Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Ter voorbereiding van de viering van de vrijdag

Uit mondelinge mededelingen van Ignatius († 1556), opgeschreven door Luis Gonsalvez (16e eeuw)

Beproeft de geesten of zij uit God zijn

Ignatius was verslaafd geraakt aan het lezen van wereldse en onwaarachtige boeken die men ridderromans pleegt te noemen. Toen hij zich na zijn verwonding weer gezond voelde, vroeg hij naar enkele van zulke boeken om de tijd door te komen. Maar in het hele huis waren dergelijke boeken niet te vinden. Daarom bracht men hem een boek met de titel: ‘Het leven van Christus’, en een ander boek: ‘Bloem van de heiligen’, beide in zijn moedertaal geschreven.

Doordat hij er veel in las, kreeg hij een zekere smaak voor wat erin verhaald werd. Soms, als hij de lezing ervan onderbrak, dacht hij na, nu eens over wat hij zojuist gelezen had, dan weer over de dingen van de wereld die tot nu toe zijn gedachten hadden bepaald.

Maar onze Heer kwam hem te hulp en liet op deze laatste gedachten weer andere volgen die ontsproten aan wat hij gelezen had. Want als hij het leven van onze Heer Christus las en van de heiligen, begon hij na te denken en redeneerde hij bij zichzelf: als ik nu eens deed wat de heilige Franciscus deed en wat de heilige Dominicus deed? Deze gedachten hielden hem vrij lang bezig, maar werden dan weer onderbroken door andere bezigheden en dan kwamen die wereldse gedachten hem weer voor de geest; ook hier stond hij lange tijd bij stil. Veel van dit soort gedachten volgden elkaar voortdurend op in zijn geest.

Toch was er dit verschil: als hij aan de dingen van de wereld dacht, vond hij daar veel behagen in, maar als hij, door vermoeidheid overvallen, deze gedachten losliet, voelde hij zich treurig en dor. Als hij daarentegen over de harde levenswijze nadacht die hij bij de heiligen had ontdekt, ondervond hij niet alleen een vertroosting op dit ogenblik zelf, maar hij bleef tevreden en opgewekt, ook als hij deze gedachten reeds had losgelaten. Ignatius hechtte hier voorlopig niet veel belang aan en merkte dit verschil niet eens op, tot op een dag de ogen van zijn hart opengingen en hij zich over dit onderscheid begon te verwonderen en erover nadacht. Zijn ondervinding bracht hem dit inzicht bij: sommige gedachten lieten hem droevig, andere daarentegen opgewekt achter. Dit nu was de eerste van de onderscheidingen die hij omtrent het geestelijk leven vaststelde. Later, toen hij de Geestelijke Oefeningen begonnen was, was dit het eerste wat hij zijn leerlingen begon te leren over de onderscheiding der geesten.