, zodat zij nog meer konden lijden (Francisco en Jacinta droegen dit koord nog, toen hen de ziekte overkwam waaraan zij zouden sterven).

Boven en onder: het heiligdom tijdens de lichtprocessie

Het beeld van O.L.Vrouw wordt in processie meegedragen.

De vijfde verschijning 13 september

Terwijl enerzijds velen tegen de “komedie van de Cova da Iria” streden, groeide anderzijds het aantal van hen, die de “Verschijningen” voor “geloofwaardig” hielden. Zo waren er op 13 september ca 25.000 personen naar de Cova da Iria gekomen. “Wat wenst U van mij” vroeg Lucia als voorheen. “Blijft dagelijks de Rozenkrans bidden om het einde van de oorlog te verkrijgen. In oktober zal ik een wonder doen, zodat allen zullen geloven”.

Van 13 september tot aan de 13e oktober was het leven van de kinderen “zeer bewogen”. De politici en de vijanden van de godsdienst juichten reeds in de mening, dat het “bedrog van de Cova da Iria” het einde naderde. Bovendien toonde het merendeel van de bevolking van Aljustrel zich ongelovig en vijandelijk. Priesters en familieleden probeerden de zienertjes ervan te overtuigen, dat zij alles ontkennen moesten. Anderen bedreigden hen zelfs. Op 12 oktober ’s morgens vroeg wekte Moeder Santos haar dochter Lucia met de woorden: “0 Lucia! Het is het beste, dat wij allen gaan biechten. Men zegt, dat wij morgen in de Cova da Iria moeten sterven”.

“Als U, moeder, wilt gaan biechten”, antwoordde Lucia, “dan ga ik ook, maar niet daarom… Ik heb geen angst. Ik weet heel zeker, dat de “Dame” morgen alles zal doen, wat zij heeft beloofd”.

Een priester, die met de kinderen had gesproken, gaf zeer bezorgd de raad: “Het is het beste om nu reeds overal heen te telegraferen en te zeggen, dat alles bedrog is”.

De zesde verschijning 13 oktober

Op deze dag waren er circa 70.000 personen in de Cova da Iria, vromen, nieuwsgierigen, ongelovigen, atheïsten en ook journalisten, die alleen gekomen waren om te spotten en om zo’n onschuldig bijgeloof uit te lachen. Door de regenbuien, die rond de tijd van de verschijningen vielen, waren alle mensen tot op de huid doornat. De moeder van Lucia, wier tranen over de wangen rolden, begeleidde haar dochter. Zij zei: “Als mijn dochter zal sterven, dan wil ik aan haar zijde sterven”. Tegen de middag riep Lucia: “Wees stil, wees stil! Daar komt 0. L. Vrouw! Het was of de zieneres anders werd als alles wat haar omringde.

“Wat wenst U van mij?” vroeg zij toen voor de laatste maal.

“Ik ben 0.L.Vrouw van de Rozenkrans. Ik wil jullie zeggen, dat men hier een kapel moet bouwen ter ere van mij. Blijft doorgaan dagelijks de Rozenkrans te bidden.

Het grote plein van het Heiligdom tijdens de wekelijkse bedevaart.

De plechtigheden bij de bedevaart op de 13e van de maand.
Van mei tot oktober neemt de deelname van pelgrims een geweldige omvang aan.

Het einde van de oorlog nadert”. Lucia bracht 0.L.Vrouw de intenties van veel mensen over. Enkele werden verhoord, anderen niet. “Het is nodig, dat zij zich bekeren sprak 0. L. Vrouw, “en dat zij vergeving vragen voor hun zonden, dat zij God, Onze Heer, die reeds zo veel wordt beledigd, niet meer beledigen”. En tot afscheid van haar drie kleine vrienden opende de H. Maagd haar handen, zodat zij in de zon weerspiegelden. En terwijl 0. L. Vrouw hemelwaarts steeg, bleef de weerschijn van de glans van haar eigen licht zich weerspiegelen in de zon. De verschijning was schitterender dan de zon! Naast de zon zagen de drie kinderen andere visioenen: de H. Jozef samen met het Jezuskind en Zijn Moeder, Jezus en 0. L. Vrouw van Smarten, Jezus die de wereld zegende en 0. L. Vrouw van de Berg Carmel. Zonder haar blik van de stralende verchijning af te wenden, riep Lucia tot het volk: “Kijk naar de zon!” En de menigte zag toen, wat later “Het Zonnewonder” zou worden genoemd.

