Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Ter voorbereiding van de viering van de dinsdag

Uit de verhandelingen van Balduïnus, bisschop van Canterbury († 1190)

De wijsheid van het kruis van de Heer

De wijsheid van deze wereld is dwaas in de ogen van God, en omgekeerd is de wijsheid van God dwaas in de ogen van de wereld. Zo is de prediking van het kruis voor hen die hun ondergang tegemoetgaan, alleen maar dwaasheid.

Welnu, de prediking van armoede en treurnis is in zekere mate de prediking van het kruis. Want armoede en treurnis zijn eigenlijk een kruis. Maar de wijsheid van God wordt als de ware erkend door haar kinderen, die kinderen van het licht zijn. De kinderen van deze wereld echter zijn sluwer dan de kinderen van het licht met wie ze samenleven. Daarom beschouwen de kinderen van de wereld en de kinderen van het licht elkaar als dwaas en redeloos. Want de enen zijn uit op ijdelheid en bedrieglijke waanzin. Maar de anderen hunkeren naar de dwaasheid van de prediking, die door God bestemd is om hen die geloven tot redding te brengen. Zij hunkeren ernaar als naar het licht dat een mens die alleen dierlijk leeft, niet kan waarnemen: voor hem is dat dwaasheid, en begrijpen kan hij het niet. Dit dispuut tussen de wijsheid van God en de wijsheid die van deze wereld is, brengt in het hart van velen de grondslagen van het geloof zelf aan het wankelen. Het kan zo heftig oplaaien dat zelfs de uitverkorenen, als dat mogelijk was, erdoor ontredderd worden.

‘Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden’ (Mt. 5, 4). We moeten een onderscheid maken tussen ijdele treurnis en waarachtige treurnis. Er zijn er die treuren over dingen die geen treurnis waard zijn. In feite zijn ze zelf treurnis waard, omdat hun treurnis ijdel is, zoals ook hun geloof ijdel is. Maar er zijn er ook die vroom en heilzaam treuren, en die zullen zalig zijn, omdat ze zo treuren zoals de Heer zelf het aan zijn leerlingen voorgehouden heeft, toen Hij zei: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: gij zult wenen en weeklagen, terwijl de wereld zich zal verheugen. Gij zult bedroefd zijn, maar uw droefenis zal in vreugde verkeren’ (Joh. 16, 20). En de psalmist zegt: ‘Die onder tranen zaaien, zij oogsten met gejuich. Vol zorgen gaan zij uit, met zaaizakken beladen; maar keren zingend weer, beladen met hun schoven’ (Ps. 126 (125), 5-6). Door deze vrome treurnis wordt ons zaaisel als door een voorjaarsbui van hemelse genade besproeid, zodat het gedrenkt kan uitgroeien tot rijkere oogst. Het is de bewust verwekte regen die God heeft voorbehouden voor zijn erfland. In dit dal van tranen waarin wij geboren zijn, zijn er redenen in overvloed om te treuren. Hier is al wat er voorvalt, in ons of buiten ons, nauwelijks iets anders dan stof tot treurnis.

Wie zwak is, lijdt onder de kwellingen. Maar wie volmaaktheid nastreeft, verheugt zich ook om zijn kwellingen, wat te danken is aan zijn sterkte, al lijdt ook hij, wat te wijten is aan zijn zwakheid. Want ook wie naar volmaaktheid streeft, kent vele zwakheden. Immers, ‘kracht wordt juist in zwakheid volkomen’ (2 Kor. 12, 9).