Ter voorbereiding van de viering van de donderdag

Ter voorbereiding van de viering van de donderdag

Uit de pastorale constitutie over de kerk in de wereld van deze tijd van het Tweede Vaticaans Concilie

De diepste vragen van de mens

De hedendaagse wereld is machtig en tegelijk zwak, in staat om het beste en het slechtste te doen. Vóór haar ligt de weg naar vrijheid of slavernij, naar vooruitgang of achteruitgang, naar broederschap of haat.

Bovendien wordt de mens er zich van bewust dat het hem toekomt de krachten die hij zelf heeft opgeroepen en die hem kunnen verpletteren of hem tot voordeel zijn, in goede banen te leiden. Daarom stelt hij zich vragen.

Feitelijk staat de onevenwichtigheid, waaraan de hedendaagse wereld lijdt, in verband met een diepere onevenwichtigheid, die wortelt in het hart van de mens. In de mens zelf immers zijn verschillende elementen met elkaar in strijd: aan de ene kant ervaart hij zich als schepsel, op velerlei wijzen begrensd, aan de andere kant voelt hij zich onbegrensd in zijn verlangens en geroepen tot een hoger leven.

Door veel aanlokkelijke zaken aangetrokken, wordt de mens voortdurend gedwongen daaruit een keuze te doen en aan sommige dingen te verzaken.

Ja zelfs, zwak en zondig als hij is, doet hij dikwijls wat hij niet wil en wat hij wil doen, doet hij niet.

Zodoende lijdt de mens aan een innerlijke verdeeldheid, waaruit ook zoveel en zo grote tweedracht in de maatschappij voortkomt.

Zeer velen van wie het leven is aangetast door een praktisch materialisme, sluiten hun ogen voor deze dramatische toestand, of kunnen deze, in hun ellende, niet zien. Een groot aantal mensen meent rust te vinden in een van de veelsoortige verklaringen van de werkelijkheid. Sommigen verwachten de echte en volledige bevrijding van de mensheid alleen van menselijke inspanning. Zij zijn ervan overtuigd dat de toekomstige heerschappij van de mens over de aarde al zijn hartewensen zal vervullen. Anderen wanhopen aan de zin van het leven en prijzen de durf van hen die overtuigd zijn dat het menselijk bestaan uit zichzelf geen zin heeft, maar alleen de betekenis heeft die zij er zelf aan trachten te geven.

Oog in oog met de huidige ontwikkeling van de wereld, stellen niettemin met de dag steeds meer mensen de meest fundamentele vragen of voelen ze althans scherper dan ooit aan: wat is de mens? Wat is de zin van het lijden, van het kwaad en de dood, die in weerwil van alle vooruitgang toch blijven bestaan?

Waartoe dienen die overwinningen die tegen zo’n hoge prijs zijn behaald? Wat kan de mens aan de samenleving bieden en wat mag hij van haar verwachten? Wat komt er na dit aardse leven?

Welnu, de kerk gelooft dat Christus, die voor allen is gestorven en verrezen, door zijn Geest licht en kracht schenkt aan de mens om aan zijn verheven roeping te kunnen beantwoorden. Zij gelooft dat geen andere naam onder de hemel aan de mensen is gegeven waarin zij gered moeten worden.

Ook gelooft zij dat de sleutel, het middelpunt en het doel van de hele menselijke geschiedenis bij haar Heer en Meester te vinden zijn.

Bovendien houdt de kerk dat er onder alle veranderingen veel ligt dat niet verandert en dat zijn uiteindelijke grondslag in Christus heeft, die dezelfde is, gisteren, vandaag en altijd.