De basiliek gezien vanuit de zuilengang.

De heer Avelino de Almeida, een journalist die door de krant ‘0 Século’ naar de Cova da Iria was gestuurd, gaf het volgende ooggetuigenverslag: “Het hemellichaam (de zon) leek een schotel uit mat zilver. Het was mogelijk zonder ook maar in het minst verblind te worden naar deze ‘schijf’ te kijken. Zij verbrandde en verblindde niet. Je zou zeggen, dat zich een “Zonsverduistering” voordeed. Maar zie! Er klonk een harde schreeuw en men hoorde de toeschouwers, die zich in de nabijheid bevonden, roepen: “Een wonder, een wonder! Wat een schouwspel!” Dat is het enthousiasme van het volk wiens houding ons terugbrengt naar Bijbelse tijden en dat, bleek van verbazing, met ontbloot hoofd, in het blauw van de hemel staart naar de dansende zon; de zon maakte duizelingwekkende bewegingen, zoals zij tot nu toe nooit waargenomen waren, geheel tegen alle natuurlijke wetten in, en maakte zich ook los van het firmament. Een typische uitdrukking van de mensen: “De zon danste!” “Allen staarden naar de hemel”, vertelde de vader van Jacinta, “toen de zon stilstond en daarna begon te dansen. Zij bleef staan om dan nogmaals te dansen tot zij zich geheel van de hemel losmaakte en op ons leek neer te vallen als een reusachtig rad van vuur. Het was een verschrikkelijk ogenblik…” Velen gilden: “0 wee, Jezus! 0 wee, wij sterven allen!” Anderen baden: “0. L. Vrouw, help ons!” Er waren mensen, die hardop hun zonden beleden. Eindelijk bleef met de zon op haar gewone plaats staan. Na deze gebeurtenis met de zon volgde een ander onbeschrijflijk wonder. Het gehele volk waarvan de kleren doornat waren, bemerkte plotseling dat ze totaal droog waren.

De “Verschijningen van Fatima” waren daarmee ten einde.

 Moment van de plechtige concelebratie aan het hoofdaltaar.

Boven en onder: de internationale kinderbedevaart naar Fatima
die ieder jaar op 10 juni plaatsvindt

Een bisschop in gebed.

Aanbieding van het graan tijdens de bedevaart van 13 augustus.

Pelgrims brengen de cibories met hosties naar het altaar tijdens de H. Mis op de 13e.

In Fatima, zowel als in Lourdes,
zijn bepaalde liturgische handelingen en gebeden voor de zieken bestemd.

Zegening van de zieken.

Afscheidsprocessie: na de Eucharistieviering wordt het beeld van O.L.Vrouw
weer naar de verschijningskapel gedragen.

De kostbare kroon, die het beeld van O.L.Vrouw van Fatima alleen op de 12e en 13e draagt, is een geschenk van de Portugese vrouwen Ze is geheel van goud en weegt 1.200 gram; ze is versierd met 313 parels en 2.679 edelstenen. In het midden is de kogel ingezet, die Paus Johannes Paulus II aan het Heiligdom van Fatima geschonken heeft, als bewijs dat O.L.Vrouw van Fatima hem beschermd heeft bij de aanslag op 13 mei 1981 in Rome.

Het beeld van O.L.Vrouw van Fatima voor het verschijningskapelletje.

Een grote menigte pelgrims neemt afscheid van O.L.Vrouw, wuivend met witte zakdoeken

Aankomst van Paus Johannes Paulus II in het Heiligdom van Fatima op 12 mei 1982.

De Paus legt de rozenkrans in de handen van het beeld van O.L.Vrouw.

