Hoofdstuk 46 Vertrouwen op God als er scherpe woorden vallen

Derde boek

De innerlijke vertroosting

Hoofdstuk 46

Vertrouwen op God als er scherpe woorden vallen

  1. Mijn zoon, wees dapper en vertrouw op Mij: woorden zijn toch maar woorden.
  2. Ze vliegen door de lucht, maar ze doen geen steen kwaad.
  3. Ligt de schuld bij u, bedenk dan dat gij u graag wilt verbeteren; hebt gij geen bewustzijn van iets verkeerds, herinner u dan dat gij dit graag voor God wilt verduren.
  4. Het is nauwelijks voldoende dat gij weleens woorden verdraagt, terwijl gij tegen zware slagen nog niet bestand blijkt te zijn.
  5. En waarom gaan die nietige dingen u aan het hart tenzij alleen om uw nog zo aardse gerichtheid en omdat gij de mensen meer naar de ogen ziet dan nodig is?
  6. Want omdat gij minachting vreest, wilt gij om fouten niet terecht gewezen worden en zoekt gij een schaduw van verontschuldiging.
  7. Maar onderzoek uzelf eens wat nader: gij zult zien dat de wereld nog in u leeft en de dwaze begeerte om aan de mensen te behagen.
  8. Want als gij huivert voor vernedering en voor beschaming om uw fouten, dan zijt gij nog niet werkelijk ‘dood voor die wereld en is die wereld voor u nog niet gekruisigd’.
  9. Luister liever naar mijn woord en gij taalt niet naar woorden van mensen, al waren het er tienduizend.
  10. Zie eens hier: als alles tegen u werd gezegd wat maar voor boosaardigs bedacht kan worden, wat zou het u deren als gij het volkomen langs u heen liet gaan en er niet meer aandacht voor hadt als voor een stofje? Zou dat alles u één haar uit uw hoofd kunnen trekken?
  11. Maar wie innerlijk geen moed heeft en zijn oog niet vestigt op God, wordt gemakkelijk bewogen door woorden van kritiek.
  12. Wie echter op Mij vertrouwt en niet zo onnadenkend vasthoudt aan eigen oordeel, leeft zonder angst voor mensen.
  13. Ik ben namelijk de Rechter en Ik ken alle geheimen Ik weet hoe alles gegaan is; Ik ken hem die beledigde en hem die de belediging verdroeg.
  14. Van Mij is dat woord uitgegaan: Ik heb toegelaten dat het zo gebeurde, ‘opdat de gedachten van velen zich zouden openbaren’ (Lc. 2 : 35)
  15. Ik zal rechtspreken over de schuldige en de onschuldige maar in een geheim oordeel heb ik tevoren beiden op de proef willen stellen.
  16. Het getuigenis van mensen is dikwijls fout; mijn oordeel is waar, het blijft zo en wordt niet omvergestoten.
  17. Meestal blijft het verborgen en wordt aan enkelen in bepaalde punten klaar: maar nooit is het onjuist en het kan ook niet misgaan, zelfs al lijkt het voor de ogen van onverstandigen niet goed.
  18. Tot Mij behoort men dus te gaan als er geoordeeld dient te worden, en men behoort geen eigen standpunt in te nemen.
  19. Want de rechtvaardige zal niet van zijn stuk worden gebracht, ‘wat hem ook van Godswege mag overkomen (Spr. 12 : 21). Ook zal hij er weinig acht op slaan als ten onrechte iets tégen hem gezegd wordt.
  20. Maar hij zal ook niet als een dwaas blij doen, als hij op redelijke gronden door anderen wordt verontschuldigd.
  21. Hij blijft overwegen dat Ik het ben die ‘harten en nieren doorgrondt’ en die niet oordeelt naar iemands gezicht en wat verder nog menselijke schijn heet.
  22. Want dikwijls is in mijn oog schuldig wat de mensen volgens hun oordeel prijzenswaardig vinden.
  23. Heer mijn God, rechtvaardige Rechter, Gij even sterk als geduldig, die de zwakheid van de mensen kent evenzeer als hun verdorvenheid, wees mijn kracht en heel mijn vertrouwen: want ik heb niet genoeg aan mijn geweten alleen.
  24. Gij weet wat ik niet weet en daarom had ik mij bij elk verwijt moeten vernederen en dat vriendelijk over mij moeten laten neerkomen.
  25. Wil nog genadig als ongedaan beschouwen zo dikwijls ik niet aldus heb gehandeld en geef mij opnieuw de kracht tot ruimer verdraagzaamheid.
  26. Om vergeving te krijgen is uw overdadige barmhartigheid beter voor mij dan mijn gewaande gerechtigheid, waarmee ik mijn heimelijk schuldbewustzijn probeer goed te praten.
  27. En al zou ik mij van niets bewust zijn, toch kan ik mij op die grond niet gerechtvaardigd achten, want als uw barmhartigheid er buiten blijft, ‘zal geen levende goed bevonden worden in uw oog’ (Ps. 143 : 2).

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x