Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit de geschriften van de heilige diaken Efrem († 373)

Het woord van God is een onuitputtelijke bron voor het leven

Heer, wie zou met zijn verstand één van uw uitspraken kunnen doorgronden? Wij laten er meer in achter dan wij eruit opnemen, juist als mensen die hun dorst lessen aan een bron. Immers, het woord van de Heer biedt veel betekenissen aan wie erin doordringen en vele vormen van uitleg. De Heer heeft zijn woord met veel kleuren geschilderd, zodat al wie erin doordringt, daarin ziet wat hem aanspreekt. Allerlei schatten heeft de Heer in zijn woord verborgen, zodat ieder van ons die zich daarin oefent, erdoor verrijkt wordt.

Het woord van God is een levensboom die aan alle kanten weelderige vruchten aanbiedt, zoals de rots die in de woestijn werd geopend om aan alle kanten een geestelijke drank aan te bieden. ‘Ze aten’, zegt de Apostel, ‘een geestelijk voedsel en dronken een geestelijke drank’ (1 Kor. 10, 3-4).

Wie één deeltje van die schat verwerft, mag niet denken dat alleen wat hij gevonden heeft, in dit woord vervat ligt, maar hij moet bedenken dat hij enkel dit heeft kunnen vinden uit het vele dat erin ligt. Omdat alleen dat stukje tot hem doordrong en zijn deel werd, mag hij niet zeggen dat het woord zelf schraal en mager is en het minachten. Omdat hij het niet kan bevatten, moet hij dankzeggen voor zijn rijkdom. Wees blij omdat je overtroffen bent, maar niet bedroefd omdat het je te boven gaat. Wie dorst heeft, is blij wanneer hij drinkt, maar niet bedroefd omdat de bron niet uitgeput raakt. De bron overmeestert je dorst, niet jouw dorst de bron! Want als je dorst gelest wordt zonder dat de bron uitgeput raakt, kun je als je weer dorst hebt, daar opnieuw uit drinken. Maar als door het lessen van je dorst ook de bron opdroogde, zou je overwinning in een ongeluk verkeren.

Breng dank voor wat je gekregen hebt en treur niet om de overvloed die onaangeroerd blijft. Wat je mocht ontvangen en bereiken, is jouw deel. Wat overblijft is een erfenis voor later. Wat je uit zwakheid op dit ogenblik niet krijgt, zul je een andere keer ontvangen als je maar volhardt. Probeer dus niet overmoedig in één teug te nemen wat je niet in één slok aankunt. En geef de moed niet op voor iets dat je alleen beetje bij beetje in je kunt opnemen.