Vrijdag 8 november 2019 in de 31e week door het jaar

Vrijdag 8 november 2019 in de 31e week door het jaar

Uit een preek van de priester Hendrik Herp († ca. 1478)

Van slechte wegen weerhoud ik mijn schreden

Socrates, filosoof

De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de christenen van Kolosse: ‘Voegt bij dit alles de liefde als de band der volmaaktheid’ (3, 14). Er wordt gesproken over de band der volmaaktheid, omdat de liefde alle goede eigenschappen verenigt of verbindt tot een volmaakte eenheid. En allen die gered worden, worden door deze zo volmaakte en nuttige en ook aangename liefdesband aangetrokken. Waarheen worden ze aangetrokken? Tot eenheid met God.

En deze eenheid met God wordt op een volmaakte manier bereikt in de mens als redelijk schepsel, zoals de apostel Johannes schrijft in zijn eerste brief: ‘God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem’ (Joh. 5, 16). Wat is een veiliger weg dan de liefde? ‘En God is met hem.’ Wat is meer voldoening gevend dan de liefde?

Wie meent dat hij God volmaakt bemint en dit niet in zijn gedrag tot uitdrukking brengt op de manier waarop hij dit eigenlijk kan, moet zichzelf onwijs voelen. Jezus zelf zegt immers: ‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden’ (Joh. 15, 23), en wel op een volmaakte manier, zowel wanneer Hij een goede raad geeft als wanneer Hij duidelijke voorschriften geeft. Bernardus heeft het gezegd: ‘De liefde is een belangrijke zaak.’ Maar er zijn in de liefde gradaties, waarlangs men vanuit het gewone leven kan opstijgen tot een toestand van geordendheid en volkomenheid in genade.

De liefde houdt mensen af van alles wat ongeoorloofd is. De liefde houdt ons ver van wat een kans tot zonde is. Maar de liefde houdt ook verkeerde verlangens van ons weg, zodat we al het verkeerde verafschuwen, zoals de psalmist zegt: ‘Van slechte wegen weerhoud ik mijn schreden, om steeds aan uw woord te voldoen’ (Ps. 119 (118), 101).

De filosoof Socrates beweert dat een mens werkelijk gelukkig kan zijn, en meent dat men het ware geluk alleen kan bezitten wanneer men deel heeft aan het hoogste goed, God. Maar ook hij is er vast van overtuigd dat God alleen kan gezien worden door mensen die zeer zuiver van hart en geest zijn. Hij meent stellig dat het innerlijk van een mens slechts zuiver kan worden door hoogstaande beweegredenen en gedragingen. Is het niet verwonderlijk dat deze wijsgeer zijn hele leer toespitst op het menselijk gedrag? Wanneer dit zuiver is, kan hij het hoogste goed in zichzelf gewaarworden.

Wanneer een ongelovige als Socrates dit al ondernomen heeft, hoeveel te meer zal dan een gelovige dit als opdracht en mogelijkheid zien.