Zaterdag 10 augustus – feest van de heilige diaken Laurentius

Zaterdag 10 augustus – feest van de heilige diaken Laurentius

Als diaken van de kerk van Rome stierf Laurentius tijdens de vervolging onder Valerianus, vier dagen na paus Sixtus II en zijn vier medediakens. Zijn graf bevindt zich bij de Via Tiburtina op de Ager Veranus, waar Constantijn de Grote een basiliek oprichtte. Reeds in de vierde eeuw was zijn verering in de gehele kerk verbreid.

Uit een preek van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430)

Hij bediende het heilig bloed van Christus.

De kerk van Rome beveelt ons aan vandaag de overwinningsdag van de heilige Laurentius te vieren. De dag waarop hij de briesende wereld met voeten trad, de aanlokkelijke wereld verachtte, en in beide opzichten de duivel overwon die hem vervolgde. Want in de kerk oefende hij, zoals gij al dikwijls gehoord hebt, het ambt uit van diaken. Daar bediende hij het heilig bloed van Christus, daar ook vergoot hij voor de naam van Christus zijn bloed.

De heilige apostel Johannes geeft een duidelijke uitleg van het mysterie van de maaltijd des Heren, waar hij zegt: ‘Zoals Christus voor ons zijn leven gegeven heeft, zo ook moeten wij ons leven geven voor onze broeders’ (1 Joh. 3, 16). Dit, broeders en zusters, heeft de heilige Laurentius begrepen. Hij heeft het begrepen en gedaan. Wat hij heeft ontvangen aan die tafel, dat heeft hij helemaal verwezenlijkt. In zijn leven heeft hij Christus liefgehad, in zijn dood heeft hij Hem ook nagevolgd.

Laten ook wij dan, broeders en zusters, Hem navolgen, als wij Hem waarachtig beminnen. Want wij kunnen geen betere vrucht van onze liefde terugschenken dan het voorbeeld van onze navolging. ‘Christus heeft voor ons geleden en ons een voorbeeld nagelaten, opdat wij in zijn voetstappen zouden treden’ (1 Petr. 2, 21). Het lijkt alsof de apostel Petrus in deze zin besluit dat Christus alleen geleden heeft voor hen die in zijn voetstappen treden, en dat het lijden van Christus van geen nut is dan alleen voor wie in zijn voetstappen treden. Hem zijn de heilige martelaren gevolgd tot in het vergieten van hun bloed, tot in de gelijkenis met zijn lijden. Hem zijn de martelaren gevolgd, maar zij niet alleen. Want nadat zij over de brug waren getrokken, is deze niet afgebroken, of nadat zij hadden gedronken, is de bron niet uitgedroogd.

De tuin van de Heer, broeders en zusters, bezit immers niet alleen de rozen van de martelaren, maar ook de lelies van de maagden, de klimop van de gehuwden en de viooltjes van de weduwen. Ja, niemand, geliefden, moet aan zijn roeping wanhopen: voor allen heeft Christus geleden. In waarheid staat van Hem geschreven: ‘Hij wil dat alle mensen gered worden en tot de kennis van de waarheid komen’ (1 Tim. 2, 4).

Laten wij dan inzien hoe de christen, ook zonder het vergieten van zijn bloed, ook zonder het gevaar van het lijden, Christus moet volgen. De Apostel zegt, wanneer hij spreekt over Christus de Heer: ‘Hij die bestond in goddelijke majesteit, heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God’ (Fil. 2, 6). Wat een majesteit! ‘Maar Hij heeft zichzelf ontledigd en het bestaan van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen’ (Fil. 2, 7). Wat een nederigheid!

Christus heeft zich vernederd: en gij, christen, gij klampt u vast aan wat ge hebt. Christus is gehoorzaam geworden: waarom zijt gij dan trots? Nadat Christus door deze vernedering is heengegaan en de dood heeft geveld, is Hij opgestegen ten hemel: laten wij Hem volgen. Laten we luisteren naar de Apostel die zegt: ‘Als gij met Christus ten leven zijt gewekt, zoekt wat boven is, daar waar Christus zetelt aan de rechterhand Gods’ (Kol. 3, 1).