Ter voorbereiding van de viering van zondag 17-10-2021

Ter voorbereiding van de viering van zondag 17-10-2021

Uit een preek van de heilige Caesarius, bisschop van Arles († 543)

Wij moeten God zoeken door de lezing van de heilige Schrift

Christus zij u genadig, broeders en zusters. Moogt gij met zijn hulp steeds vol verlangen openstaan voor de lezing van de heilige Schrift. Dan zult gij ons door uw trouwe gehoorzaamheid geestelijke vreugde verschaffen. Maar als gij wilt dat het woord van God zoet wordt in uw hart en dat gij, zoals het behoort, baat vindt bij Gods geboden, onttrekt u dan enige tijd aan uw gewone bezigheden om ook thuis de heilige woorden te lezen en u geheel te wijden aan Gods barmhartigheid. Aldus wordt op gelukkige wijze aan u vervuld wat er geschreven staat over de mens die zalig wordt geprezen: ‘De wet van de Heer overweegt hij dag en nacht’ (Ps. 1, 2), en: ‘Gelukkig die acht slaan op wat Hij verordent, Hem zoeken met heel hun hart’ (Ps. 119 (118), 2), en ook: ‘Uw uitspraken berg ik diep in mijn hart om niet tegen U te misdoen’ (Ps. 119 (118), 11). Zoals immers degene die Gods uitspraken diep in zijn hart bergt, niet kan zondigen, zo zondigt voortdurend wie Gods woord niet ter harte neemt.

Als kooplieden zich niet tevreden stellen met het maken van winst op één artikel, maar hun koopwaar uitbreiden om hun inkomsten te kunnen vergroten, en als landbouwers verschillende soorten zaad uitstrooien om voldoende voedsel voor zichzelf en hun gezin te kunnen hebben, hoeveel te meer geldt dit voor u inzake geestelijk voordeel. Het moet u niet voldoende zijn de schriftlezingen te horen in de kerk. Maar ook thuis, tijdens de maaltijd en daarbuiten, moet gij aandacht schenken aan de lezing van Gods woord. Vooral als de dagen kort zijn, moet gij hieraan ’s avonds geruime tijd besteden. Op deze wijze zult gij in de voorraadschuur van uw hart geestelijke tarwe opslaan en de parels van de Schriften bewaren in de schatkamer van uw ziel.

Wanneer gij dan op de dag van het oordeel voor de zetel van de eeuwige Rechter zult verschijnen, zult gij bekleed en niet naakt voor God staan (vgl. 2 Kor. 5, 3). Want ongetwijfeld zal degene die nalaat God door de lezing van de heilige Schrift te zoeken, ook door God worden voorbijgezien en niet toegelaten tot het eeuwig geluk. Zulke mensen hebben te vrezen dat zij de deuren dicht vinden, met de onverstandige bruidsmeisjes worden buitengesloten en te horen krijgen: Ik ken u niet, Ik weet niet wie gij zijt. Gaat weg van Mij, bedrijvers van ongerechtigheid (vgl. Mt. 25, 12; Lc. 13, 27).

Laten wij dit alles dus, broeders en zusters, ter harte nemen en zo goed mogelijk een einde maken aan nutteloos gepraat, kwaadsprekerij en ongepaste taal. Wij moeten met alle kracht zien te ontkomen aan alles wat deze wereld ons in de weg legt, om ons steeds enige tijd te kunnen wijden aan gebed of lezing, met het oog op ons geestelijk heil. Dan zal in ons vervuld worden wat er geschreven staat: ‘De wijzen zullen stralen als de glans van het uitspansel’ (Dan. 12, 3). Dat geve ons de Heer, die leeft en heerst met de Vader en de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.