Hoofdstuk 6 – 15 oktober 1925: de grote dag

 Hoofdstuk 6

15 oktober 1925: de grote dag

De Heer die Marthe ongetwijfeld naar Saint-Péray had gezonden om daar kennis te maken met verscheidene personen die belangrijk waren voor haar geestelijk leven, brengt haar in 1925, maar ditmaal in Châteauneuf-de-Galaure, in contact met een meisje dat haar vertrouwelinge zal worden: Juffrouw Lautru.

Het bezoek van haar vriendinnen

Juffrouw Lautru, afkomstig uit een ongodsdienstige en anticlericale familie in Saint-Étienne, bekeerde zich tot het rooms-katholieke geloof en werd in 1924 gedoopt. Ze vestigde zich als vroedvrouw in Châteauneuf. Welke reden stak er achter dat dit meisje, dat maar pas in deze streek was komen wonen, al zo snel naar La Plaine ging om Marthe te bezoeken? Welnu, het was Marthe zelf die haar via haar moeder vroeg om bij haar te komen: „Mijn dochter wil met u kennismaken en wat met u praten” . . . Juffrouw Lautru kwam op bezoek en Marthe vroeg haar en haar andere vriendinnen, de dames Plantevin en Bonneton, haar regelmatig te komen opzoeken.

De gesprekken die de meisjes met elkaar voerden hadden ongetwijfeld een vrolijk karakter, want Marthe bleef erg levendig. Maar van tijd tot tijd spraken ze over zeer ernstige onderwerpen. Maar dit is begrijpelijk als men bedenkt dat Marthes geestelijk leven steeds rijper werd, dat juffrouw Lautru slechts een jaar voor haar kennismaking met La Plaine, was gedoopt en dat zij later non zou worden en als zodanig zou werken in een ziekenhuis in Lyon. En ook nog dat juffrouw Bonneton eens in de clarissenorde in Vals-les-Bains zou intreden.

De discretie die bovengenoemde vriendinnen in acht nemen 56 gebiedt om het maar bij deze informatie te laten. In ieder geval kunnen we ervan overtuigd zijn dat Marthe in die tijd niet helemaal meer dezelfde is als vôôr haar kennismaking met de drie vriendinnen.

Acte van overgave en van offerande aan de Liefde en de Wil van God

In dat jaar 1925 toen de karmelietes van Lisieux, die door Marthe altijd zeer bewonderd werd, weet u nog, door paus Pius XI heilig werd verklaard; in dat jaar 1925 en wel op 15 oktober, feestdag van die andere Sint-Theresia, de grote mystica van Avila, vond de belangrijkste gebeurtenis in het leven van Marthe plaats. Marthe Robin gaf toen alles wat ze bezat aan de Heer: haar geheugen, haar verstand, haar wil, haar hart, haar lichaam en al haar mogelijkheden.

Haar „Acte van overgave aan de Liefde en aan de Wil van God” is het meest volledige antwoord dat men ooit kan geven op het gebod „U zult God met geheel uw hart, geheel uw ziel, al uw krachten beminnen.” Er is bij haar dood niets over deze „Acte van overgave” vermeld. De massa-media waren toen geconcentreerd op de stigmata. Toch is het onmogelijk het leven van Marthe in het algemeen, vanaf 1925 en de stigmata in het bijzonder, te begrijpen indien men het geheim niet kent dat zij in haar hart draagt.

De „Acte van overgave” moet aandachtig gelezen worden. Zij is door een meisje van 23 jaar opgesteld, een meisje dat maar net de lagere school heeft afgemaakt, en zelfs geen aanvullend katechismusonderwijs heeft gevolgd. Ze ontving geen opleiding noch in een noviciaat noch via studieweken. Maar die tekst van de „Acte van overgave” zegt heel veel over de intensiteit van het geestelijk leven van dat boerinnetje, over de kwaliteit ook van haar huiverende ziel, terwijl ze „van alle kanten door beproevingen wordt belaagd” zoals ze zelf schrijft.

De 15de oktober 1925 is de grote datum in haar leven: Marthe gaf alles aan God en aanváardde alles van Hem.

De twee versies

Marthe heeft de eerste tekst van deze „offergave” verscheurd. Ze dacht namelijk dat ze spoedig ging sterven. Later schreef ze een tweede (de eerste tekst is gelukkig bewaard gebleven, nu bezitten wij beide teksten), die vrij sterk van de eerste verschilde. De tweede tekst is mystieker, meer van liefde doordrenkt dan de eerste. Bij de inleiding van de tweede tekst bijvoorbeeld schrijft Marthe: „Eeuwige God, oneindige Liefde, 0 mijn Vader, U hebt Uw klein slachtoffer alles gevraagd.” In de eerste tekst schrijft zij daarvoor: „Heer mijn God, U hebt Uw kleine dienares alles gevraagd.”

De tweede versie geeft ook meer ruimte aan de Heilige Maagd. Niet in sentimentele stijl, maar strikt theologisch. Zo schrijft ze bijvoorbeeld: „Ik geef mij nederig aan U over door Maria, mijn geliefde mamma . . . Maria, o mijn geliefde moeder, geeft U mij zelf aan Jezus; Uzelf, bied aan God deze kleine hostie aan; moge Hij zich verwaardigen in haar te komen wonen om in haar hart te rusten zoals Hij dat in zijn tabernakel doet.

