Ter voorbereiding van de viering van de woensdag

Ter voorbereiding van de viering van de woensdag

Uit het commentaar van de heilige Procopius, bisschop van Gaza († 538), op het boek Spreuken

De wijsheid van God heeft voor ons haar wijn gemengd en haar tafel gedekt

“De wijsheid heeft zich een huis gebouwd”

‘De wijsheid heeft zich een huis gebouwd’ (Spr. 9, 1). De macht van God de Vader, die in zichzelf bestaat, heeft een eigen verblijf gemaakt: dat is de hele wereld, waarin de wijsheid woont door haar kracht, en in het bijzonder de mens die, naar Gods beeld en op Hem gelijkend, uit een zichtbare en onzichtbare natuur geschapen is.

‘Zeven zuilen heeft zij uitgekapt’ (Spr. 9, 1). Aan de mens die na zijn geboorte in Christus herschapen is, schenkt de wijsheid de zeven gaven van de heilige Geest om in Christus te geloven en zijn gebod te onderhouden. Hierdoor wordt de deugd bezield met inzicht en het inzicht manifesteert zich in de deugd. Zo groeit de geestelijke mens naar zijn voltooiing door de volheid van zijn geloof en door de deelneming aan het bovennatuurlijke.

Deze gaven verheffen het natuurlijke licht van de menselijke geest. De gave van kracht bereidt hem voor om met ijver op zoek te gaan naar de grond van het zijnde, de goddelijke wil die alles heeft gemaakt. De gave van raad laat hem de verheven, ongeschapen en onvergankelijke wilsbesluiten van God onderscheiden van andere beslissingen, omdat God de mogelijkheid biedt tot denken, spreken en handelen. De gave van inzicht doet de mens hiermee instemmen – en niet met het tegendeel – en zich ernaar schikken.

‘Zij heeft in het mengvat haar wijn gemengd en haar tafel gedekt’ (Spr. 9, 2 – LXX). Als in een mengvat is in de mens zijn geestelijke en lichamelijke natuur gemengd. En zo heeft de wijsheid met ons inzicht in het geschapene de kennis verenigd van haarzelf, die de oorzaak is van alles. Dit brengt ons – als onder de invloed van wijn – in verrukking over alles wat betrekking heeft op God. En zo voedt de wijsheid, die het brood uit de hemel is, de mensen in deugd, laat hen drinken van de kennis en maakt hen vrolijk. Zij bereidt van dit alles een heerlijke tafel met een geestelijke maaltijd voor wie eraan willen deelnemen.

‘Zij heeft haar dienaren uitgestuurd om met luide stem tot het gastmaal uit te nodigen’ (Spr. 9, 3 – LXX). De wijsheid heeft de apostelen, de dienaren van haar goddelijke wil, uitgestuurd voor de verkondiging van het evangelie, een geestelijke verkondiging die boven de menselijke wetten staat en boven de natuurwet. Zij nodigt uit om bij haar te komen. En als in een mengvat vindt, volgens het mysterie van de heilsbeschikking, in haar persoon de wonderlijke vermenging zonder versmelting plaats van de goddelijke en de menselijke natuur. Door de mond van haar dienaren verkondigt zij: ‘Wie onverstandig is, moet bij mij komen’ (Spr. 9, 4 – LXX). Wie onverstandig is, omdat hij in zijn hart redeneert dat God niet bestaat, moet zijn goddeloosheid laten varen en bij mij komen. Laat hij inzien dat ik de bouwheer en de meester van alles ben.

‘Tegen wie zonder verstand is, zegt de wijsheid: kom, eet mijn brood en drink de wijn die ik voor u gemengd heb’ (Spr. 9, 4-5). Zeg tegen de mensen die de werken van het geloof niet doen en de hogere kennis daarin niet bezitten: kom, eet mijn lichaam, het brood dat voedsel is voor de deugd. Drink mijn bloed, de wijn die inzicht geeft, vreugde schenkt en tot vergoddelijking voert: want op wonderbare wijze heb Ik mijn bloed met mijn godheid gemengd om jullie te redden.