Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Ter voorbereiding van de viering van de zondag

Uit een brief van de heilige Athanasius, bisschop van Alexandrië († 373)

Licht, glans en genadegave in de Drieëenheid en voortkomend uit de Drieëenheid

Bij de leer over de Drieëenheid moeten wij juist ook letten op de oudste traditie, de leer en het geloof van de katholieke kerk, zoals dit door de Heer gegeven, door de apostelen verkondigd en door de kerkvaders bewaard is. Hierop is de kerk gegrondvest en wie hiervan afwijkt, kan geen christen zijn of genoemd worden.

Zo is er dan een heilige en volmaakte Drieëenheid, waarin Vader, Zoon en heilige Geest worden onderscheiden. Zij heeft niets aan een ander of van elders ontleend. Zij bestaat niet uit een schepper en iets dat geschapen is, maar is het gehele vermogen tot scheppen en vormen. Zij is aan zichzelf gelijk, ondeelbaar in haar natuur én één in haar werkende kracht. Zo brengt de Vader door het Woord in de heilige Geest alles tot stand en zo blijft in de Drievuldigheid de eenheid bestaan en wordt in de kerk één God verkondigd ‘die is boven allen en door allen en in allen’ (Ef. 4, 6); boven allen is God als Vader begin en bron, door allen is Hij door zijn Woord, en in allen is Hij in zijn Geest.

Wanneer Paulus aan de Korintiërs schrijft over de geestelijke gaven, herleidt hij alles tot de ene God, de Vader als het hoofd: ‘Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest. Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er zijn allerlei soorten werk, maar er is slechts één God die alles in allen tot stand brengt’ (1 Kor. 12, 4-6).

Wat de Geest ieder uitdeelt, dat alles komt van de Vader en door de Zoon. Want alles wat van de Vader is, is van de Zoon. Wat door de Zoon wordt geschonken in de Geest, zijn daarom de gaven van de Vader. Wanneer dan de Geest in ons is, is ook het Woord in ons dat de Geest schenkt, en in het Woord is ook de Vader aanwezig. En dan geldt het woord van de Schrift: ‘De Vader en Ik zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen’ (Joh. 14, 23). Waar immers het licht is, daar is ook de glans van het licht, en waar de glans is, daar is ook zijn werkende kracht en stralende genadegave.

Paulus komt hierop terug in zijn tweede brief aan de Korintiërs: ‘De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen’ (13, 13). De gaven van de genade die ons geschonken worden, ontvangen wij dus in de Drieëenheid van de Vader door de Zoon in de heilige Geest. Want de genade wordt ons wel geschonken uit de Vader en door de Zoon, maar zij kan pas ons deel worden door de heilige Geest. Als wij deelhebben aan de heilige Geest, bezitten wij de liefde van de Vader, de genade van de Zoon en de gemeenschap van de heilige Geest.