Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit het commentaar van de heilige Ambrosius, bisschop van Milaan († 397), op psalm 1

Drink Christus, zodat je zijn woorden drinkt

Drink eerst van het Oude Testament, om dan het Nieuwe te drinken. Als je van het eerste niet drinkt, kun je het tweede niet drinken. Drink van het eerste om je dorst te lessen, drink het tweede om je ten volle te verzadigen. In het Oude Testament is er rouw om de zonde, in het Nieuwe is er vreugde om de genade.

Kijk hoe de Heer tegen de listen van de duivel ingaat om zijn dienaren te helpen. De duivel heeft één mens verschalkt met bedrieglijk voedsel, om in die ene allen ten val te brengen. Jezus daarentegen heeft allen gered met heilzaam voedsel, om in allen ook die éne die verschalkt werd, voor het goede te winnen.

De Heer Jezus liet water uit de rots stromen, en allen dronken ervan. Zij die in de oude voorafbeelding dronken, lesten hun dorst; zij die in de nieuwe waarheid dronken, kwamen tot geestelijke dronkenschap: een weldoende dronkenschap die de geest in soberheid met vaste tred doet voortschrijden, die als een lafenis de gave schenkt van het eeuwige leven. Drink dus deze beker waarvan de profeet David zegt: ‘Mijn beker is overvol’ (Ps. 23 (22), 5). Drink de beker van het Oude en van het Nieuwe Testament, want in beide drink je Christus.

Drink Christus, want Hij is de wijnstok. Drink Christus, want Hij is de rots die water spuwt. Drink Christus, want Hij is de bron van het leven. Drink Christus, want Hij is de stroom die de stad van God met vreugde overspoelt. Drink Christus, want Hij is de vrede. Drink Christus, want er staat geschreven: ‘Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’ (Joh. 7, 38). Drink Christus, zodat je het bloed van je verlossing drinkt. Drink Christus, zodat je zijn woorden drinkt. Zijn woorden zijn het Oude Testament, zijn woorden zijn het Nieuwe Testament. Als de Schrift wordt gedronken en gegeten, sijpelt het sap van Gods eeuwig woord in de aderen van de geest en de vezels van de ziel. Tenslotte ‘leeft de mens niet van brood alleen, maar van ieder woord dat uit de mond van de Heer komt’ (Deut. 8, 3). Drink dit woord, maar drink het in de goede orde: eerst van het Oude Testament, om dan vlug het Nieuwe Testament te drinken.

Drink dus vlug, opdat het licht voor jou overvloedig mag schitteren. Niet het gewone licht, van de dag, van de zon of de maan, maar dat andere licht dat de schaduw van de dood verdrijft. Want wie in de schaduw van de dood verblijft, kan in geen geval het licht van de dag of de zon aanschouwen. En als je mocht vragen waar al die helderheid, waar al die genade vandaan kunnen komen, luidt het antwoord: ‘Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven’ (Jes. 9, 5). Een kind omdat Hij geboren is uit de Maagd, een zoon omdat Hij voortkomt uit God, Hij, de Schepper van het grote licht. Een kind is voor ons geboren, voor ons die geloven. Voor ons is Hij geboren, want ‘het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond’ (Joh. 1, 14). Voor ons is Hij geboren, Hij die het vlees heeft aangenomen uit de Maagd, want als mens is Hij geboren uit Maria. In het vlees wordt Hij voor ons geboren, als het Woord aan ons gegeven. Wat menselijk van ons is, is onder ons geboren; wat goddelijk boven ons is, wordt ons geschonken.