Ter voorbereiding van de viering van dinsdag 19-10-2021

Ter voorbereiding van de viering van dinsdag 19-10-2021

Uit een homilie van de heilige Johannes Chrysostomus, bisschop van Constantinopel († 407)

Vijf wegen van berouw

Zal ik u de wegen noemen van berouw? Ze zijn talrijk, ze zijn verschillend en ze leiden alle naar de hemel.

De eerste weg van het berouw bestaat in het veroordelen van onze zonden: ‘Noem eerst uw zonden en gij zult gerechtvaardigd worden’ (Jes. 43, 26 – LXX). Daarom heeft ook de profeet gezegd: ‘Ik sprak: ik zal tegen mijzelf mijn zonden belijden voor de Heer, en gij hebt de zonden van mijn hart vergeven’ (Ps. 32 (31), 5-LXX). Veroordeel jij nu ook je zonden. Dat is voor de Heer voldoende om te vergeven. Want wie zijn zonden veroordeelt, is minder geneigd opnieuw in dezelfde fouten te vervallen. Wek een aanklager op binnen in je eigen geweten. Dan heb je niet daarginds een aanklager voor de rechterstoel van de Heer.

Dit is de eerste en de beste weg van berouw, maar een tweede doet er niet voor onder: niet blijven denken aan geleden onrecht, onze woede beheersen, de fouten van onze medemensen vergeven. Dan wordt ook ons vergeven wat wij tegen de Heer hebben misdaan. Dit is de tweede weg om ons van zonden te reinigen: ‘Als gij aan de mensen hun fouten vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven’ (Mt. 6, 14).

Wil je ook de derde weg van berouw kennen? Het is een vurig en zorgvuldig gebed en dan vanuit het diepste van het hart.

En de vierde weg, als je die wilt weten, dan noem ik het geven van een aalmoes. De kracht daarvan is onnoembaar, zo groot.

Ook bescheidenheid in optreden en denken neemt niet minder dan alles wat al gezegd is, de aard van onze zonden weg. Een bewijs daarvoor is de tollenaar. Hij kon niets in zijn voordeel opnoemen, maar bood in plaats daarvan zijn nederigheid aan en legde zo de zware last van zijn zonden af (vgl. Lc. 18, 13).

Dat zijn dus vijf wegen van berouw: de eerste bestaat in de veroordeling van onze eigen zonden, de tweede in de vergeving van de zonden aan onze naaste, de derde in het gebed, de vierde in een vrijwillige gave en de vijfde in de nederigheid.

Zie dus niet werkeloos toe, maar maak iedere dag van al deze wegen gebruik. Ze zijn gemakkelijk en hier is armoede geen verontschuldiging. Al leef je in de grootste nood, dan nog kun je je woede laten varen, je nederigheid betonen, vurig bidden en je zonden afkeuren. Nergens vormt je armoede een beletsel. Wat zeg ik? Zelfs niet op die weg van bekering die bestaat in het geven van een aalmoes, zelfs daar vormt de armoede voor ons geen beletsel om het gebod te onderhouden. Dat zien we bij de weduwe die twee penningen offerde (vgl. Mc. 12, 42).

Zo hebben wij geleerd onze wonden te verzorgen. Aanhoudend moeten wij deze geneesmiddelen gebruiken. Dan keren wij terug tot de ware gezondheid, genieten met vertrouwen van de heilige tafel, gaan vol glorie Christus, de koning van de glorie, tegemoet. Wij verwerven de eeuwige weldaden door de genade, het medelijden en de menslievendheid van onze Heer Jezus Christus.