Twee hoogtepunten van het bezoek van de H. Vader.
Boven: ontmoeting met de priesters en religieuzen in het Centrum Paulus Vl.
Beneden: nachtelijke viering op het grote plein met een grote menigte pelgrims.

Boven: de H. Vader in gebed voor het beeld van O.L.Vrouw, en
onder: met Zuster Lucia, de enige overlevende van de drie zienertjes.

Boven: interieur van de Basiliek en onder: twee van de ramen; het ene stelt Lucia en Jacinta voor,
die bloemen strooien bij de Sacramentsprocessie;
het andere stelt de derde verschijning van de engel voor.

De schildering in de absis van de basiliek is als een samenvatting van de verschijningen
en de goedkeuring daarvan door de kerkelijke autoriteiten.

Boven en onder:
de zuilengangen van het heiligdom met de kruiswegstaties.

Interieur van de aanbiddingskapel, waar dag en nacht het Allerheiligste is uitgesteld
in overeenstemming met de boodschap van Fatima, die oproept tot gebed en boete.

Voorgevel van de basiliek met het beeld van het Heilig Hart van Jezus

Boven en onder: details van de ‘weg van de herdertjes’,
waar zich ook de kruisweg bevindt,
gebouwd met gaven van het Hongaarse volk
ter herinnering aan de gebeurtenissen in Budapest in 1956.

 

Het kapelletje in Valinhos,
op de plaats van de vierde verschijning van O.L.Vrouw op 19 augustus 1917

Een van de kruiswegstaties langs de weg naar Valinhos

Het Kalvariemonument aan het einde van de kruisweg
en de kapel van Sint-Stefanus, koning van Hongarije

Het interieur van de kapel van Sint-Stefanus

De parochiekerk van Fatima waar de drie zienertjes gedoopt zijn.

De drie herdertjes

Francisco

Hij werd op 11 juni 1908 als zoon van Manuel Marto en Olimpia de Jesus Marto geboren. Hij is de broer van Jacinta en de neef van Lucia. Tijdens de verschijningen van de Engel en van 0.L.Vrouw zag hij alles, maar hoorde niets van wat er gezegd werd. Het waren Lucia en Jacinta, die hem de woorden van de Engel en van de H. Maagd doorgaven. Toen Lucia bij de eerste verschijning van 0.L.Vrouw vroeg of Francisco in de hemel zou komen, kreeg hij te horen: “Ja! Maar hij zal nog dikwijls de Rozenkrans moeten bidden”. Ervan overtuigd, dat de H. Maagd hen spoedig tot zich zou roepen, meende Francisco, dat hij niet meer naar school hoefde (de schoolplicht was nog niet ingevoerd). Wanneer hij met Lucia en Jacinta naar school liep, zei hij gewoonlijk: “Gaan jullie naar school. Ik ga naar de kerk en ga de verborgen Jezus gezelschap houden”. Er zijn mensen, die getuigen, dat zij gunsten van God hebben ontvangen, nadat zij hun intenties aan Francisco hadden aanbevolen. Francisco werd in oktober 1918 ernstig ziek. Aan de familieleden die hem een “goede beterschap” in het vooruitzicht stelden, antwoordde hij: “Dat is onnodig, 0.L.Vrouw wil mij bij zich in de hemel hebben”. Tijdens zijn ziekte bleef Francisco offers brengen om Jezus, die door zo veel zonden wordt beledigd, te troosten. “Ik lijd veel”, zei hij tot Lucia, “maar ik lijd uit liefde voor Jezus en voor 0.L.Vrouw. Ik wil nog meer lijden, maar ik kan het niet”. Tot zijn moeder zei hij: “0 moeder! Ik heb geen kracht meer de Rozenkrans te bidden. Die “Ave Maria’s” ja, die bid ik, maar mijn gedachten zijn heel ergens anders!” Tot zijn vader zei hij: “0 vader, ik zou zo graag de “hemelse Vader” ontvangen voordat ik ga sterven”. (Hij had de eerste H. Communie in de parochiekerk nog niet ontvangen). Hij biechtte. Hij liet Lucia en Jacinta roepen en vroeg hen, hem enige zonden te noemen, die hij waarschijnlijk gedaan had. Zijn nicht en zijn zusje noemden hem enkele kinderzonden. Francisco begon te huilen en zei: “Dat heb ik al gebiecht, maar ik wil het nog een keer biechten. Het is mogelijk, dat Onze Lieve Heer juist om deze zonden zo treurig is. Vragen ook jullie Onze Lieve Heer, dat Hij mij mijn zonden wil vergeven”. Daarna volgde zijn eerste en laatste ontmoeting met de “Verborgen Jezus” in de H. Communie. Daar hij te zwak was om de Rozenkrans te bidden, vroeg hij zijn nicht en zijn zusje deze met luide stem te bidden, hij zou zich dan met hen verenigen. Op een nacht zei hij tot zijn moeder: “Kijk, moeder, het licht is zo mooi daar bij de deur!” Het zou zijn laatste nacht zijn. Op de volgende dag, 4 april 1919, vroeg hij nogmaals allen om vergiffenis. Om 10.00 uur in de morgen, terwijl de zon met sterke stralen door de kamerdeur scheen, ging Francisco naar de hemel, zijn meesteres, tegemoet, wier schoonheid hem in verrukking had gebracht. Hij werd op het kerkhof van Fatima begraven. Op 12 maart 1952 werden de stoffelijke resten van Francisco opgegraven en bijgezet in de rechterzijkapel van de Basiliek van Fatima.

