Uit een preek van de heilige Fulgentius, bisschop van Ruspe († 532)

Uit een preek van de heilige Fulgentius, bisschop van Ruspe († 532)

Het wapen van de liefde

Gisteren hebben wij de geboorte in de tijd gevierd van onze eeuwige Koning; vandaag vieren wij het zegevierend sterven van een soldaat. Gisteren was het onze Koning, die gehuld in de mantel van het vlees, de maagdelijke moederschoot als een paleis verliet om de wereld te bezoeken. Vandaag trekt een soldaat, die de tent van zijn lichaam verlaat, zegevierend naar de hemel.

Onze Koning, hoe verheven ook, is in een nederige gedaante tot ons gekomen, maar met lege handen komen kon Hij niet. Een grote gave bracht Hij immers voor zijn soldaten mee. Daarmee maakte Hij hen niet alleen bijzonder rijk, Hij maakte ze zelfs onoverwinnelijk in de strijd. Want het geschenk dat Hij meebracht, is de liefde, die de mensen deelgenoot moet maken aan de goddelijke natuur.

Wat Hij meebracht, deelde Hij uit. Toch had Hij daardoor zelf niet minder, maar Hij maakte zijn arme gelovigen rijk en behield toch zijn volheid van onuitputtelijke schatten.

Deed de liefde Christus uit de hemel naar de aarde neerdalen, Stefanus werd daardoor van de aarde in de hemel opgenomen. Die liefde, die eerst straalde in de Koning, schitterde daarna in de soldaat.

Om de zegekrans, die al in zijn naam lag opgesloten, te mogen ontvangen, voerde Stefanus de liefde als zijn wapen en daarmee overwon hij overal. Dank zij zijn liefde tot God zwichtte hij niet voor de woede van de joden, uit liefde tot de naaste bad hij voor hen die hem stenigden, uit liefde probeerde hij hun dwalingen te weerleggen om hen te verbeteren. Uit liefde bad hij voor zijn beulen, opdat zij niet gestraft zouden worden.

Steunend op deze heldhaftige liefde overwon hij de razernij van Saulus en verwierf daarmee zijn vervolger op aarde als een deelgenoot in de hemel. In zijn heilige, onvermoeibare liefde wilde hij met een gebed de mensen winnen, die hij met een betoog niet had kunnen bekeren.

En zie, nu verheugt Paulus zich samen met Stefanus, met Stefanus geniet hij van Christus’ heerlijkheid, juicht hij en heerst hij. Want waar Stefanus heen is gegaan, gedood door de stenen van Paulus, daar is ook Paulus gekomen, geholpen door het gebed van Stefanus.

Wat een waarachtig leven, geliefden! Hier schaamt Paulus zich niet over het doden van Stefanus, maar Stefanus verheugt zich om het samenzijn met Paulus: in beiden verheugt zich de liefde. Immers, de liefde van Stefanus heeft de wreedheid van de joden overwonnen, de liefde van Paulus heeft een menigte zonden bedekt, voor hen beiden heeft de liefde het rijk der hemelen als beloning verworven.

De liefde is dus de bron en de oorsprong van alle goed, het pantser bij uitnemendheid en de weg die naar de hemel leidt. Wie in de liefde wandelt, kan niet dwalen of bang zijn, want zij leidt ons, zij beschermt ons en voert ons naar ons einddoel.

Christus heeft de ladder van de liefde geplaatst, geliefden, en daarlangs kan iedere christen naar de hemel opstijgen. Gij moet daarom vol moed de liefde ongeschonden bewaren en haar aan elkaar betonen om zo geleidelijk omhoog te klimmen.