Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit de geschriften van de heilige Bonaventura, bisschop van Albano († 1274)

Bij U is de bron van het leven

Ook gij, verloste mens, overweeg wie het is, hoe groot Hij is en hoe voortreffelijk, die voor u aan het kruis hangt, die door zijn dood de gestorvenen tot leven wekt. Om zijn dood treuren de hemel en de aarde en splijten harde stenen van verdriet.

Maar uit de zijde van de op het kruis sluimerende Christus moest de kerk worden gevormd en het schriftwoord moest worden vervuld: ‘Zij zullen opzien naar Hem die zij hebben doorstoken’ (Joh. 19, 37). Daarom werd door een beschikking van God toegestaan dat een van de soldaten met een lans de heilige zijde doorboorde en opende, opdat daaruit bloed en water zou vloeien als de prijs voor onze redding. Dat stroomt uit het diepst van zijn hart als uit een bron, geeft kracht aan de sacramenten van de kerk om het leven van de genade mee te delen en het is voor hen die al in Christus leven, een beker uit ‘de levende bron die opborrelt tot eeuwig leven’ (Joh. 4, 14).

Sta dan op, mijn ziel, vriendin van Christus, wees als ‘de duif die zich nestelt hoog in de rots’ (Jer. 48, 28), waak daar zonder ophouden als ‘de mus die een woning vindt’ (Ps. 84 (83), 4), verberg daar als een tortel de vruchten van een kuise liefde, open daar uw mond ‘om water te putten uit de bronnen van de Verlosser’ (Jes. 12, 3). Want hier is de bron die ‘ontspringt in het midden van het paradijs, in vier stromen gesplitst’ (Gen. 2, 10); zij stort zich uit in toegewijde harten en zo bevrucht en besproeit zij de hele aarde.

Haast u met een vurig verlangen naar deze bron van leven en licht, wie gij ook zijt, vrome mens, en roep tot Hem met de innerlijke onstuimigheid van uw hart: onuitsprekelijke schoonheid van de verheven God en zuiverste klaarheid van het eeuwig licht, leven dat alle leven levend maakt, licht dat alle licht verlicht en veel vormen van schitterende lichten vanaf de eerste dageraad voor de troon van uw godheid bewaart. O eeuwige en ontoegankelijke, heldere en lieflijke stroom uit de bron, die voor de ogen van alle stervelingen verborgen is. Uw diepte is zonder bodem, uw hoogte zonder grens, uw wijdte is niet te omschrijven, uw zuiverheid is onverstoorbaar.

Hieruit komt de stroom ‘die de stad van God verblijdt’ (Ps. 45 (44), 5). Daarom willen wij ‘bij het schallen van jubel en lofgezang’ (Ps. 42 (41), 5) uw lof bezingen en uit ervaring getuigen: ‘Bij U ontspringt de bron die leven geeft, wij zullen in uw licht het Licht aanschouwen’ (Ps. 36 (35), 10).