Jacinta

De ouders van Francisco en Jacinta,
Manuel Marto en Olimpia de Jesus.

Zij werd op 11 maart 1910 als dochter van Manuel Marto en Olimpia de Jesus Marto in Aljustrel geboren. Zij was een zusje van Francisco en de nicht van Lucia, tevens de jongste van de drie zienertjes.

Tijdens de “verschijningen” zag en hoorde zij alles, maar zij sprak nooit, noch met de Engel noch met 0.L.Vrouw. Zij was verstandig en zeer gevoelig. Daarom was zij zeer onder de indruk over wat zij de H. Maagd had horen zeggen, dat Jezus zeer beledigd werd en het nodig was te bidden en offers te brengen voor de bekering van de zondaars. Na het “visioen van de hel” wilde zij niet anders dan haar leven voor de redding van de zielen opofferen. Toen Lucia, die door de dorpsbevolking werd bespot, op 13 juli niet naar de Cova da Iria wilde gaan, waren het Francisco en Jacinta, die aan het voornemen toch te gaan, vasthielden. “Wij gaan erheen! de Dame heeft ons bevolen daar naar toe te komen. Dan spreek ik met Haar”, zei Jacinta. Toen Lucia toch met hen mee wilde, vielen de drie elkaar in de armen. Op de avond van 13 mei 1917, na de eerste verschijning van 0. L. Vrouw, vertelde Jacinta heel vertrouwelijk aan haar moeder wat zij gezien had, hoewel zij had beloofd niets te zeggen. Zij zei: “Moeder, ik heb vandaag 0.L.Vrouw in de Cova da Iria gezien. Zij was erg mooi”. Jacinta was de enige van de drie kinderen, die in een visioen de Heilige Vader zag, zelfs tweemaal: zij zag een Paus, die wegens vervolgingen, oorlogen en verwoestingen zeer veel leed. Jacinta zei: “De arme H. Vader! Wij moeten veel voor hem bidden!” Vanaf die tijd dachten de herdertjes, in het bijzonder Jacinta, bij hun gebeden en offers ook aan de H. Vader. Nadat Jacinta op 13 juni 1917 het Onbevlekt Hart van Maria had aanschouwd, herhaalde zij meermalen de gebeden: liefderijk Hart van Maria, wees mijn redding. Ik hou zo van het Onbevlekt Hart van Maria! Het is het Hart van onze Hemelse Moeder. Liefderijk Hart van Maria, bekeer de zondaars, bewaar de zielen voor de hel. Wat zou ik graag in de harten van alle mensen het vuur doen ontbranden, dat in mij is en dat mij zo zeer het Onbevlekt Hart van Maria doet beminnen!” Zij schuwde geen enkel offer om de zielen voor de hel te bewaren. Zo zag zij ervan af om in de zomer water te drinken, haar brood gaf zij aan armere kinderen, zij snoerde de boetegordel nog nauwer om het lichaam en de eindeloze verhoren en de smaad van vele mensen, verdroeg zij zonder zich te beklagen. “As ik toch de zondaars de hel kon laten zien! Wat zou ik gelukkig zijn, als de zondaars niet in de hel, maar in het Paradijs zouden komen!”

