Hoofdstuk 53 Gods genade is onverenigbaar met aardsgezindheid

Derde boek

De innerlijke vertroosting

Hoofdstuk 53

Gods genade is onverenigbaar met aardsgezindheid

  1. Mijn zoon, de genade is een kostbaar goed, zij is vreemd aan uiterlijke dingen en ook aan aardse troost.
  2. Daarom moet gij u van alle belemmering ontdoen, als gij haar invloed wenst te ervaren.
  3. Zoek een stille plaats uit voor uzelf, wees graag alleen; zoek geen samenspraak met wie dan ook; maar bied God uw vurige gebeden aan om berouwvol van hart en zuiver van geweten te blijven.
  4. Beschouw de hele wereld als niets; opgaan in God gaat vóór alle uiterlijke dingen.
  5. Maar gij kunt niet in Mij opgaan en tegelijk uw genoegen zoeken in wat voorbijgaat.
  6. Gij moet u op enige afstand houden van vrienden en bekenden en uw innerlijk vrij bewaren van alle aardse troost.
  7. Zo bezweert de zalige apostel Petrus dat de getrouwen van Christus zich ‘als vreemdelingen en pelgrims’ in deze vergankelijke tijd zullen gedragen.
  8. Wat een groot vertrouwen voor iemand die op het punt van sterven is, dat geen gehechtheid aan wat ook hem nog vasthoudt aan de wereld.
  9. Maar inwendig zo van alles los te zijn is onbegrijpelijk voor een hart dat nog niet gezond is, en de aards gerichte mens weet van geen innerlijke vrijheid.
  10. Maar toch als hij in waarheid geestelijk wil zijn, zal hij een zeker vaarwel behoren te zeggen aan vrienden zowel als aan bloedverwanten en voor niemand meer op zijn hoede dienen te zijn dan voor zichzelf.
  11. Als gij uzelf volkomen overwonnen hebt, zult gij de rest gemakkelijker beheersen.
  12. De volmaakte overwinning is de triomf over het eigen ik.
  13. Want wie zichzelf tot onderwerping dwingt, zodat de zinnelijkheid aan de rede en de rede in alles aan Mij gehoorzaamt, hij is de ware beheerser van zichzelf en meester van de wereld.
  14. Wilt gij die hoogte bereiken, dan moet gij met mannelijke kracht beginnen en de bijl aan de wortel leggen om de ongeordende neiging tot uzelf en tot ieder persoonlijk en stoffelijk goed te vernietigen en uit te rukken.
  15. Uit dit gebrek: dat de mens zichzelf al te ongeregeld liefheeft, komt bijna alles voort wat tot in de wortel moet overwonnen worden.
  16. Is dit kwaad overwonnen en ten onder gebracht, dan zal er voortdurend rust en vrede zijn.
  17. Maar aangezien maar weinigen het opbrengen volmaakt aan zichzelf af te sterven en niet geheel buiten zichzelf treden, daarom blijven zij innerlijk verward en kunnen zij zich niet in de geest verheffen.
  18. Wie echter in vrijheid met Mij wenst om te gaan, moet alle slechte en ongeregelde genegenheid doen verdwijnen en geen enkel schepsel met een bijzondere en hevige liefde aanhangen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x