Ter voorbereiding van de viering van dinsdag 15-06-2021

Ter voorbereiding van de viering van dinsdag 15-06-2021

Uit de verhandeling van de heilige martelaar Cyprianus, bisschop van Carthago (†258), over het gebed des Heren

Uw Naam worde geheiligd

Hoe goed is de Heer, hoe mild en genadig! Hij wil dat wij, wanneer wij bidden voor Gods aangezicht, Hem Vader noemen en dat, zoals Christus de Zoon van God is, wij kinderen van God heten. Die Naam zou niemand van ons in zijn gebed durven uitspreken, indien Hij ons dat niet zelf had toegestaan. Wij moeten daarom goed beseffen, geliefde broeders en zusters, dat wij ons als kinderen van God behoren te gedragen. Alleen wanneer wij dankbaar zijn dat God onze Vader is, kunnen wij Hem behagen.

Wij zijn tempel van God; laten wij ons daarnaar gedragen; dan wil God in ons wonen. Wij zijn begonnen geestelijke en hemelse schepselen te worden, daarom moeten we alleen dingen denken en doen die de Geest en de hemel waardig zijn. God zelf zegt immers: ‘Ik eer wie Mij eren, maar wie Mij verachten, worden vervloekt’ (1 Sam. 2, 30) en de heilige Apostel schrijft in een van zijn brieven: ‘Gij zijt niet van uzelf. Gij zijt gekocht en de prijs is betaald. Eert dan God met uw lichaam’ (1 Kor. 6, 19-20).

Nadat wij God als onze Vader hebben aangeroepen, is onze eerste bede: ‘Uw Naam worde geheiligd.’ Wij bedoelen daarmee niet dat God door onze gebeden geheiligd moet worden, maar vragen God dat zijn Naam in ons geheiligd wordt. En door wie kan God geheiligd worden, Hij die zelf degene is die heilig maakt en heeft gezegd: ‘Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig’ (Lev. 19, 2)? Welnu, geheiligd door het doopsel bidden wij dat wij in het nieuwe leven mogen volharden. Iedere dag bidden wij dit, want wij die immers dagelijks zondigen, behoeven dagelijks heiliging, opdat wij daardoor onze zonden kunnen wegwassen.

Welke nu die heiliging is die God ons in zijn goedheid schenkt, dat vertelt Paulus: ‘Hoerenlopers, afgodendienaars, echtbrekers, schandknapen, knapenschenders, dieven, uitbuiters, dronkaards, lasteraars, oplichters zullen het koninkrijk Gods niet erven. En sommigen van u zijn dat geweest, maar nu zijt gij rein gewassen, gij zijt geheiligd, gij zijt gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God’ (1 Kor. 6, 9b-11). De Apostel zegt dus dat wij geheiligd zijn in de naam van de Heer Jezus Christus en in de Geest van onze God. Dat die heiliging in ons stand mag houden, dat is het waarom wij bidden. Onze Heer en rechter vermaant wie door Hem genezen en tot het leven teruggebracht is, niet meer te zondigen, opdat hem niets ergers overkomt.

Onafgebroken bidden wij, dag en nacht, dat de heiliging en het nieuwe leven die God ons genadig schenkt, onder zijn bescherming behouden blijven.