 Eerste foto van de drie herdertjes, genomen op 13 juli 1917.
Van links naar rechts: Lucia, Francisco en Jacinta.

Het gezin van Lucia. Op de voorgrond, zittend, haar moeder, Maria Rosa dos Santos,
met Lucia naast zich. De foto is genomen na de dood van haar vader, Antonio dos Santos.

Reeds in 1918, een jaar na de verschijningen, begon de “kruisweg” van Jacinta met een ziekte, die tot haar vroege dood zou leiden. Allereerst een longontsteking, daarna een zwerend abces aan de borst, die haar veel pijn deed. Zij werd naar het hospitaal in Vila Nova de Ourém gebracht. Een nieuwe gelegenheid om voor de bekering van de zondaars te lijden. Twee maanden later kwam zij weer naar huis, echter met een open wond op de borst. De tuberculose verteerde haar zwakke gestel. “Zou Jezus tevreden zijn met dit lijden, dat ik Hem opoffer?” vroeg zij Lucia. In februari 1920 kwam zij in het ziekenhuis Santa Estefânia in Lissabon. Bij de gedachte ver van haar lieve ouders en van Lucia te moeten sterven, troostte zij zich toch ermee voor de zondaars te kunnen lijden.

0.L.Vrouw bezocht haar driemaal in het ziekenhuis. Hier sprak Jacinta woorden, die zeker boven haar kinderlijke bevattingsvermogen uitgingen: zij sprak oververschillende levensstaten en verplichtingen: “over priesters, regeringen, artsen, over de vervolging van de Kerk, over de gehoorzaamheid van de kloosterlingen, het huwelijk, de rijkdom, de armoede…” Het waren gedachten, die zeker door God waren ingegeven. In de nacht van 20 februari ging tenslotte de belofte in vervulling, die de “Dame, die schitterender was dan de zon”, gegeven had. “Ik zal komen en je meenemen naar het Paradijs”. Zij werd eerst op het kerkhof van Vila Nova de Ourém begraven, later, in het jaar 1935, op het kerkhof in Fatima naast Francisco. Op 1 maart 1951 werd het lichaam van Jacinta in de linker zijkapel van de Basiliek van Fatima bijgezet.

Het zaligverklaringsproces van de twee zienertjes, Jacinta en Francisco, is afgesloten. Zij zullen in het voorjaar van 2000 zaligverklaard worden.

 Lucia als Dorothea-zuster en de bisschop van Leiria, Dom José Alves Correia da Silva.

De put in de tuin van Lucia’s huis, waar de tweede verschijning van de engel plaatsvond.

Lucia

Zij werd op 22 maart 1907 als dochter van Antonio dos Santos en Maria Rosa dos Santos in Aljustrel geboren. Zij was de jongste van zeven kinderen, de oudste van de drie zienertjes. Zij was erg gesteld op kinderen en won gemakkelijk hun vriendschap. Verstandig en teergevoelig, speelde en danste zij met hen en leerde hen gebeden en andere dingen. Vanaf de dag van de eersteverschijning van de H. Maagd waren er terstond onaangenaamheden. Meest werd Lucia het ‘doelwit’ van alle aanvallen van de dorpsbevolking en van haar eigen familie. Het kwam zelfs zover, dat zij op 13 juli weigerde naar de Cova da Iria te gaan (in tegenstelling tot Francisco en Jacinta). De pastoor van Fatima sprak de verdenking uit, dat de duivel “hier zijn hand in het spel zou kunnen hebben”. Maar op aandringen van Francisco en Jacinta ging zij met hen mee naar de Cova da Iria.

