Ter voorbereiding van de viering van de maandag

Ter voorbereiding van de viering van de maandag

Uit de verhandeling ‘De boodschap van de engel’ van Balduïnus, bisschop van Canterbury († 1190)

Gezegend is de vrucht van uw schoot

Aan de begroeting door de engel waarmee wij iedere dag de Maagd, gezegend boven allen, met de haar toekomende eerbied begroeten, zijn wij gewoon toe te voegen: ‘En gezegend is de vrucht van uw schoot.’ Toen Elisabet immers door de Maagd begroet werd, herhaalde zij de begroeting van de engel aan Maria en voegde er dit slot aan toe: ‘Gij zijt gezegend onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot’ (Lc. 1, 42). Dit is de vrucht waarvan Jesaja zegt: ‘Op die dag mogen de overlevenden in Israël vol trots zijn over wat de Heer doet ontspruiten, en bogen op de vrucht van het land’ (Jes. 4, 2). Wat is deze vrucht anders dan de Heilige van Israël die zelf ook zaad van Abraham is, een kiem van God en een bloem die ontspruit aan de stam van Jesse, vrucht van het leven waaraan wij deel gekregen hebben?

Waarlijk, gezegend is hij in het zaad en gezegend in de kiem, gezegend in de bloem, gezegend in de vrucht die hij voortbrengt, gezegend tenslotte in de dankzegging en de lofprijzing. Christus, zaad van Abraham, is geboren uit het zaad van David naar het vlees.

Hij alleen wordt onder de mensen volmaakt bevonden in alle goeds. Aan Hem is de Geest mateloos geschonken (vgl. Joh. 3, 34), zodat Hij alleen alle gerechtigheid kan vervullen. Immers, zijn gerechtigheid is voor alle volkeren genoeg, overeenkomstig wat er geschreven staat: ‘Zoals de aarde groen voortbrengt en een tuin het zaad doet ontkiemen, zo laat de Heer heil ontkiemen en toont Hij alle volken zijn grootheid’ (Jes. 61, 11). Dit is het groen van de gerechtigheid. De zegen daalt erover neer en de bloem van de heerlijkheid tooit het. En van wat voor heerlijkheid? En hoe groot is die heerlijkheid? Zo groot als men maar kan bedenken, of zelfs, zo groot als ondenkbaar is. De bloem ontspruit immers aan de stam van Jesse en schiet omhoog. Tot hoever? Stellig zo hoog mogelijk, omdat Christus in de heerlijkheid van God de Vader is. Verheven is Gods grootheid boven de hemelen, opdat ook de kiem van de Heer in de grootheid en heerlijkheid van God zal zijn en de vrucht van de aarde hoogverheven.

Maar welke vrucht trekken wij nu uit deze vrucht? Welke andere dan de vrucht van de zegening uit de gezegende vrucht? Immers, uit dit zaad, uit deze kiem, uit deze bloem komt de vrucht van de zegening voort. Deze vrucht is tot ons gekomen: aanvankelijk wel in de vorm van het zaad door de genade van de vergeving, daarna in de vorm van de kiem door het groeien van de gerechtigheid en tenslotte in de vorm van de bloem door de hoop op de heerlijkheid en het verwerven van die heerlijkheid. Door God en in God is de vrucht immers gezegend, opdat God namelijk daarin verheerlijkt wordt. Ook voor ons is de vrucht gezegend, opdat wij, gezegend door die vrucht, daarin verheerlijkt worden: God heeft toch door de nieuwe belofte, aan Abraham gedaan, de zegening van alle volken aan die vrucht geschonken.