Zondag 8 september 2019 – uit de geschriften van de heilige Germanus, bisschop van Constantinopel († ca. 733)

Zondag 8 september 2019 – uit de geschriften van de heilige Germanus, bisschop van Constantinopel († ca. 733)

Sacramenten – bisdom Paramaribo

Het wezen van de kerk en de sacramenten

De kerk is de tempel van God, een heiligdom, een huis van gebed, een verzamelplaats van het volk, de naam van Christus en zijn bruid, het lichaam van Christus, die de volken oproept tot bekering en gebed. Door het water van het heilig doopsel is zij gereinigd, met zijn kostbaar bloed is zij besprenkeld, als een bruid getooid en met de olie van de heilige Geest heeft zij het zegel ontvangen, naar het woord van de profeet: ‘De klank van uw naam is als kostbaar parfum, daarom lopen zij u na’ (Hoogl. 1, 3).

De kerk is verder de hemel op aarde, waarin de hemelse God woont en verblijft. Zij is het beeld van de kruisiging, de graflegging en de opstanding van Christus. Zij is meer verheerlijkt dan de tent van de samenkomst van Mozes (vgl. Ex. 27, 21), zij is voorafgebeeld in de aartsvaders, gegrondvest op de apostelen. In haar bevindt zich het heilige der heiligen met de plaats van de verzoening. Zij is door de profeten verkondigd, met heilige ambten getooid, door martelaren tot volmaaktheid gebracht en op hun heilige relikwieën heeft zij haar troon.

De kerk is het huis van God, waar het mystieke offer van het leven wordt gevierd. Daar is de tafel die de zielen voedt en leven schenkt; bij haar zijn de parels, de goddelijke waarheden die de Heer aan zijn leerlingen onderwees.

‘Als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het rijk Gods niet binnengaan’ (Joh. 3, 5). En aan zijn apostelen gaf de Heer de opdracht: ‘Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest’ (Mt. 28, 19). Wij zijn gedoopt in de dood van Christus zelf en in zijn opstanding. Want onze afdaling in het water en het opstijgen en de drievoudige onderdompeling vormen een uitbeelding en een belijdenis van Christus’ verblijf tot de derde dag in het graf en van zijn verrijzenis, en ook van zijn doop in de Jordaan door Johannes. Bij het doopsel worden wij gezalfd met olie, zoals koningen, priesters en profeten met olie werden gezalfd. Zo is ook Christus als koning en priester gezalfd met de olie van zijn menswording.

Daarom kan de duivel ons niet overheersen met de macht van de zonde die tot de dood leidt. Want door de misstap van Adam kwam de dood onder ons. Het water toont ons op mystieke wijze de zin van het bad in water en vuur door de heilige Geest, namelijk om de smet van onze zonde te reinigen, om het nieuwe begin te vinden en om tot het eeuwig leven herboren te worden. Door dit doopsel zijn wij kinderen van God geworden en bevrijd van de heerschappij en van de slavernij van de duivel. Wij hebben de vrijheid ontvangen van de genade van Gods Zoon. Hij heeft ons geheiligd en gereinigd in water en geest om ons naar onze God en Vader te leiden: rechtvaardige Vader, zie Mij en de kinderen die Gij Mij hebt toevertrouwd. Heilig in uw Naam hen die Gij Mij hebt toevertrouwd, opdat ook zij geheiligd zijn en U kennen, de enig ware God en Hem die Gij gezonden hebt, Jezus Christus (vgl. Joh. 17, 1-3), en die erfgenamen zijn van mijn koninkrijk.