Boven: het huis van de familie Antonio dos Santos, waar Lucia geboren werd.
Onder: het huis van Manuel Marto, de vader van Francisco en Jacinta.

Zij leed er ook onder, dat de ‘Dame’ had gezegd, dat zij Francisco en Jacinta spoedig naar de hemel zou halen en dat zij op aarde moest blijven om de verering van het Onbevlekt Hart van Maria te verspreiden. Maar de H. Maagd sterkte haar met de woorden: “Mijn Onbevlekt Hart zal steeds je toevlucht zijn en de weg, die je naar God zal voeren”. Het was alleen Lucia, die iedere keer met O.L.Vrouw sprak, haar de noden van de mensen, die daarom gevraagd hadden doorgaf, en om een ‘wonder’ vroeg, opdat alle mensen aan de verschijningen zouden geloven. En toen de drie zienertjes op 13 augustus 1917 in de gevangenis opgesloten waren, was het weer Lucia, die de twee kleinen moed insprak en zich tegen alle dreigingen en vleierijen, waardoor men probeerde het geheim dat O.L.Vrouw hun toevertrouwd had, te weten te komen, weerde.

Later, toen Francisco en Jacinta ziek te bed lagen, lijdend aan de ziekte waarvan ze het slachtoffer zouden worden, stond Lucia hen trouw en liefdevol terzijde.

In opdracht van de bisschop van Leiria, verliet Lucia in 1921 Aljustrel en ging naar het college van de Zusters Dorotheeën in Vilar bij Porto. Haar aanwezigheid in Fatima zou immers een hindernis kunnen zijn voor de onpartijdigheid bij het onderzoek naar de echtheid van de verschijningen. De burgerlijke overheid en enkele vijandig gezinde groeperingen begonnen namelijk een lastercampagne te voeren. Daarom vond men het beter dat zij van woonplaats veranderde. Lucia trad later bij deze zusters in en legde in 1928 haar eerste geloften af. Zij bleef in deze gemeenschap tot 1948, het jaar waarin zij in de Karmelorde trad, en wel in het karmelklooster van de H. Theresia in Coimbra.

Een jaar later deed zij daar haar professie en ontving de naam van Zuster Lucia van het Onbevlekte Hart van Maria.

In dit klooster is zij op 13 februari 2005 overleden en op het kloosterkerkhof begraven. Maar op 19 februari 2006 zijn haar stoffelijke resten naar Fatima overgebracht en bijgezet in de Basiliek van het Heiligdom, naast het graf van de zalige Jacinta.

Lucia beleefde ogenblikken van grote vreugde toen Paus Paulus Vl aanwezig was bij de feestelijkheden van de vijftigste verjaardag van de verschijningen op 13 mei 1967. En zij was weer in Fatima op 13 mei 2000. Het is niet moeilijk te raden wat er in haar hart omging toen Paus Johannes Paulus II Francisco en Jacinta, haar neefje en nichtje, zalig verklaarde.

Dit is de geschiedenis van de drie herdertjes van Fatima: van Francisco, de jongen, die zo graag mediteerde en daarnaast vooral probeerde de ‘verborgen Jezus’ te troosten; van Jacinta, die als het ware ‘”verliefd’ was op het Onbevlekte Hart van Maria en steeds naar nieuwe mogelijkheden zocht om zondaars te bekeren; van Lucia, ‘apostel van de Heilige Maagd’, die zo lang op aarde moest blijven om de boodschap van Fatima te verspreiden.

Boven: het bed waarin Francisco gestorven is.
Onder: de kamer waar Francisco en Jacinta geboren werden.

De bisschop van Leiria-Fátima, Serafim Ferreira e Silva begroet de Heilige Vader.

Zaligverklaring van Francisco en Jacinta

Op 12 en 13 mei 2000, het jubeljaar, bezocht de paus Johannes Paulus II Fatima voor de derde maal. Tijdens de Mis op 13 mei verklaarde de Heiige Vader Francisco en Jacinta Marto zalig. De paus begon zijn homilie met de woorden: “Ik zegen U, Vader, want U verhulde deze waarheden aan de wijzen en geleerden en openbaarde ze aan de kinderen”. Over de betekenis van de zaligverklaring van de twee herderskinderen zei hij: “De Kerk wil met dit ritueel twee kaarsen op de kandelaber zetten, die God aanstak om de mensheid in haar somberste en zorgelijkste uren te verlichten”.