„Als Hij daar dan verblijft zal Hij wel mijn ellendige misère ervaren, maar Hij vindt er tenminste liefde, dankbaarheid, trouw, edelmoedigheid, overgave, het nederige maar vreugdevolle vertrouwen om Hem schadeloos te stellen, te troosten, te verblijden, zijn Heilig Hart te verheerlijken en om Hem zielen te geven, in vereniging met U, mijn zo geliefde mamma”.

Wij laten nu de oudste tekst volgen, die dateert uit 1925 en die is overgeschreven door abbé Perrier, pastoor van Saint-Uze, de confrater van abbé Faure. Deze laatste had de hulp van abbé Perrier ingeroepen om zich met Marthe bezig te houden en haar in alles bij te staan. De oudste tekst van de „Acte van overgave”

„Heer, mijn God, U hebt Uw kleine dienares alles gevraagd; neem toch en ontvang alles. Op deze dag geef ik mij aan U over, zonder voorbehoud, zonder iets terug te nemen. 0, welbeminde van mijn ziel! U alleen wil ik bezitten en voor Uw Liefde verloochen ik alles.

„O God van Liefde, neem mijn geheugen en al mijn herinneringen, neem mijn verstand en geef dat het slechts wordt aangewend tot Uw grotere heerlijkheid; neem mijn ganse wil, ik laat hem voor altijd verdwijnen in de Uwe; voortaan geldt niet meer wat ik wil, o allerliefste Jezus, maar altijd alles wat U wilt; ontvang dus mijn wil, leid hem, heilig hem en richt hem; aan U laat ik hem over.

„O God, geheel van goedheid vervuld, neem mijn lichaam met al zijn zintuigen, mijn geest met al zijn mogelijkheden, mijn hart met al zijn genegenheid; o aanbiddelijke Heiland, U bent de enige bezitter van mijn ziel en van mijn gehele wezen; ontvang het offer dat ik U elke dag en elk uur in stilte aanbied; verwaardig U het aan te nemen en zend daarvoor in de plaats Uw genadegaven en zegeningen aan allen die ik liefheb, voor de bekering van de zondaars en de heiliging van de zielen.

,,o Jezus! Neem mijn hart tot U, in al zijn kleinheid, het smeekt en verzucht naar niets anders dan aan U alleen toe te behoren; bewaar het altijd in Uw almachtige handen opdat het zich niet verliest of uitstort in welk schepsel dan ook.

„Heer, neem en heilig al mijn woorden, al mijn daden, al mijn begeerten. Wees het Heil en het Al voor mijn ziel. Aan U geef ik haar, aan U laat ik haar.

„Ik aanvaard in liefde alles wat van U komt: verdriet en pijn, vreugde en troost, droogte en verlatenheid, hulpeloosheid en minachting, vernedering en inspanning, lijden, beproeving en alles wat van U komt, alles wat U maar wilt, o Jezus.

„Ik onderwerp mij nederig aan de bewonderenswaardige leiding van Uw Voorzienigheid, mij alleen verlatend op de steun van uw onmetelijke goedheid; ik beloof U mijn zeer oprechte trouw. 0 Goddelijke Verlosser, als slachtoffer dienend voor het heil van de zielen, lever ik mij helemaal aan U uit, geef ik mij volledig aan U over.

„Ik bid U, aanvaard mijn offer geheel, opdat ik gelukkig en vol vertrouwen ben. Het is alles, helaas, wel gering, ik weet het. Maar ik heb niets meer aan te bieden; ik koester nog slechts mijn onbeduidende nietigheid, want zij verdient al Uw Barmhartigheid en al Uw Vaderlijke zorgen.

„Mijn God, U kent mijn broosheid en de bodemloze afgrond van mijn grote zwakheid . . . Mocht ik ooit Uw Opperste Wil over mij ontrouw worden; ooit terugdeinzen voor het lijden en het kruis; ooit Uw Weg van Liefde verlaten door de zoete omhelzing van Uw armen te ontvluchten, o, ik smeek en bezweer U, geef mij dan de genade mij op hetzelfde ogenblik te laten sterven. Verhoor mij, 0 Heilig Hart van mijn Heiland, verhoor mij door Uw allerzoetste Naam van Jezus, door de smarten van Maria, door de voorspraak van de Heilige Jozef en door het Liefdesvuur dat U hebt verkregen van Uw Vader om in alles Zijn Wil te volbrengen.

„O God van mijn ziel! 0 Goddelijke Zon! Ik bemin U, ik zegen U, ik breng U lof, ik geef mij geheel aan U over. Ik zoek in U een toevlucht; verberg mij in Uw Goddelijke warmte, want mijn natuur beeft onder de last van de verschrikkelijke beproevingen die haar van alle kanten belagen . . . Verberg mij, want ik ben altijd alleen.

„Mijn Welbeminde, help mij, neem mij tot U. In U alleen wil ik voortaan leven om slechts in U te sterven.”

De lezer zal het niet ontgaan zijn dat de in bovenstaande tekst voorkomende passage, die hieronder nog eens volgt, bijzonder kenmerkend is voor het verlangen van Marthe zich geheel over te geven aan de wil van God:

„Mocht ik ooit ontrouw worden aan Uw Opperste Wil over mij, ooit terugdeinzen voor het lijden en het kruis, ooit uw weg van Liefde verlaten door de zoete omhelzing van Uw armen te ontvluchten, o ik smeek U en bezweer U, geef mij dan de genade mij op hetzelfde ogenblik te laten sterven.”

Hier beeft geheel ons wezen. Alle commentaar op deze passage wordt overbodig. Dit nu leidt het begin in van de lijdensweg van Marthe Robin.

Wie het hele boek wil lezen, kan het hier bestellen.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x