Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Uit een preek van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430)

Ook in ons zal de dood sterven

Onze Heer Jezus Christus is geboren: sterfelijk met de stervelingen. Waarom sterfelijk? Omdat Hij is gekomen ‘in de gestalte van het vlees der zonde’ (Rom. 8, 3). Als Zaligmaker is Hij gekomen: Hij is gestorven, maar Hij heeft de dood gedood: Hij heeft in zichzelf aan de dood die wij duchten, een einde gemaakt. Waar is nu de dood? Zoek hem in Christus, hij is er niet meer: zeker, hij is er geweest, maar daar is hij gestorven. O leven, dood van de dood! Wees welgemoed; ook in ons zal de dood sterven. Wat in het hoofd is voorafgegaan, zal ook in de ledematen plaatshebben: ook in ons zal de dood sterven. Wanneer dan? Op het einde van de wereld, bij de opstanding der doden, waarin wij geloven en waaraan wij niet twijfelen. ‘Wie immers gelooft en gedoopt is, zal gered worden’ (Mc. 16, 16).

In ons zal de dood sterven en hij zal er niet meer zijn. Wilt gij het bewijs? Ik laat u enkele stemmen horen van hen die triomferen: dan hebt gij iets om over na te denken, om van harte te bezingen, om er met heel uw wezen op te hopen, om het, gelovig en ijverig in het goede, te zoeken. Luistert naar de stemmen van hen die triomferen, wanneer er geen dood meer zal zijn; wanneer ook in ons, zoals ook in het hoofd, de dood zal sterven. De apostel Paulus zegt: ‘Dit vergankelijke moet met onvergankelijkheid worden bekleed, en dit sterfelijke met onsterfelijkheid; dan zal het woord van de Schrift in vervulling gaan: de dood is verslonden, de zege is behaald’ (1 Kor. 15, 53.54).

Die zege is de dood van de dood. Hij zal verslonden worden, om er verder niet meer te zijn. Wat betekent dat hij er niet meer is, noch voor de ziel, noch voor het lichaam. ‘De dood is verslonden, de zege behaald.’ Daarom moeten allen juichen en triomferen; juichen en zeggen wat volgt: ‘Dood, waar is uw overwinning, dood, waar is uw prikkel?’ (1 Kor. 15, 55). Gij hebt u meester gemaakt, gij hebt in uw macht gekregen, gij hebt overwonnen en gij hebt u toegeëigend; en gij hebt geslagen en gij hebt gedood. Wat is er van dit alles geworden? ‘Dood, waar is uw overwinning, dood, waar is uw prikkel?’ Heeft mijn Heer die niet verbroken? O dood, toen gij u aan mijn leer hebt vastgeklampt, toen zijt gij ook voor mij te gronde gegaan.