De zaligverklaring van Francisco en Jacinta is dus tegelijkertijd een bevestiging van kerkelijke zijde van de geloofwaardigheid van de verschijningen van Fatima en houdt de erkenning in, dat deze kinderen een voorbeeld zijn voor zowel de allerjongsten als voor de volwassenen. De liefde voor de zondaren, zieken en armen was een constante in het leven van de twee zaligverklaarden en kwam tot uitdrukking in hun instelling en initiatieven: het gebed, voedselgaven, bezoeken, troostende woorden en raadgevingen.

De basiliek van Fatima met de beeltenissen van Francisco en Jacinta
op de dag van hun zaligverklaring

 

Boven en onder: Paus Johannes Paulus II in gebed bij de graven van Francisco en Jacinta.

Derde deel van het ‘geheim’

Tegen het einde van de zaligverklaringsmis voor Francisco en Jacinta deelde kardinaal Angelo Sodano, staatssecretaris van het Vaticaan, aan de duizenden bedevaartgangers in de Cova de Iria mee dat de Heilige Vader de Congregatie voor de Geloofsleer de opdracht had toevertrouwd om de tekst van het derde deel van het “geheim van Fatima” openbaar te maken. Het gaat om de onderstaande tekst, die op 3 januari 1944 door zuster Lucia werd opgeschreven en die op 26 juni 2000 openbaar werd gemaakt:

“J.M.J.
Derde deel van het geheim geopenbaard op 13 juli 1917 in Cova de Iria Fatima. Ik schrijf in gehoorzaamheid aan U, mijn God, die mij dit opdraagt door middel van Zijne Hoogwaardige Excellentie de bisschop van Leiria en uw en mijn H. Moeder Maria.

Na de twee delen die ik reeds uiteen heb gezet, zagen wij aan de linkerkant van de Maagd Maria een Engel met een zwaard van vuur in de linkerhand; schitterend vielen er vlammen uit, die de wereld in brand leken te gaan steken; maar ze doofden door de aanraking met het schijnsel, dat de Heilige Maagd met haar rechterhand in zijn richting uitstraalde; terwijl de Engel met zijn rechterhand naar de aarde wees, zei hij met luide stem: Penitentie, Penitentie, Penitentie! En wij zagen in een immens licht, dat God is, ‘op een vergelijkbare manier als hoe mensen zichzelf in een spiegel zien wanneer ze er voor langs lopen’, een in het wit geklede bisschop en wij hadden het voorgevoel, dat het de Heilige Vader moest zijn. Ook zagen wij andere bisschoppen, priesters, kloosterlingen en die een steile berg beklommen met op de top een groot Kruis van grof hout, zoals dat van kurkeik met de schors; de Heilige Vader, voordat hij dit kruis bereikte, doorkruiste trillend met een aarzelende pas een grote half geruïneerde stad, bezwaard door de pijn en het verdriet, biddend voor de zielen van de doden, die hij op zijn weg tegenkwam; eenmaal aangekomen op de top van de berg, knielend voor het grote Kruis, werd hij doodgeschoten door een groep soldaten, die verscheidene schoten losten met vuurwapens en met pijlen, en op dezelfde wijze stierven één voor één de bisschoppen, priesters, kloosterlingen en nog verscheidene leken, mannen en vrouwen van uiteenlopende rangen en standen. Onder de twee armen van het Kruis bevonden zich twee engelen met ieder een glazen kan in de hand, waarmee ze het bloed van de Martelaren opvingen om het uit te sproeien over de zielen die tot God kwamen. Tuy-3-1-1944″.

Zuster Lucia nam deel aan de Mis voor de Zaligverklaring van haar neef en nicht
en bezocht de plaatsen waar de Engel en O.L.Vrouw aan de herderskinderen verschenen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x