Ter voorbereiding van de viering van de zaterdag

Ter voorbereiding van de viering van de zaterdag

Uit de eerste Apologie van de heilige martelaar Justinus († ca. 163) voor de christenen

De viering van de eucharistie

Alleen hij mag aan de eucharistie deelnemen die gelooft dat het waar is wat wij leren, en die gereinigd is in het waterbad van de wedergeboorte tot vergeving van de zonden en zo leeft als Christus heeft geleerd.

Want wij ontvangen de eucharistie niet als gewoon brood of gewone drank. Zoals Jezus Christus, onze Verlosser, door het Woord van God vlees geworden is en Hij omwille van ons heil vlees en bloed heeft aangenomen, zo ook is dit voedsel, waarover de dankzegging is uitgesproken door het gebed dat de woorden van de Heer zelf bevat, het vlees en bloed van dezelfde mensgeworden Jezus, waarmee ons bloed en vlees gevoed wordt. Welnu, dit is ons geleerd.

Want in hun gedenkschriften, die evangeliën genoemd worden, hebben de apostelen aldus overgeleverd wat Jezus hun had opgedragen: namelijk dat Hij het brood nam en na de dankzegging gesproken te hebben, zei: ‘Doet dit tot mijn gedachtenis. Dit is mijn lichaam’; en evenzo nam Hij de beker en na de dankzegging zei Hij: ‘Dit is mijn bloed’ (vgl. Lc. 22, 19-20), en aan hen alleen heeft Hij het overgeleverd. Van die tijd af hebben wij dit altijd op onze beurt in herinnering geroepen; en zij die bezittingen hebben, helpen allen die behoeftig zijn, en altijd weer komen wij samen. Bij alles wat wij aanbieden, loven wij de Schepper van het heelal door zijn Zoon Jezus Christus en door de heilige Geest.

Op de dag die ‘dag van de zon’ genoemd wordt, komen alle bewoners zowel van de steden als van het platteland op een zelfde plaats bijeen. Zij lezen de gedenkschriften van de apostelen of de geschriften van de profeten, voor zover de tijd het toelaat. Wanneer dan de lector de lezing beëindigd heeft, spreekt hij die voorgaat een woord van vermaning en aansporing om al dat goede in praktijk te brengen.

Vervolgens staan wij allen gezamenlijk op en spreken onze gebeden uit; en zoals wij reeds gezegd hebben, worden brood en wijn en ook water aangedragen, wanneer wij ons gebed hebben beëindigd. Hij die voorgaat, zendt gebeden en dankzeggingen naar de hemel, zoveel als hij kan, en de gemeenschap stemt daarmee in door het ‘Amen’ dat zij zegt. Dan worden de gaven, waarover de dankzegging is uitgesproken, verdeeld en aan ieder van de aanwezigen uitgereikt. Door de diakens worden zij naar de afwezigen gebracht.

Zij die vermogend zijn en zij die het wensen, geven naar believen wat zij willen. Wat ingezameld wordt, wordt neergelegd bij hem die voorgaat. Hij zorgt dan voor de wezen en de weduwen en voor hen die door ziekte of om een andere reden hulpbehoevend zijn, en ook voor hen die in de gevangenis verblijven en voor de gasten die uit den vreemde aangekomen zijn. In één woord: hij zorgt voor allen die in nood zijn.

Wij allen komen op de dag van de zon samen, allereerst omdat het de eerste dag is waarop God de wereld schiep en duisternis en oerstof omvormde; vervolgens omdat Jezus Christus, onze Verlosser, op diezelfde dag uit de dood is opgestaan (vgl. 2 Tim. 2, 8). Want op de dag die voorafgaat aan de dag van Saturnus (zaterdag), hebben zij Hem gekruisigd, en op de dag na die dag, dat is op de dag van de zon, is Hij aan zijn apostelen en leerlingen verschenen. Hij heeft hun onderwezen wat ook wij u ter overweging hebben overgeleverd.

Alvorens uit deze wereld over te gaan naar de Vader, heeft Jezus ter gedachtenis aan zijn dood het sacrament van zijn lichaam en bloed ingesteld met de woorden: doet dit tot mijn gedachtenis, alleluia.

Zijn lichaam heeft Hij als voedsel gegeven en zijn bloed als drank.

Met de woorden: doet dit tot mijn gedachtenis, alleluia.