Woensdag 11 september 2019 – uit de geschriften van de heilige Hildegard van Bingen († 1179)

Woensdag 11 september 2019 – uit de geschriften van de heilige Hildegard van Bingen († 1179)

God is het leven in het vuur van de liefde

Ik hoorde Hem die op de troon zat, tot mij zeggen: schrijf op wat je ziet en hoort. En ik antwoordde vanuit de inwendige kennis van dit visioen: ik bid U, Heer, geef mij begrip, opdat ik deze geheimvolle dingen in woorden kan vatten. Verlaat mij niet, maar sterk mij bij het ochtendgloren van uw gerechtigheid waarin uw Zoon zich geopenbaard heeft. Geef mij de kracht, opdat ik uw goddelijk raadsbesluit dat Gij vanouds hebt vastgelegd, kan verkondigen. Hoe Gij uw Zoon mens wilde laten worden, zodat Hij als een mens in de tijd zou zijn. Want voor iedere schepping wilde Gij in uw volstrekte eenheid en in het vuur van de duif – dat is van uw Geest -, dat uw Zoon als de opgaande zon wonderbaar in het morgenlicht van de maagdelijkheid zich waarachtig met de menselijke natuur zou omkleden en omwille van de mensen de menselijke gestalte zou aandoen.

En opnieuw hoorde ik Hem tot mij zeggen: hoe schoon zijn uw ogen, wanneer gij de goddelijke daden verhaalt en wanneer in hen het morgenrood van de goddelijke raadsbesluiten oplicht.

En wederom antwoordde ik vanuit de inwendige kennis van datzelfde visioen: ik voel mij in de diepste grond van mijn ziel als as en ik gelijk op opwaaiend stof; daarom zit ik bevend in de schaduw als onder beschermende vleugels. Maar verdrijf mij niet als een vreemdeling uit het land van de levenden, want met veel zweet ga ik gebukt onder dit visioen. Ook vanwege de geweldige zwakheid van mijn inzicht ga ik dikwijls op de geringste en laagste plaats staan, omdat ik niet waardig ben een mens genoemd te worden, ook omdat mijn angst groot is en ik uw geheimen niet durf te verkondigen.

Vader, vol goedheid en mildheid, leer mij wat uw wil is en wat ik zeggen moet. Vader, Gij die gevreesd moet worden, en Gij allerzoetste en vol van iedere genade, verlaat mij niet, maar bewaar mij in uw barmhartigheid.