Hoofdstuk 47 Voor het eeuwig leven moet men al wat zwaar valt dragen

Derde boek

De innerlijke vertroosting

Hoofdstuk 47

Voor het eeuwig leven moet men al wat zwaar valt dragen

  1. De Heer: Mijn zoon, de lasten die gij voor Mij op u hebt genomen mogen u niet breken en de moeilijkheden u niet totaal uit uw evenwicht brengen; laat mijn belofte u bij ieder voorval kracht en troost geven.
  2. Ik ben in staat u te belonen op een wijze die, alle maat te boven gaat.
  3. Gij zult niet lange tijd hier zwoegen en ook niet altijd bezwaard worden door verdriet.
  4. Wacht nog even en spoedig zult gij de droefheid zien verdwijnen.
  5. Eens komt het uur waarin alle leed en verwarring een einde vindt.
  6. Alles wat met de tijd voorbijgaat is maar klein en kort van duur.
  7. Doe goed wat gij te doen hebt; wees een trouwe werker in mijn wijngaard; Ikzelf zal uw beloning zijn.
  8. Schrijf, lees en zing; zucht, zwijg of bid; draag dapper wat u tegenstaat.
  9. Voor dit alles en nog zwaarder strijd is het eeuwig leven echt niet duur.
  10. Op een dag die de Heer kent komt de vrede; dan zal er geen dag en geen nacht meer zijn, die van deze aarde namelijk. Maar wel het eeuwig licht, een oneindige klaarte, onschokbare vrede en veilige rust.
  11. Dan zult gij niet zeggen: ‘Wie zal mij toch bevrijden uit dit lichaam van de dood?’ (Rom. 7 : 24).
  12. En gij zult niet roepen: ‘Helaas, wat gebeurt er met mij, want mijn ballingschap blijft’ (Ps. 120 : 5).
  13. Want de dood verdwijnt in een afgrond, de heerlijkheid is volkomen, er is geen angst meer, wel zalige vreugde, en gezelschap van aangename vrienden.
  14. Als gij de eeuwige kronen van de zaligen in de hemel eens hadt gezien en met hoeveel glorie zich nu allen verblijden die eertijds in deze wereld gering geacht werden en nauwelijks waard te leven,
  15. zeer beslist: gij zoudt u onmiddellijk tot de grond toe vernederen en liever onder allen staan dan boven één verheven zijn.
  16. Gij zoudt ook de blije dagen van dit leven niet begeren, maar u meer verblijden over de lasten ter liefde van God; en onder de mensen volstrekt niet mee te tellen, zoudt gij zien als een fantastische winst.
  17. O, als gij dit alles eens zoudt begrijpen en als het eens diep in u doordrong, zoudt gij dan kans zien u nog ooit te beklagen?
  18. Moet men voor een eeuwig leven niet alle lasten draaglijk vinden?
  19. Het is geen kleinigheid: het rijk Gods te winnen of te verliezen.
  20. Sla uw ogen daarom op naar de hemel. Zie, hier ben Ik en met Mij al mijn heiligen die in deze wereld een zware strijd moesten voeren. Zij zijn nu vol troost en vreugde; zij zijn nu veilig, zij mogen rusten en zullen voor altijd met Mij blijven in het koninkrijk van mijn Vader.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x