Vrijdag 6 september 2019 – uit de brief, toegeschreven aan Barnabas (ca. 130)

Vrijdag 6 september 2019 – uit de brief, toegeschreven aan Barnabas (ca. 130)

De nieuwe schepping

De nieuwe schepping

De Heer heeft toegelaten dat zijn lichaam aan de dood werd overgeleverd, opdat wij zouden worden gezuiverd door de vergiffenis van onze zonden. Dit gebeurt door de besprenkeling met zijn bloed. God zegt in de Schrift: ‘Hij werd doorstoken om onze weerspannigheid, gebroken om onze zonden; dank zij zijn striemen is er voor ons genezing. Als een lam werd hij ter slachting geleid en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders’ (Jes. 53, 5.7).

We moeten de Heer ten zeerste danken, omdat Hij ons het verleden heeft doen kennen, ons nu wijsheid heeft geschonken en omdat we niet zonder kennis zijn aangaande de toekomst. De Schrift zegt: ‘Terecht spant men netten voor de vogels’ (Spr. 1, 7). Daarmee bedoelt ze dat de mens die de gerechtigheid kent maar zich toch begeeft op de weg van de duisternis, terecht verloren gaat.

Ook dit nog, broeders en zusters. De Heer heeft voor ons het lijden doorstaan, Hij, de Heer van heel de schepping, aan wie God bij het begin van de schepping gezegd heeft: ‘Nu gaan we de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend’ (Gen. 1, 26). Waarom heeft Hij het lijden doorstaan door toedoen van de mensen? Luistert. De profeten hebben met zijn genade over Hem geprofeteerd en Hijzelf moest in het vlees verschijnen. En om de dood te overwinnen en de verrijzenis van de doden aan te tonen, heeft Hij het lijden doorstaan. Zo heeft Hij de belofte aan de vaderen vervuld, om voor zich het nieuwe volk te bereiden en nog tijdens zijn leven te tonen dat Hij, na zijn verrijzenis te hebben bewerkt, rechter zou zijn. Tenslotte: hoewel Hij Israël had onderwezen en zeer grote wonderen en tekenen had verricht, heeft zijn boodschap hen er niet toe gebracht Hem boven alles te beminnen.

Door ons te vernieuwen in de vergiffenis van zonden heeft Hij van ons andere mensen gemaakt, zo onschuldig als kleine kinderen. Hij heeft ons als het ware herschapen. De Schrift spreekt inderdaad over ons, als God tot zijn Zoon zegt: ‘Nu gaan we de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; hij zal heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en de wilde dieren op de aarde’ (Gen. 1, 26). En toen de Heer zag dat we goed waren geschapen, zei Hij: ‘Weest vruchtbaar en wordt talrijk; bevolkt de aarde’ (Gen. 1, 22).

Dit betreft de Zoon. Ik zal u echter ook tonen wat God over ons zegt. Op het einde van de tijd heeft God een tweede schepping tot stand gebracht. Hij zegt: ‘Zie, Ik maak het laatste gelijk aan het eerste.’ In die zin heeft de profeet verkondigd: gaat binnen in een land dat overvloeit van melk en honing en neemt het in bezit (vgl. Ex. 33, 1-3). Ja, we zijn opnieuw geschapen, zoals de Heer zegt door een andere profeet: zie, zegt de Heer, Ik zal uit hen – dat is: uit hen die door de Geest van God tevoren werden gezien – het stenen hart wegnemen en een hart van vlees in hen plaatsen (vgl. Ez. 11, 19). Hij zal inderdaad in het vlees verschijnen en in ons wonen. De woonstede van ons hart is een heilige tempel voor de Heer, want de Heer zegt opnieuw: ‘Ik zal u prijzen in de gemeenschap van mijn broeders en voor u psalmen zingen te midden van de gemeenschap van de heiligen’ (vgl. Ps. 22 (21), 23).

Wij zijn het dus die door de Heer in het beloofde land zijn binnengeleid.