Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit een preek van de heilige paus Leo de Grote († 461) over het lijden des Heren

Het sterven van Christus is voor ons het ware Pasen

Dat de Heer om de mensheid te verlossen moest lijden, is een mysterie waartoe vóór alle tijden is besloten. In de eeuwen die aan dit lijden voorafgingen, is het met vele tekenen aangekondigd. Maar wij, geliefden, behoeven niet meer af te wachten dat het geheim volledig wordt geopenbaard, want het heeft plaatsgegrepen en wij aanbidden het.

Vroegere en latere getuigenissen stemmen overeen om ons te onderrichten. Wat uit de bazuinen van de profeten heeft geklonken, wordt verklaard in het evangelie. Er staat geschreven: ‘Daar roept de ene bergbeek tot de ander met het geklater van een waterval’ (Ps. 42 (41), 8): welnu, de beide Testamenten antwoorden elkaar met even verheven stemmen om de glorie van Gods genade te verkondigen. Wat onder een dichte sluier van beelden lag, wordt helder zichtbaar nu het licht is onthuld.

In de wonderen die de Verlosser ten aanschouwen van het volk verrichtte, herkenden slechts weinigen de aanwezigheid van de waarheid zelf. Dat de Heer het lijden uit vrije wil op zich nam, bracht zijn leerlingen zo in verwarring dat zij bezweken voor de bekoring van de angst en op de vlucht sloegen voor de ergernis van het kruis. Maar hoe kan nu ons geloof inzicht verwerven en ons geweten kracht? Toch alleen doordat wij de voorspellingen kunnen lezen van wat is gebeurd?

Het is toch hierdoor dat wij kunnen verstaan dat God, door onze menselijke zwakheid aan te nemen, zijn macht heeft verheerlijkt. Daarom mogen wij die geloven, de viering van Pasen niet verduisteren met droefheid, niet met verdriet herdenken hetgeen voor ons is geschied. De Heer heeft immers de boze wil van de joden zo gebruikt dat hun misdadig streven erop uitliep dat zijn barmhartige wil geschiedde.

Toen Israël uit Egypte trok, heeft het bloed van een lam aan het volk de vrijheid teruggegeven en het offer van een dier in een heilige plechtigheid de toorn van de verdelger afgewend. Hoe groot moet de blijdschap der christenen zijn, dat de almachtige Vader zijn eniggeboren ‘Zoon niet heeft gespaard, maar voor ons allen heeft overgeleverd’ (Rom. 8, 32), opdat het sterven van Christus voor ons het ware Pasen zou zijn, het ene en enkele offer dat niet één volk bevrijdt uit de macht van Farao, maar de gehele wereld uit de kerker van de duivel.